Nieuw beleid ondernemingsfaciliteiten overdrachtsbelasting | Deloitte Nederland

Article

Nieuw beleid ondernemingsfaciliteiten overdrachtsbelasting

Er is een nieuw beleidsbesluit gepubliceerd over de ondernemingsfaciliteiten in de overdrachtsbelasting. In dit besluit zijn een aantal nieuwe goedkeuringen opgenomen.

21 juni 2018

Overdrachtsbelasting

Overdrachtsbelasting is verschuldigd bij de verkrijging van een in Nederland gelegen onroerende zaak. In de wet zijn vrijstellingen opgenomen voor onder andere de verkrijgingen van onroerende zaken bij fusie, splitsing en interne reorganisatie. Door de vrijstellingen tracht de wetgever economisch wenselijke herpositionering van vastgoed binnen een concern zonder heffing van overdrachtsbelasting mogelijk te maken, terwijl misbruik of oneigenlijk gebruik wordt voorkomen door antimisbruikbepalingen. Recentelijk heeft de Staatssecretaris van Financiën het beleid over de ondernemingsfaciliteiten in de overdrachtsbelasting geactualiseerd en een aantal bestaande besluiten samengevoegd. In het recent gepubliceerde beleidsbesluit zijn tevens enkele nieuwe goedkeuringen opgenomen. Hieronder lichten wij de nieuwe goedkeuringen op hoofdlijnen toe.

Inbreng onderneming

De verkrijging van een onroerende zaak krachtens omzetting van een onderneming in de vorm van een nv of bv, is onder voorwaarden vrijgesteld van overdrachtsbelasting. Volgens de tekst van de wet is deze vrijstelling alleen van toepassing als de inbreng van het ondernemingsvermogen plaatsvindt in een daartoe nieuw opgerichte vennootschap. In de praktijk blijkt ook regelmatig sprake te zijn van een omzetting krachtens inbreng van een onderneming in een bestaande nv of bv. De staatssecretaris acht het ongewenst dat in een dergelijk geval de vrijstelling niet kan worden toegepast. Derhalve bevat het besluit een goedkeuring dat de vrijstelling onder voorwaarden van toepassing is bij inbreng van een onderneming in een bestaande nv of bv.

Aanhoudingseis bij certificering

De bij omzetting van een onderneming in een nv of bv verkregen aandelen kunnen nadien worden gecertificeerd door overdracht van de aandelen aan een administratiekantoor. Als de certificering binnen drie jaar na de omzetting plaatsvindt, wordt niet voldaan aan de aanhoudingseis die wordt gesteld in het kader van de toepassing van de vrijstelling van overdrachtsbelasting. Dat betekent in beginsel dat de niet geheven overdrachtsbelasting alsnog verschuldigd is. Door de in het besluit opgenomen goedkeuring blijf de aanhoudingseis voor de toegekende aandelen bij omzetting in een nv of bv onder voorwaarden buiten toepassing in geval van certificering van de aandelen.

Voortzettingseis bij bedrijfsfusie

De vrijstelling van overdrachtsbelasting in geval van een bedrijfsfusie kan alsnog worden teruggenomen indien de ingebrachte onderneming na de bedrijfsfusie niet voor een periode van ten minste drie jaar wordt voortgezet, de zogeheten voortzettingseis. Als niet aan de voortzettingseis wordt voldaan, is de overdrachtsbelasting die door toepassing van de vrijstelling niet is geheven alsnog verschuldigd. In het besluit wordt in een verzachting van deze voortzettingseis voorzien. Onder voorwaarden blijft deze eis voor de bij bedrijfsfusie verkregen onderneming buiten toepassing bij een vervreemding van de onderneming binnen concern onder achterlating van de onroerende zaken.

Verkrijging van aandelen bij een splitsing

Voor een rechtspersoon die een onroerende zaak bij wijze van (af)splitsing onder algemene titel verkrijgt kan een vrijstelling van overdrachtsbelasting gelden. Indien de verkrijgende rechtspersoon een onroerendezaakrechtspersoon is en als onderdeel van de splitsing aandelen uitreikt, geldt de vrijstelling niet voor de verkrijging van deze aandelen. In het beleidsbesluit is een goedkeuring opgenomen dat de vrijstelling van overdrachtsbelasting bij (af)splitsing onder voorwaarden ook geldt voor de verkrijging van aandelen in een onroerendezaakrechtspersoon die bij (af)splitsing worden toegekend.

Tot slot

De goedkeuringen in het beleidsbesluit zijn verleend met toepassing van de hardheidsclausule. Het besluit treedt in werking op 5 juni 2018.


Bron: Besluit van 25 mei 2018, nr. 2018-50125, Stcrt. 4 juni 2018, 30213. 

Vond u dit nuttig?