Belastingplan 2023 - Pakket Belastingplan 2023 aangenomen door Eerste Kamer

Article

Pakket Belastingplan 2023 aangenomen door Eerste Kamer

De Eerste Kamer heeft op 20 december 2022 ingestemd met het pakket Belastingplan 2023 en enkele andere wetsvoorstellen die betrekking hebben op het fiscale beleid van het kabinet.

22 december 2022

Pakket Belastingplan 2023

De Eerste Kamer heeft op 20 december 2022 ingestemd met de volgende fiscale wetsvoorstellen:

  • Belastingplan 2023
  • Wet rechtsherstel box 3
  • Overbruggingswet box 3
  • Wet minimum CO2-Prijs industrie
  • Intensivering kindgebonden budget in verband met koopkrachtondersteuning, afschaffing inkomensondersteuning AOW’ers en aanpassingen van het lage-inkomensvoordeel
  • Wet delegatiebepalingen geen invorderingsrente in specifieke gevallen
  • Wet implementatie EU-richtlijn gegevensuitwisseling digitale platformeconomie
  • Wet aanpassing fiscale aandelenoptierechten
  • Wet excessief lenen bij eigen vennootschap
  • Wet tijdelijke solidariteitsbijdrage
  • Fiscale verzamelwet 2023
  • Intrekking van de Wet maatregelen woningmarkt 2014 II (afschaffing verhuurderheffing)


De eerste zes wetsvoorstellen maken onderdeel uit van het Pakket Belastingplan 2023. De meeste wetsvoorstellen treden per 1 januari 2023 in werking, met uitzondering van de Wet rechtsherstel box 3, die met terugwerkende kracht tot 1 januari 2017 wordt ingevoerd, en de Wet tijdelijke solidariteitsbijdrage, welke terugwerkende kracht krijgt tot 1 januari 2022. De wet betreffende de intensivering van het kindgebonden budget in verband met koopkrachtondersteuning, afschaffing inkomensondersteuning AOW’ers en aanpassingen van het lage-inkomensvoordeel treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. De behandeling van de wijziging van de Wet milieubeheer in verband met de invoeringsperiode bij de invoering van een mechanisme voor koolstofcorrectie aan de grens is op verzoek van de staatssecretaris uitgesteld.

Tarieven 2023

Hieronder treft u een overzicht van de belangrijkste tarieven en vrijstellingen voor het jaar 2023.


Tarieven vennootschapsbelasting

In 2023 bedraagt het opstaptarief in de vennootschapsbelasting 19% (2022: 15%). Dit geldt tot een belastbaar bedrag van € 200.000 (2022: € 395.000). Het reguliere tarief komt in 2023 uit op 25,8% (2022: 25,8%). Hieronder hebben wij de wijzigingen in tabelvorm samengevat:

Jaar 2022 2023
Opstaptarief 15% (belastbaar bedrag tot € 395.000) 19% (belastbaar bedrag tot € 200.000)
Toptarief 25,8% (belastbaar bedrag vanaf € 395.000) 25,8% (belastbaar bedrag vanaf € 200.000)

 

Tarieven inkomstenbelasting

Tarief box 1

De tarieven in box 1 (inkomen uit werk en woning) voor belastingplichtigen die op of na 1 januari 1946 zijn geboren en nog niet de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt, luiden in 2023 als volgt:

bij een box 1- inkomen van meer dan maar niet meer dan belastingtarief tarief premie volksverzekeringen totaal
- € 37.149 9,28% 27,65% 36,93%
€ 37.149 € 73.031 36,93% - 36,93%
€ 73.031 - 49,50% - 49,50%

 

De tarieven in box 1 van de inkomstenbelasting voor belastingplichtigen die op of na 1 januari 1946 zijn geboren, maar wel de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt, luiden in 2023 als volgt:

bij een box 1- inkomen van meer dan maar niet meer dan belastingtarief tarief premie volksverzekeringen totaal
- € 37.149 9,28% 9,75% 19,03%
€ 37.149 € 73.031 36,93% - 36,93%
€ 73.031 - 49,50% - 49,50%

 

De tarieven in box 1 van de inkomstenbelasting voor belastingplichtigen die vóór 1 januari 1946 zijn geboren, luiden in 2023 als volgt:

bij een box 1- inkomen van meer dan maar niet meer dan belastingtarief tarief premie volksverzekeringen totaal
- € 38.703 9,28% 9,75% 19,03%
€ 38.703 € 73.031 36,93% - 36,93%
€ 73.031 - 49,50% - 49,50%

 

Het maximale aftrektarief voor bepaalde aftrekposten in box 1, zoals hypotheekrente, ondernemersaftrek, MKB-winstvrijstelling en persoonsgebonden aftrek daalt in 2023 naar 36,93% (2022: 40%). De zelfstandigenaftrek wordt verlaagd naar € 5.030 in 2023.


Tarief box 2

In box 2 (inkomen aanmerkelijk belang) wordt vanaf 1 januari 2024 een tweeschijvenstelsel geïntroduceerd. In 2022 en 2023 is echter nog sprake van een vlak tarief in box 2 van 26,9%. Per 2024 worden twee schijven geïntroduceerd met een basistarief van 24,5% voor de eerste € 67.000 aan box 2-inkomen en een toptarief van 31% over het meerdere.


