Niet-afgedragen loonbelasting is toch verrekenbaar met inkomstenbelasting | Deloitte

Article

Niet-afgedragen loonbelasting is toch verrekenbaar met inkomstenbelasting

De Hoge Raad heeft opnieuw bevestigd dat loonbelasting die wel is ingehouden maar niet is afgedragen, verrekend mag worden met de verschuldigde inkomstenbelasting.

6 december 2017

Ingehouden maar niet afgedragen loonheffing

Inkomstenbelasting wordt geheven over het belastbare inkomen dat een belastingplichtige in een jaar geniet uit werk en woning (box 1), aanmerkelijk belang (box 2) en sparen en beleggen (box 3). In de wet aangewezen voorheffingen, waaronder de ten laste van een werknemer ingehouden loonbelasting, mogen met de inkomstenbelasting worden verrekend. Maar is die verrekening ook mogelijk wanneer een werkgever weliswaar loonbelasting inhoudt op het loon van een werknemer, maar deze vervolgens niet afdraagt aan de belastingdienst? Over deze vraag heeft de Hoge Raad zich recentelijk opnieuw gebogen.

Werkgever in betalingsproblemen

De zaak draaide om een belastingplichtige die tot 8 september 2010 directeur-grootaandeelhouder was van A bv. Vervolgens is hij tot 30 april 2012 directeur gebleven van deze vennootschap. Vanaf 1 mei 2012 was hij als gewoon werknemer in dienst tot het faillissement van A bv eind 2012. Reeds in de loop van 2010 geraakte A bv in betalingsproblemen. Besloten werd toen om nog wel loonheffing op het loon van de werknemers in te houden, en hiervan ook maandelijks aangifte te doen, maar de ingehouden belasting pas af te dragen nadat de liquiditeitspositie verbeterd zou zijn. Uiteindelijk heeft echter geen afdracht meer plaatsgevonden. Vanaf 1 juni 2012 ontving belanghebbende ook geen loon meer van A bv.

In zijn aangiften inkomstenbelasting 2011 en 2012 verrekende belanghebbende de ingehouden loonbelasting met de verschuldigde inkomstenbelasting. In geschil was of de inspecteur deze verrekening terecht heeft geweigerd. Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelde van niet. Loonbelasting wordt geheven door middel van inhouding op het loon. De Wet op de inkomstenbelasting 2001 bepaalt vervolgens dat geheven loonbelasting mag worden verrekend met de inkomstenbelasting. Aangezien de bv de nog af te dragen loonbelasting in de administratie had afgezonderd met het oogmerk die alsnog af te dragen zodra de liquiditeitspositie dat toe zou laten, stond volgens het Hof vast dat loonbelasting is ingehouden. De verrekening in de inkomstenbelasting was terecht.

Afdracht is niet beslissend

De Hoge Raad heeft de uitspraak van het gerechtshof bevestigd onder verwijzing naar enkele passages uit de conclusie van Advocaat-Generaal Niessen. Van inhouding is sprake wanneer de inhoudingsplichtige een deel van het overeengekomen brutoloon niet uitbetaalt met het oogmerk dit bedrag als loonheffing af te dragen. En die intentie was in casu aanwezig.

De Hoge Raad ging evenmin mee in het argument van de inspecteur dat weliswaar loonbelasting is ingehouden, maar dat belanghebbende niet te goeder trouw kon menen dat deze belasting ook zou worden afgedragen. Het is vaste jurisprudentie dat de goede trouw van een werknemer niet meer relevant is als eenmaal vaststaat dat de loonbelasting is ingehouden. Wanneer vervolgens geen afdracht plaatsvindt, moet de inspecteur bij de werkgever aankloppen.

Goede trouw van de belastingplichtige speelt wel een rol wanneer geen loonheffing is ingehouden. In dat geval is verrekening met de verschuldigde inkomstenbelasting enkel mogelijk indien de werknemer te goeder trouw mocht menen dat de werkgever zijn inhoudingsverplichting was nagekomen. Aan deze toets komt de Hoge Raad in casu echter niet toe, omdat vaststond dat A bv wel loonbelasting had ingehouden. Het cassatieberoep van de staatssecretaris is ongegrond.


Bron: Hoge Raad 1 december 2017, nr. 17/01245, ECLI:NL:HR:2017:3038

Vond u dit nuttig?

Gerelateerde onderwerpen