Positieve btw-ontwikkelingen onder het nieuwe pensioenstelsel aangekondigd in Wet Toekomst Pensioenen | Deloitte Nederland

Article

Positieve btw-ontwikkelingen onder het nieuwe pensioenstelsel aangekondigd in Wet Toekomst Pensioenen

Minister Schouten heeft op 30 maart 2022 de uitwerking van de Wet Toekomst Pensioen aan de Tweede Kamer aangeboden. Deze uitwerking geeft meer duidelijkheid over de gevolgen die de nieuwe pensioenregelingen vanaf 1 januari 2023 met zich mee gaan brengen, zo ook voor de omzetbelasting.

1 april 2022

Achtergrond

De aankomende herziening van het pensioenstelsel is voorlopig het sluitstuk van een langlopend maatschappelijk debat over de inrichting van het arbeidsvoorwaardelijk pensioen, mede ingegeven door de kredietcrisis van 2008 waar de dekkingsgraden van pensioenfondsen onder druk kwamen te staan. Ook werd de kloof tussen wat mensen van hun pensioenfonds verwachten en wat het pensioenfonds daadwerkelijk kon leveren steeds groter. Dit voorstel beoogt daarom te komen tot een transparanter en meer persoonlijk pensioenstelsel dat beter aansluit bij de maatschappelijke ontwikkelingen en de huidige arbeidsmarkt. De invulling van het nieuwe pensioenstelsel en de daarbij behorende pensioenregelingen zijn ook voor btw-doeleinden zeer relevant, omdat de daadwerkelijke invulling van de pensioenregeling bepaalt of zij kwalificeert als een gemeenschappelijk beleggingsfonds.

Nieuwe premieregelingen pensioenstelsel vanaf 2023

In het nieuwe stelsel kent de Pensioenwet voortaan drie premie regelingen. Dit betekent dat pensioenopbouw alleen nog mogelijk is op basis van een premie die voor alle deelnemers wordt bepaald op basis van een vast percentage van de pensioengrondslag (veelal het pensioengevend loon). Daarmee zijn de drie regelingen in essentie gelijk. Het verschil tussen de regelingen bestaat uit de mate waarin de deelnemers beleggingsrisico lopen. Hierbij wordt ook onderscheid gemaakt tussen vermogen dat wordt opgebouwd in de periode dat de deelnemer werkzaam is (opbouwfase) en het vermogen dat wordt uitgekeerd op het moment dat de deelnemer met pensioen gaat (uitkeringsfase).

  1. De premie-uitkeringsovereenkomst
    Bij een premie-uitkeringsovereenkomst wordt met de ingelegde premies en de daarop geboekte rendementen een pensioenkapitaal gevormd. Tevens biedt de premie-uitkeringsovereenkomst de deelnemer, onder voorwaarden, de mogelijkheid om vanaf 15 jaar vóór de AOW-gerechtigde leeftijd een (uitgestelde) vaste pensioenuitkering in te kopen. in de premie-uitkeringsovereenkomst wordt het opgebouwde vermogen in de uitkeringsfase ondergebracht bij een verzekeraar. De verzekeraar neemt het langleven-, het rente- en beleggingsrisico over.
  2. De flexibele premieovereenkomst is de huidige ‘zuivere premieregeling’, aangevuld met de mogelijkheid om een risicodelingsreserve te vormen. Hierbij is er een scheiding tussen de individuele pensioenvermogens in de opbouwfase en de pensioenvermogens van de gepensioneerden in de uitkeringsfase. Deelnemers hebben op pensioendatum de keuze om deels risicodragend door te beleggen of het individuele pensioenkapitaal op pensioendatum om te zetten in een vaste levenslange pensioenuitkering waarmee de risico’s overgaan op het pensioenfonds.
  3. De solidaire premieregeling heeft een collectief beleggingsbeleid en een verplichte solidariteitsreserve. Hierbij worden beleggingsrendementen via een vooraf bepaalde verdeelsleutel over de werknemers verdeeld. De deelnemers lopen risico op basis van de gerealiseerde beleggingsresultaten. Het vermogen wordt in de uitkeringsfase collectief doorbelegd.