Tarief box 3

In de Wet rechtsherstel box 3 en de Overbruggingswet Box 3 is een nieuwe berekeningswijze opgenomen ter bepaling van het voordeel uit sparen en beleggen. Het vermogen wordt in drie categorieën onderverdeeld: contant geld en spaartegoeden, overige bezittingen en schulden. Daarbij wordt niet langer uitgegaan van een forfaitaire vermogensmix maar van de werkelijke samenstelling van het vermogen van de belastingplichtige. Per vermogenscategorie geldt een afzonderlijk forfaitair rendementspercentage. Het saldo van deze uitkomsten wordt vervolgens gedeeld door de totale rendementsgrondslag, waaruit een gemiddeld rendementspercentage voortvloeit. Dit zogenoemde effectieve rendementspercentage wordt ten slotte vermenigvuldigd met de grondslag sparen en beleggen (saldo van bezittingen en schulden verminderd met het heffingsvrije vermogen) om tot het belastbare voordeel uit sparen en beleggen te komen. In de hieronder opgenomen tabel zijn de forfaitaire rendementspercentages per vermogenscategorie opgenomen. De percentages voor banktegoeden en schulden worden overigens pas na afloop van het jaar vastgesteld.

  Banktegoeden (I) Overige bezittingen (II) Schulden (III)
2017 0,25% 5,39% 3,43%
2018 0,12% 5,38% 3,20%
2019 0,08% 5,59% 3,00%
2020 0,04% 5,28% 2,74%
2021 0,01% 5,69% 2,46%
2022 0,01% 5,53% 2,46%


Voor de jaren 2017 tot en met 2022 wordt deze nieuwe berekeningswijze alleen toegepast als een belastingplichtige in aanmerking komt voor rechtsherstel en dit tot een gunstiger resultaat leidt dan volgens de oorspronkelijke wetgeving.

De Overbruggingswet box 3 ziet op de jaren 2023 tot en met 2025. Voor deze jaren geldt de hierboven genoemde nieuwe berekeningswijze standaard. Verder wordt het tarief van box 3 in de periode 2023-2025 jaarlijks met 1 procentpunt verhoogd. Dit betekent dat in 2023 het tarief op 32% uitkomt, in 2024 op 33% en in 2025 op 34%. Ook het heffingsvrije vermogen gaat omhoog, en wel naar € 57.000 per belastingplichtige (2022: € 50.650).


Premies sociale verzekeringen

  • De premiepercentages voor de volksverzekeringen blijven in 2023 gelijk en bedragen respectievelijk 17,90% (AOW), 0,10% (ANW) en 9,65% (WLZ).
  • Het maximale bijdrage-inkomen bedraagt in 2023 € 66.956 (2022: € 59.706).
  • Grote werkgevers zijn in 2023 de hoge premie voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof) verschuldigd. Deze bedraagt 7,11%. Kleine werkgevers betalen de lage premie, die voor het jaar 2023 is vastgesteld op 5,82%.
  • De lage premie voor het Algemeen werkloosheidsfonds (Awf) bedraagt in 2023 2,64% en is verschuldigd voor werknemers met een vast arbeidscontract voor onbepaalde tijd. In andere gevallen is de werkgever in 2023 de hoge Awf-premie van 7,64% verschuldigd.
  • De werkgeversheffing Zorgverzekeringswet (Zvw) bedraagt in 2023 6,68% over een bijdrage-inkomen tot € 66.956. Verzekeringsplichtigen die andere inkomensbestanddelen genieten, zoals winst uit onderneming, resultaat uit overige werkzaamheden of AOW- en pensioenuitkeringen zijn in 2023 zelf een inkomensafhankelijk bijdrage van 5,43% verschuldigd over het bijdrage-inkomen tot € 66.956.


Tarieven en vrijstellingen schenk- en erfbelasting

Het tarief van de schenk- en erfbelasting is afhankelijk van de verwantschap tot degene van wie verkregen wordt. Voor verkrijgingen (schenking of erfenis) door de partner of een kind geldt een tarief van 10% tot een verkrijging van € 138.642 en 20% over het meerdere. Voor verkrijgingen door een kleinkind bedragen deze tarieven 18% en 36%. Voor overige verkrijgers gaat het om tarieven van respectievelijk 30% en 40%.

De reguliere vrijstelling voor schenkingen van ouders aan kinderen bedraagt in 2023 € 6.035. Indien het kind tussen de 18 en 40 jaar oud is, mogen de ouders echter eenmalig een bedrag van € 28.947 onbelast schenken. Indien de schenking is bestemd voor de betaling van een kostbare studie van het kind, bedraagt de eenmalig verhoogde vrijstelling zelfs € 60.298.

De eenmalig verhoogde vrijstelling voor schenkingen in verband met de eigen woning bedraagt in 2023 € 28.947. Laatstgenoemde vrijstelling is echter niet beperkt tot schenkingen van ouders aan kinderen. Wel geldt de eis dat de begiftigde tussen 18 en 40 jaar oud moet zijn. Voor alle eenmalig verhoogde vrijstellingen geldt dat de verkrijger hierop in de aangifte schenkbelasting expliciet een beroep moet doen.

Did you find this useful?