Oplossing van het zzp-probleem

Article

Oplossing van het zzp-probleem

Regelmatig doet zich de vraag voor of een zzp’er nu als ondernemer aangemerkt moet worden, of dat sprake is van schijnzelfstandigheid. In deze opinie geeft Peter Kavelaars een oplossingsrichting voor dit zzp-probleem.

13 december 2016

Regelmatig doet zich de vraag voor of een zzp’er nu als ondernemer aangemerkt moet worden, of dat sprake is van schijnzelfstandigheid. Is er een oplossing voor dit zzp-probleem? Zeker wel, maar dan moet het wel anders aangepakt worden dan tot nu toe. Er zitten namelijk twee fundamentele denkfouten in de huidige discussie. De eerste denkfout is dat het mogelijk is harde criteria te ontwikkelen om onderscheid te maken tussen ondernemers en werknemers. De tweede denkfout is dat men (ten onrechte) uitgaat van de veronderstelling dat deze criteria effectief controleerbaar zouden zijn door de belastingdienst. Helaas onderkent ook de commissie Boot deze denkfouten kennelijk niet.

Bovenstaande verdient uiteraard onderbouwing. Eerst waarom de huidige benaderingen niet werken, en vervolgens hoe het dan wel zou moeten. Het eerste probleem is dat het begrip dienstbetrekking en het begrip ondernemerschap feitelijke begrippen zijn. Er is wel gesuggereerd de criteria voor beide begrippen in de wet op te nemen. We kennen ze namelijk wel, want ze zijn in de rechtspraak ontwikkeld. Maar dat heeft geen zin; want als het rechtspraak is dan is het al geldend recht. Het in de wet opnemen voegt derhalve niets toe. Bovendien: ondanks de vele honderden uitspraken over werknemerschap en ondernemerschap komen er nog steeds uitspraken bij. Waarom? Omdat zich steeds weer net afwijkende gevallen voordoen die niet volledig te beoordelen zijn aan de hand van die jurisprudentie. Het opnemen van criteria in de wet is dus geen oplossing, nog los van het punt dat dan ongetwijfeld gepoogd gaat worden ‘om die criteria heen’ afspraken te maken. Is immers aan een van de voorwaarden niet voldaan, dan is de kwalificatie niet van toepassing. En dan blijft natuurlijk bovendien nog steeds het probleem bestaan van de feitelijke controle door de belastingdienst die noodzakelijk is. Die capaciteit is er eenvoudigweg niet.

De enige oplossing is om de belangrijkste oorzaken weg te nemen van het grote verschil in behandeling van werknemers en zelfstandigen. Let wel: verschillen moeten blijven bestaan want daar zijn redenen voor. Een ondernemer moet – in tegenstelling tot een werknemer – investeren. Een ondernemer loopt – anders dan een werknemer – risico. Maar de verschillen moeten wel kleiner worden. Een deel van de verschillen zit in de hoogte van de belasting- en premiedruk en raakt zowel opdrachtgevers als opdrachtnemers. Beiden hebben er vanuit dit perspectief belang bij geen werknemerschap te creëren.

Het belastingdrukverschil zit in de zelfstandigenaftrek en de MKB-winstvrijstelling. Voorstel is die beide af te schaffen en vervolgens de arbeidstoeslag te splitsen in een werknemerstoeslag en een zelfstandigentoeslag, waarbij de laatste dan hoger is dan de eerste. Dat verschil moet uiteraard wel substantieel kleiner zijn dan de beide af te schaffen ondernemersfaciliteiten. Voor de goede orde: dit betekent dus niet per definitie dat de faciliteiten voor ondernemers moeten worden verminderd: de toeslag voor werknemers kan ook worden verhoogd. Voordeel van deze systematiek is dat men de toeslagen goed op elkaar kan afstemmen en desgewenst in de tijd daarmee kan sturen. Bovendien: het leidt stellig tot een vereenvoudigd en transparant systeem.

Het tweede punt betreft de premies. Het gaat hier de facto eigenlijk alleen om de arbeidsongeschiktheidsverzekering. Net als verzekering van ziektekosten wettelijk voor een ieder verplicht is, zo mag de overheid dat ook ten aanzien van arbeidsongeschiktheid eisen. Het alternatief is immers de bijstand, waarmee de kosten van het risico van arbeidsongeschiktheid van een bepaalde groep op de samenleving wordt afgewenteld. Dat is onwenselijk. Met bovenstaande maatregelen – die beide vrij gemakkelijk zijn te realiseren – is het overgrote deel van het verschil in behandeling opgelost.

Er resteert dan nog het arbeidsrecht, in het bijzonder de ontslagbescherming. De oplossing is daar stellig te vinden in een minder rigide ontslagbescherming, maar dat vergt ongetwijfeld veel meer tijd en complicaties om op te lossen. Dat is ook niet direct nodig: als bovenstaande suggesties worden opgepakt is een voldoende deel van de oneigenlijke prikkels weggenomen en ontstaat een adequaat level playing field.

Vond u dit nuttig?

Gerelateerde onderwerpen