De pensioenuitkering in de nieuwe premieregelingen is dus (in ieder geval in de opbouwfase) afhankelijk van de ingelegde pensioenpremies en de daarmee behaalde beleggingsrendementen. De deelnemers delen in meer (solidaire premieregeling) of mindere (flexibele premieregeling) mate gezamenlijk het beleggingsrisico.

Btw-gevolgen pensioenstelsel vanaf 2023

Al jaren lang procederen pensioenfondsen over hun btw-positie en met name over de btw die drukt op de inkoop van hun pensioen en vermogensbeheerdiensten. De huidige (op basis van de pensioenwet gekwalificeerde) uitkeringsregelingen die de meeste pensioenfondsen uitvoeren, kwalificeren niet als gemeenschappelijk beleggingsfonds aangezien de deelnemers te onvoldoende beleggingsrisico lopen. Een bittere pil, zeker aangezien veel pensioenfondsen de premie hebben moeten verhogen dan wel opbouw verlagen waardoor deelnemers minder pensioen ontvangen dan beoogd en waarmee duidelijk is komen vast te staan dat de deelnemers in de huidige uitkeringsregelingen wel degelijk risico lopen.

Deze onvrede wordt met de invoering van de nieuwe pensioenregelingen in ieder geval weggenomen. De nieuwe regelingen erkennen de reeds bestaande praktijk dat de pensioenuitkering niet zeker is, maar (net als in de huidige uitkeringsregelingen) afhankelijk van de ingelegde premies en de beleggingsresultaten.

De nieuwe premieregelingen die vanaf 2023 worden ingevoerd benadrukken dat het risico bij de deelnemers van de pensioenregelingen ligt. In de nieuwe regelingen wordt erkend dat opbouw van het pensioen wel degelijk afhankelijk is van de gerealiseerde beleggingsresultaten. In de Memorie van Toelichting wordt daarom dan ook gestuurd op een btw-vrijstelling voor het beheer van deze regelingen als aan de voorwaarden wordt voldaan. Dit geldt in ieder geval voor de opbouwfase van alle drie de nieuwe pensioencontracten en in de uitkeringsfase van de solidaire premieovereenkomst.

De btw-vrijstelling geldt niet in de uitkeringsfase van de premie-uitkeringsovereenkomst omdat de verzekeraar met het opgebouwde vermogen een vaste uitkering toezegt. Hetzelfde geldt in de uitkeringsfase van de flexibele premieovereenkomst als de deelnemer kiest voor een vaste uitkering, waarmee de beleggingsrisico’s en -rendementen niet door de pensioengerechtigde maar door het pensioenfonds als uitvoerder worden gedragen.

Alhoewel het laatste woord nog niet is gezegd over de toepassing van de btw vrijstelling op het beheer van het pensioenvermogen in de huidige uitkeringsregelingen, is dit een mooie opsteker voor de pensioenfondsen. Het beheer kan in het merendeel van de gevallen worden vrijgesteld waardoor de effectieve btw-druk bij pensioenfondsen aanzienlijk vermindert.

Praktische implicaties en (mogelijke) acties

De toepassing van de btw vrijstelling roept nog wel vragen op over de praktische toepassing daarvan voor beheerders, met name wanneer in de opbouwfase de btw-vrijstelling kan worden toegepast, maar in de uitkeringsfase slechts onder bepaalde omstandigheden. De praktijk zal moeten uitwijzen in hoe verre het mogelijk is het beheer daadwerkelijk te kunnen toerekenen aan een bepaalde opbouw- dan wel uitkeringsactiviteit. Bij een niet zuivere splitsing (van bijvoorbeeld de vergoeding) kan namelijk discussie blijven bestaan waar het beheer nu precies op ziet en of dan wel op een deel van de vergoeding de vrijstelling kan worden toegepast.

Slot

Bovenstaande ontwikkelingen geven aan dat het beheer van pensioenvermogen volop in beweging is. Het beheer van pensioenvermogen zal in het nieuwe pensioenstelsel vaker vrijgesteld van btw kunnen worden ingekocht, maar over de praktische uitvoerbaarheid dient nog zorgvuldig te worden nagedacht. Voor vragen hieromtrent kunt u vanzelfsprekend contact opnemen met uw adviseur.

Did you find this useful?