Nieuw beleid over schenkingen tussen echtgenoten | Deloitte Nederland

Article

Nieuw beleid over schenkingen tussen echtgenoten

In een gewijzigd beleidsbesluit heeft de staatssecretaris aangegeven of er naar zijn oordeel sprake is van een schenking in verschillende situaties waarin echtgenoten een huwelijksvermogensregime overeenkomen of wijzigen.

16 april 2018

Achtergrond

Als echtgenoten in gemeenschap van goederen huwen, dan wel huwelijkse voorwaarden overeenkomen of wijzigen heeft dat vermogensrechtelijke gevolgen. De vraag rijst of dat ook kan leiden tot heffing van schenkbelasting. In het Belastingpakket 2018 had de staatssecretaris een voorstel opgenomen voor een wettelijke regeling waarin was uitgewerkt wanneer zich in zulke gevallen een schenking kan voordoen. Dit voorstel is echter door de Tweede Kamer afgewezen. Naar aanleiding daarvan heeft de bewindsman aan de Eerste Kamer toegezegd om voor enkele situaties in een beleidsbesluit vast te leggen of schenkbelasting is verschuldigd. Dat heeft de staatssecretaris onlangs gedaan.

Gemeenschap van goederen

Sinds 1 januari 2018 is het wettelijke stelsel van huwelijksvermogensrecht gewijzigd. Als echtgenoten zonder het maken van huwelijkse voorwaarden huwen, ontstaat een beperkte gemeenschap van goederen. Daartoe behoort het vermogen dat tijdens het huwelijk wordt opgebouwd alsmede het vermogen dat voor het huwelijk al gezamenlijk eigendom was van de echtgenoten. Voor huwelijken die vóór 1 januari 2018 zijn gesloten, geldt als wettelijk regime de algehele gemeenschap van goederen, waartoe in beginsel alle goederen en schulden van de echtgenoten behoren. Volgens de staatssecretaris vormt het aangaan van een van deze beide huwelijksvermogensregimes geen schenking, ook als dit tijdens het huwelijk gebeurt. Een bijzondere goedkeuring geldt voor de schuld tussen echtgenoten die is ontstaan bij aanschaf van de woning, omdat de ene echtgenoot meer eigen vermogen heeft ingelegd. Een dergelijke schuld mag zonder consequenties voor de heffing van schenkbelasting buiten de wettelijke gemeenschap worden gehouden.

Afwijkende gerechtigdheid in ontbonden huwelijksgemeenschap

Het bijzondere van de huwelijksgemeenschap is dat beide echtgenoten voor het geheel gerechtigd zijn tot alle goederen van de gemeenschap. Nadat de huwelijksgemeenschap wordt ontbonden, bijvoorbeeld door overlijden of echtscheiding, is ieder van de echtgenoten gerechtigd tot de helft. In de huwelijkse voorwaarden kan echter ook een andere gerechtigdheid dan 50/50 worden overeengekomen. Voor deze situatie meent de staatssecretaris dat een schenking alleen achterwege blijft, als de meestvermogende echtgenoot gerechtigd blijft tot ten minste 50% van het tot de gemeenschap behorende vermogen en geen grotere gerechtigdheid krijgt dan hij al had.

Finaal verrekenbeding

Uiteraard is het mogelijk om in de huwelijkse voorwaarden een ander vermogensregime dan een huwelijksgemeenschap overeen te komen. Bij een finaal verrekenbeding blijven de vermogens van de echtgenoten gescheiden, maar wordt overeenkomen dat bij echtscheiding en overlijden of alleen bij overlijden de waarde van het vermogen van beide echtgenoten wordt verrekend alsof er sprake is van een gemeenschap van goederen. In het opnemen van zo’n finaal verrekenbeding in de huwelijkse voorwaarden ziet de staatssecretaris geen schenking. Dat is anders als in een andere verhouding dan 50/50 wordt verrekend. In dat geval geldt dezelfde regel als bij een afwijkende gerechtigdheid tot een huwelijksgemeenschap.


Bron: Besluit van 29 maart 2018, nr. 2018-45958, Stcrt. 2018, 18050

Vond u dit nuttig?