Niet aankruisen trustvraag voldoende voor omkering en verzwaring bewijslast | Deloitte Nederland

Article

Niet aankruisen trustvraag voldoende voor omkering en verzwaring bewijslast

Vragen in de aangifte hoeven zich volgens de Hoge Raad niet te beperken tot de heffing over het desbetreffende tijdvak. Als een of meer vragen onbeantwoord worden gelaten, is de vereiste aangifte niet gedaan. Wel evenredigheidstoets of bewijssanctie gerechtvaardigd is.

31 mei 2022

Betrokkenheid bij een doelvermogen

De Hoge Raad heeft uitspraak gedaan in een zaak waarin het draaide om de vraag of het niet beantwoorden van vragen in de aangifte, in casu over de betrokkenheid van de belastingplichtige bij een trustvermogen, ook wel de trustvraag genoemd, tot de conclusie leidt dat de bewijslast moet worden omgekeerd en verzwaard.

De zaak draaide om een lid van de Board of Advisors van een naar Panamees recht opgerichte Foundation, die in 2008 een vergoeding van in totaal € 5.200 uit deze Foundation (hierna: C Ltd.) ontving. Volgens belanghebbende betreft het een onbelaste borgstellingsprovisie. De inspecteur stelt daarentegen dat het om een belaste vergoeding voor werkzaamheden ten behoeve van C Ltd. gaat en heeft een navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2008 opgelegd. Behalve de correctie als zodanig, is in geschil of een bewijssanctie moet worden toegepast.

Beantwoording verplicht

Zowel Rechtbank Den Haag als Hof Den Haag hebben geoordeeld dat belanghebbende de inkomsten uit C Ltd. ten onrechte niet heeft aangegeven en dat het onbeantwoord laten van de trustvraag in de aangifte voldoende is voor de conclusie dat de vereiste aangifte niet is gedaan. A-G Niessen was het daar in zijn conclusie bij deze zaak niet mee eens. Hij betwijfelde of de inspecteur in een aangifte over een bepaald jaar om gegevens mag vragen die niet rechtstreeks van belang zijn voor de belastingheffing in dat jaar. De Hoge Raad beantwoordt die vraag echter bevestigend. Voldoende is dat de gevraagde gegevens van belang kunnen zijn voor de belastingheffing van die belastingplichtige, ook als dat andere tijdstippen of tijdvakken betreft dan waarop de aangifte betrekking heeft.

Vereiste aangifte

De Hoge Raad concludeert dat de vereiste aangifte niet is gedaan wanneer een of meerdere vragen in de aangifte, zoals de trustvraag, niet zijn beantwoord. Omkering en verzwaring van de bewijslast is echter niet aan de orde indien de geconstateerde gebreken van onvoldoende gewicht zijn om deze bewijssanctie te rechtvaardigen. Als de bewijssanctie wel van toepassing is, blijft die beperkt tot de belastingschuld waarop de incomplete aangifte betrekking had. En tot geschilpunten waarvoor de ontbrekende antwoorden relevant hadden kunnen zijn.

Informatieverplichtingen

De Hoge Raad betrekt de hierboven geschetste evenredigheidstoets ook op het niet of onjuist beantwoorden van vragen die de inspecteur buiten de aangifte om, met toepassing van artikel 47 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, heeft gesteld. Als de inspecteur een informatiebeschikking neemt die onherroepelijk is komen vast te staan, leidt dit niet automatisch tot omkering en verzwaring van de bewijslast. Eerst moet dan worden vastgesteld of de geconstateerde gebreken voldoende ernstig zijn. En zo ja, voor welke geschilpunten het ontbrekende of onjuiste antwoord op de gestelde vragen van belang kan zijn.

Conclusie

De Hoge Raad concludeert dat het hof terecht heeft geoordeeld dat het niet beantwoorden van de trustvraag in de aangifte meebrengt dat de vereiste aangifte niet is gedaan en dat de bewijslast moet worden omgekeerd en verzwaard. Uit de vaststellingen van het hof blijkt dat beantwoording van de trustvraag van belang kon zijn voor de heffing van inkomstenbelasting van belanghebbende over het jaar 2008. De (eventuele) pleitbaarheid van het standpunt dat de ontvangen vergoedingen niet in Nederland belastbaar zijn, doet daaraan niet af.

De Hoge Raad overweegt ten slotte dat het ten onrechte niet beantwoorden van de trustvraag in de aangifte inkomstenbelasting doorgaans voldoende is om toepassing van de bewijssanctie te rechtvaardigen. Hierdoor ontstaat namelijk de kans dat te weinig (inkomsten)belasting wordt geheven, doordat de inspecteur niet op het spoor kan komen van het bestaan van een trust of doelvermogen, van eventueel aan die entiteit overgedragen vermogen, en van inkomsten die daarmee verband kunnen houden.


Bronnen:
• HR 27 mei 2022, 20/01587, ECLI:NL:HR:2022:767
• Conclusie A-G 12 januari 2021, 20/01587, ECLILNL:PHR:2021:36

Did you find this useful?