Titel

Article

Prestaties met betrekking tot Nationale Entertainmentcard zijn vrijgesteld

Op 1 juni jl. heeft Rechtbank Noord-Holland zich uitsproken over de activiteiten van een stichting die zich bezighoudt met het uitgeven, distribueren en afwikkelen van de Nationale Entertainmentcard (NEC).

19 juni 2017

De NEC is een plastic kaart op pinpasformaat voorzien van een chip waarop een tegoed kan worden geregistreerd. Consumenten kunnen een NEC kopen op de website van de stichting of bij distributeurs. De NEC kan gebruikt worden als betaalmiddel bij de aanschaf van producten en diensten bij entertainmentaanbieders zoals cd-winkels en ticketkantoren. Bij betaling met een NEC verkrijgt de entertainmentaanbieder een vordering op de stichting ter grootte van het afgewaardeerde bedrag. De stichting betaalt periodiek de vorderingen uit aan de entertainmentaanbieders onder inhouding van een provisie (7,5%).

De stichting heeft op haar aangiften geen btw voldaan over de provisie die zij aan de entertainmentaanbieders in rekening brengt. Volgens de stichting zijn haar activiteiten belast met btw omdat het reclamediensten betreffen, diensten sui generis of verstrekkingen van een recht tot koop. De Inspecteur stelt daarentegen dat de activiteiten onder een financiële vrijstelling vallen.

Rechtbank Noord-Holland is het met de Inspecteur eens. Een NEC is op grond van de Btw-richtlijn namelijk naar zijn aard een betaalmiddel, aangezien een houder van een NEC die tegen de nominale waarde bij entertainmentaanbieders kan gebruiken voor de (gedeeltelijke) betaling voor bepaalde goederen en diensten. Het gebruik van een NEC leidt verder tot geldoverdracht, namelijk van de stichting aan de entertainmentaanbieder waarbij een NEC is gebruikt.
De prestaties met betrekking tot de NEC’s zijn daarom vrijgesteld. De stichting heeft geen recht op aftrek van voorbelasting.

Met het oordeel dat een NEC naar zijn aard een betaalmiddel is, wijkt de Rechtbank af het bestaande beleid ten aanzien van cadeaubonnen, ook al is het eindresultaat hetzelfde. Het lijkt er overigens op dat belanghebbende enkel beroep heeft gedaan op het besluit ten aanzien van telefoonkaarten en niet op het besluit met betrekking tot cadeaubonnen. Indien hoger beroep wordt aangetekend, stellen wij u op de hoogte.

Indien u betrokken bent bij de uitgifte, de distributie en de afwikkeling van soortgelijke waardebonnen adviseren u deze processen in het kader van deze uitspraak nogmaals tegen het licht te houden met behulp van uw adviseur.

Vond u dit nuttig?

Gerelateerde onderwerpen