Omkering en verzwaring bewijslast moet ambtshalve worden getoetst | Deloitte Nederland

Article

Omkering en verzwaring bewijslast moet ambtshalve worden getoetst

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat omkering en verzwaring van de bewijslast een regel van openbare orde is. Rechters moeten ambtshalve onderzoeken of aan de voorwaarden is voldaan, ongeacht het standpunt van partijen daarover.

29 september 2022

Geen aankoopfacturen waterpijptabak

De casus betreft een exploitant van een sishalounge, die door de inspecteur wordt verzocht aankoopfacturen van waterpijptabak te verstrekken. De reden voor het verzoek van de inspecteur is de omstandigheid dat tijdens een fysieke controle waterpijptabak is aangetroffen die niet was voorzien van accijnszegels. Zonder aankoopfacturen kan door de Belastingdienst niet worden vastgesteld of de waterpijptabak in de heffing van accijns betrokken is geweest. In reactie op het verzoek deelt belanghebbende mee dat zij niet beschikt over de aankoopfacturen, omdat de waterpijptabak eigendom zou zijn van haar klanten.

Omdat de gevraagde aankoopfacturen niet zijn verstrekt, legt de inspecteur een informatiebeschikking op, waarin hij vaststelt dat belanghebbende niet heeft voldaan aan het verzoek om de aankoopfacturen over de periode van 1 september 2012 tot en met 11 maart 2016 te verstrekken. Nadat de bezwaartermijn voor de informatiebeschikking ongebruikt is verstreken, legt de inspecteur een naheffingsaanslag accijns op voor de periode 1 september 2012 tot en met 6 september 2016. De hoogte van de naheffingsaanslag is gebaseerd op schattingen van de inspecteur.

Aangezien sprake is van een onherroepelijk vaststaande informatiebeschikking, moet volgens de inspecteur worden uitgegaan van de juistheid van de naheffingsaanslag, tenzij de belanghebbende het tegendeel doet blijken. Belanghebbende komt in beroep op tegen de (hoogte van) de naheffingsaanslag, maar verzet zich niet tegen het standpunt van de inspecteur ter zake van de omkering van de bewijslast. Zowel de Rechtbank als het Hof volgen het standpunt dat de bewijslast moet worden omgekeerd en verzwaard en oordelen dat belanghebbende er niet in is geslaagd te bewijzen dat de schatting van de inspecteur onjuist is.

Conclusie A-G

In haar conclusie bij deze zaak gaat A-G Ettema dieper in op toepassing van de bewijssanctie. Daarbij verzet de A-G zich in de eerste plaats tegen de omkering van de bewijslast zelf. Het Hof zou ten onrechte voorbij zijn gegaan aan de in reactie op het informatieverzoek vervatte stelling van belanghebbende dat zij niet beschikt over de aankoopfacturen. Voor een omkering van de bewijslast is namelijk geen plaats als belanghebbende niet heeft voldaan aan een informatieverzoek omdat hij of zij niet over de gevraagde gegevens beschikte en daarover redelijkerwijs ook niet de beschikking kon krijgen. Het Hof had volgens de A-G moeten onderzoeken of die situatie zich hier voordeed. In de tweede plaats had het Hof volgens de A-G partijen niet mogen volgen in hun standpunt dat de bewijslast voor de gehele periode van de naheffingsaanslag (tot 6 september 2016) zou zijn omgekeerd en verzwaard. Nu de informatiebeschikking betrekking heeft op het tijdvak tot 11 maart 2016, kan de bewijslast niet worden omgekeerd voor zover de belastingaanslag ziet op de periode tussen 11 maart 2016 en 6 september 2016. Toepassing van de bewijssanctie is volgens de A-G een regel van openbare orde, die door de rechter ambtshalve moet worden getoetst, ongeacht het standpunt van partijen daarover.

Hoge Raad

De Hoge Raad is het gedeeltelijk met de A-G eens. De vraag of belanghebbende beschikte of kon beschikken over de gevraagde gegevens kan slechts aan de orde komen in een procedure over de informatiebeschikking. Nu die informatiebeschikking onherroepelijk vaststaat, kan de rechtmatigheid van het informatieverzoek niet meer ter discussie worden gesteld. Met betrekking tot de periode waarin de omkering en verzwaring van de bewijslast geldt, gaat de Hoge Raad wel mee in het standpunt van de A-G. Het Hof had inderdaad ambtshalve moeten toetsen of voor het gehele naheffingstijdvak aan de voorwaarden voor omkering en verzwaring van de bewijslast is voldaan. Het Hof had die bewijssanctie niet mogen toepassen voor zover de naheffingsaanslag betrekking had op de periode na 11 maart 2016. Het verwijzingshof zal aan de hand van de normale regels van stelplicht en bewijslast moeten vaststellen of de naheffingsaanslag accijns over de periode tussen 11 maart 2016 en 6 september 2016 tot het juiste bedrag is vastgesteld. Ook de hoogte van de boete moet opnieuw worden beoordeeld.


Bron: HR 9 september 2022, 20/03529, ECLI:NL:HR:2022:1150

Did you find this useful?