Nieuwe Nederlandse UBO-definitie | Deloitte Nederland

Article

Nieuwe Nederlandse UBO-definitie

Recentelijk is een ontwerpbesluit gepubliceerd waarin wordt aangegeven welke categorieën natuurlijke personen als UBO worden aangemerkt voor in Nederland voorkomende juridische entiteiten.

23 april 2018

Achtergrond

Op grond van de vierde Europese antiwitwasrichtlijn is Nederland verplicht om een register met gegevens over UBO’s (‘ultimate beneficial owners’) in te voeren. Met deze richtlijn wil de Europese wetgever een nieuwe stap zetten in de strijd tegen witwassen en de financiering van terrorisme. Volgens de richtlijn dient de identiteit van de natuurlijke persoon die gerechtigd is tot een juridische entiteit, of daarover zeggenschap uitoefent, te worden vastgesteld. Alle lidstaten van de EU dienen een register met informatie over deze UBO’s op te zetten. De vierde antiwitwasrichtlijn bevat voor EU-lidstaten, naast de implementatie van een UBO-register, een aanscherping in de verplichting voor bepaalde dienstverleners (o.a. kredietinstellingen, financiële instellingen, auditors, externe accountants, belastingadviseurs en notarissen) om cliëntenonderzoek te verrichten voorafgaand aan het aangaan van een zakelijke relatie. In het kader van dit cliëntenonderzoek dient de natuurlijke persoon die rechthebbende is van een juridische entiteit of de zeggenschap over de entiteit uitoefent te worden geïdentificeerd.

Overkoepelende definitie

Op 6 april 2018 is het ontwerp-Uitvoeringsbesluit Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme 2018 gepubliceerd. De minister van Financiën heeft het ontwerpbesluit aan zowel de Eerste als de Tweede Kamer voorgelegd. Beide Kamers hebben de mogelijkheid zich uit te spreken over het ontwerpbesluit, voordat het aan de Raad van State zal worden voorgelegd en zal worden vastgesteld. Het ontwerpbesluit voorziet in een nadere uitwerking van het UBO-begrip. De nieuwe definitie is in beginsel bedoeld voor het verplichte cliëntenonderzoek voorafgaand aan het aangaan van een zakelijke relatie. Voor de wet- en regelgeving op het gebied van het UBO-register zal echter worden aangesloten bij de definitie zoals opgenomen in dit ontwerpbesluit. Hierbij wordt opgemerkt dat voor bepaalde juridische entiteiten geen UBO-informatie centraal hoeft te worden geregistreerd. Dit betreft vermoedelijk entiteiten die niet naar Nederlands recht zijn opgericht.

Definitie

In het ontwerpbesluit worden categorieën van natuurlijke personen opgesomd die voor specifieke juridische entiteiten in elk geval beschouwd worden als UBO. De opsomming is nadrukkelijk niet bedoeld als limitatieve opsomming voor de mogelijke UBO’s van een entiteit. Tevens kan een entiteit meerdere UBO’s hebben. Hierna gaan we kort in op de UBO-definitie voor een aantal in het voorstel opgenomen juridische entiteiten:

  • UBO’s van een bv, nv of daarmee vergelijkbare juridische entiteit zijn de natuurlijke personen die uiteindelijk eigenaar zijn van, of zeggenschap hebben over de vennootschap. Daar kan sprake van zijn indien de UBO direct of indirect meer dan 25% van de aandelen, stemrechten of het eigendomsbelang in die vennootschap houdt. Indien er twijfel bestaat over de UBO van een vennootschap op grond van voorgaande definitie, worden de natuurlijke personen die behoren tot het hoger leidinggevend personeel van de vennootschap als UBO aangemerkt. Onder het hoger leidinggevend personeel wordt verstaan de statutair bestuurder of (bij een meerkoppig bestuur) statutaire bestuurders van een vennootschap.
  • Als de bv, nv of daarmee vergelijkbare juridische entiteit moet voldoen aan de openbaarmakingsvereisten voor beursgenoteerde vennootschappen, worden de hiervoor beschreven aandeelhouders niet als UBO aangemerkt. Vanwege de reeds geldende openbaarmakingsvereisten wordt het niet nodig geacht dergelijke natuurlijke personen als UBO aan te merken. De voorgaande uitzondering geldt ook voor 100% dochtervennootschappen van beursgenoteerde vennootschappen.
  • Voor stichtingen, verenigingen, onderlinge waarborgmaatschappijen en coöperaties worden als UBO aangemerkt de natuurlijke persoon of personen die de uiteindelijke eigenaar zijn van of zeggenschap hebben over de rechtspersoon. Daarvan kan sprake zijn bij een direct of indirect eigendomsbelang van 25%, het direct of indirect kunnen uitoefenen van 25% van de stemmen bij besluitvorming ter zake van wijziging van de statuten of bij het feitelijk kunnen uitoefenen van zeggenschap. Het ontvangen van een uitkering uit een stichting kwalificeert ook als eigendomsbelang. Als uiterste terugvaloptie geldt het aanmerken van hoger leidinggevend personeel van de rechtspersoon als UBO.
  • Voor personenvennootschappen geldt een UBO-definitie die veel overeenkomsten vertoont met de hiervoor beschreven definitie voor stichtingen, verenigingen, onderlinge waarborgmaatschappijen en coöperaties. Voor personenvennootschappen geldt eveneens als uiterste terugvaloptie het aanmerken van hoger leidinggevend personeel als UBO. Aangezien een personenvennootschap geen statutair bestuurder kent, worden de vennoten tot het hoger leidinggevend personeel gerekend. Voor commanditaire vennoten wordt een uitzondering gemaakt, omdat deze vennoten geen feitelijke invloed op de besluitvorming kunnen uitoefenen.
  • Oprichters, trustees, eventuele protectors en de begunstigden van een trust worden als UBO van een trust aangemerkt. Daarnaast kwalificeren natuurlijke personen die zeggenschap over een trust uitoefenen, bijvoorbeeld door direct of indirect eigendom, als UBO.


Het fonds voor gemene rekening wordt daarentegen in het geheel niet genoemd in het voorstel. Eerder is aangegeven dat nog onderzocht wordt of voor een fonds voor gemene rekening ook een UBO geregistreerd moet worden.

Vervolg

De termijn voor implementatie van het UBO-register is op 26 juni 2017 verstreken. Deze deadline is door Nederland niet gehaald. Naar verwachting zal het wetsvoorstel voor implementatie van het UBO-register in de Nederlandse wetgeving begin 2019 worden ingediend bij de Tweede Kamer. In het wetsvoorstel wordt tevens rekening gehouden met de wijzigingen in de vierde antiwitwasrichtlijn waarover op 20 december 2017 op Europees niveau politiek akkoord is bereikt. Het hiervoor besproken ontwerpbesluit kan mogelijk nog wijzigingen ondergaan. Het blijft vooralsnog wachten op de precieze invulling van het UBO-begrip die voor het cliëntenonderzoek en het UBO-register gaat gelden.


Bron: Ontwerp Uitvoeringsbesluit Wwft 2018

Vond u dit nuttig?