Prinsjesdag: kabinet bevestigt voorstel verhoging verlaagd btw-tarief | Deloitte Nederland

Article

Prinsjesdag: kabinet bevestigt voorstel verhoging verlaagd btw-tarief

Op Prinsjesdag heeft het kabinet het voorstel gepresenteerd voor de verhoging van het verlaagde btw-tarief van thans 6% naar 9%. De voorgestelde wijziging is onderdeel van het Belastingplan 2019 en zal, indien aangenomen, per 1 januari 2019 ingaan.

19 september 2018

Goederen en diensten waarvoor de tariefsverhoging geldt

Het verlaagde btw-tarief is in Nederland van toepassing op een scala van goederen en diensten. De verhoging heeft dus effect op de verschuldigde btw van verschillende goederen en diensten. Zonder daarbij volledigheid na te streven, noemen wij in het bijzonder:

- Eten en drinken
- Geneesmiddelen, verbandmiddelen en diverse medische hulpmiddelen
- Kunstvoorwerpen
- Boeken
- Bloemen, planten en boomkwekerijproducten
- Het gelegenheid geven tot sportbeoefening
- Diensten van de fietsenmaker, schoenmaker, kleermaker en kappers
- Het schilderen en stukadoren van woningen en het aanbrengen van op energiebesparing gericht isolatiemateriaal aan vloeren, muren en daken. Beiden wanneer dit plaatsvindt na meer dan twee jaren na het tijdstip van eerste ingebruikneming van de woning
- Personenvervoer
- Hotelovernachtingen en het verhuren van een campingplaats
- Restaurantdiensten
- Het verlenen van toegang tot circussen, dierentuinen, musea en muziek- en toneeluitvoeringen, bioscopen, sportwedstrijden en attractieparken.
- Het verrichten van schoonmaakwerkzaamheden binnen woningen.

Geen overgangsregeling

In beginsel bepaalt u het btw-tarief op het moment dat u de btw verschuldigd bent. Dit is het moment waarop u de factuur uitreikt of had moeten uitreiken of, indien er geen factureringsverplichting is (bijvoorbeeld bij prestaties aan consumenten), het moment waarop u de goederenlevering of de dienst verricht. In geval van vooruitbetalingen bent u op het moment van de ontvangst van de betaling btw verschuldigd. In het verleden werd over het algemeen bij een tariefsverhoging voorzien in een overgangsregeling. Het wetsvoorstel bevestigt echter de eerdere aankondiging van de staatsecretaris van Financiën dat een dergelijke overgangsregeling niet zal worden opgenomen in het Belastingplan 2019 bij de verhoging van het verlaagde btw-tarief.

Dat betekent dat indien sprake is van een betaling voor een prestatie vóór 1 januari 2019, maar de prestaties in 2019 worden verricht, geen correctie naar het hogere btw-tarief van 9% hoeft plaats te vinden. Ondernemers kunnen dus volstaan met het voldoen van 6% btw in het tijdvak waarin zij de betaling hebben ontvangen.

De tariefverhoging werkt ook door naar de Wet op de vaste boekenprijs. In het wetsvoorstel is een wijziging opgenomen die ondernemers de mogelijkheid biedt om een vastgestelde vaste prijs te wijzigen en daarmee het effect van een btw-wijziging te kunnen verdisconteren.

Praktische gevolgen

Het wetsvoorstel zorgt ervoor dat ondernemers niet worden geconfronteerd met de administratieve lasten van het corrigeren van de btw voor vooruitbetalingen. Er zijn diverse belangrijke praktische gevolgen van de tariefsverhoging waar u mogelijk rekening mee moet houden. Wij noemen hierbij in het bijzonder:

- Aanpassingen in het ERP-systeem
- Aanpassing van de prijzen
- Rekening houden met de tariefsverhoging in offertes voor prestaties die in 2019 of daarna worden verricht indien niet wordt vooruitbetaald in 2018.  

Vond u dit nuttig?