Ook voorkoming dubbele belasting bij verlofperiode in eerste drie maanden | Deloitte

Article

Ook voorkoming dubbele belasting bij verlofperiode in eerste drie maanden

Een werknemer werkte ruim een jaar in Angola, maar nam in de eerste drie maanden relatief veel verlofdagen op. Volgens de Hoge Raad heeft hij toch drie maanden aaneengesloten in Angola gewerkt en had hij recht op voorkoming.

7 maart 2018

Geen verdrag

Een kapitein die inwoner is van Nederland voer in de internationale wateren van Angola en Congo. Nederland heeft met deze landen geen verdrag ter voorkoming van dubbele belasting gesloten. Of de kapitein recht had op aftrek ter voorkoming van dubbele belasting moet daarom naar nationale wetgeving worden bepaald. Deze wetgeving bevat de fictie dat iemand die ten minste drie maanden aaneengesloten heeft gewerkt in een land waarmee Nederland geen verdrag heeft, geacht wordt onderworpen te zijn aan belastingheffing in dat land. Als gevolg daarvan verleent Nederland een aftrek ter voorkoming van dubbele belasting.

Voorkoming dubbele belasting niet aan de orde

De ‘uitzending’ van de kapitein ving medio november 2012 aan en duurde in elk geval tot december 2013. In de eerste drie maanden heeft hij 34 dagen gewerkt en 50 dagen verlof opgenomen. Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelde onder verwijzing naar de wetsgeschiedenis dat de kapitein niet drie maanden aaneengesloten in Angola heeft gewerkt omdat de verlofdagen niet in verhouding stonden tot de werkdagen. Voorkoming van dubbele belasting is dan niet aan de orde.

Toch aanspraak voorkoming dubbele belasting

Volgens de Hoge Raad volgt echter uit vaste jurisprudentie dat gebruikelijke onderbrekingen van de arbeid door bijvoorbeeld verlofdagen, meegerekend mogen worden om te bepalen of iemand drie maanden aaneengesloten heeft gewerkt. Daarbij is de hele periode van uitzending van belang en niet, zoals het Hof stelde, alleen de eerste drie maanden. Dit betekent dat belanghebbende toch aanspraak kan maken op voorkoming van dubbele belasting.


Bron: Hoge Raad 23 februari 2018, nr. 17/02487, ECLI:NL:HR:2018:254

Vond u dit nuttig?