Rapport Commissie Doorstroomvennootschappen gepubliceerd | Deloitte Nederland

Article

Rapport Commissie Doorstroomvennootschappen gepubliceerd

Doorstroomvennootschappen leveren de Nederlandse economie weinig op en beschadigen de reputatie van Nederland. Dat zijn de belangrijkste bevindingen van de Commissie Doorstroomvennootschappen, onder leiding van Bernard Ter Haar.

26 november 2021

In haar rapport beschrijft de commissie de fiscale en niet fiscale motieven achter doorstroomvennootschappen en gaat ze in op de samenhang tussen belastingontwijking en witwassen. Hoewel er legitieme redenen kunnen zijn voor het opzetten van een doorstroomvennootschap, concludeert de commissie dat een aanzienlijk deel van de doorstroom vanuit internationaal perspectief ongewenst is. Ze doet concrete aanbevelingen om dit ongewenste gebruik in te dammen.

Wat zijn doorstoomvennootschappen en waarom zijn deze vaak in Nederland gevestigd?

Nederland telde in 2019 circa 12.400 doorstroomvennootschappen met een balanstotaal van circa 4.500 miljard euro, oftewel 5,5 keer de omvang van de Nederlandse economie. Kenmerken van zulke vennootschappen zijn dat ze deel uitmaken van internationale structuren, dat ze nagenoeg alleen transacties aangaan met gelieerde partijen, dat hun reële aanwezigheid in Nederland beperkt is, dat het vaak om grote internationale geldstromen of balansposities gaat en dat de reden van hun aanwezigheid in Nederland vaak van fiscale, financiële of juridische aard is. Het betreft met name houdstermaatschappijen en/of rente- en royaltydoorstromers.

De deelnemingsvrijstelling, het grote Nederlandse verdragennetwerk, de (tot voor kort) afwezigheid van een bronbelasting op renten en royalty’s en de rulingpraktijk worden gezien als de belangrijkste factoren die het Nederlandse fiscale stelsel aantrekkelijk maken voor deze vennootschappen. De commissie vindt het lastig te zeggen hoeveel belastinginkomsten buitenlandse overheden precies mislopen vanwege doorstroom door Nederland en neemt aan dat ontwikkelingslanden extra gevoelig zijn voor treaty shopping via het Nederlandse verdragennetwerk.

Daarnaast signaleert de commissie dat niet fiscale redenen zoals de goede juridische infrastructuur, het flexibele ondernemingsrecht en de Nederlandse investeringsbeschermingsovereenkomsten Nederland aantrekkelijk maken als vestigingsland voor economische activiteiten maar ook als doorstroomland.

De commissie geeft aan dat het Nederlandse fiscale stelsel en het investeringsklimaat criminele geldstromen kunnen aantrekken en het witwasrisico kunnen vergroten. Het gevaar is dat doorstroomvennootschappen worden gebruikt om de herkomst van de illegaal verkregen inkomsten en de identiteit van de uiteindelijk gerechtigde te verbergen.

Aanbevelingen om misbruik tegen te gaan

De commissie meent dat de al genomen fiscale maatregelen zoals de invoering van een conditionele bronheffing op rente en royalty’s per 1 januari 2021, de informatie-uitwisseling met andere landen en de aanscherping van de rulingpraktijk in 2019, naar verwachting een eind zullen maken aan (een deel van) de fiscaal gedreven rente en royaltydoorstroom. Het is echter niet de verwachting dat Nederland als houdsterland minder in trek zal zijn hoewel andere landen inmiddels qua fiscale regelingen op dit gebied niet meer onderdoen voor Nederland. De commissie beveelt daarom verdere stappen aan maar realiseert zich dat eenzijdige maatregelen niet direct een oplossing bieden. Ze adviseert dat Nederland een voortrekkersrol vervult bij de herziening van het internationale belastingstelsel (OESO initiatief Pillar 2, minimumwinstbelasting voor multinationals) en bij de EU-richtlijn over doorstroomvennootschappen waarvan eind dit jaar het definitieve voorstel wordt verwacht. Nationale beleidsopties zoals gegevensuitwisseling bij houdstervennootschappen in geval van onvoldoende substance en het niet langer toekennen van de deelnemingsvrijstelling indien de doorstromer deel uitmaakt van een groep zonder economische activiteit in Nederland, zijn waarschijnlijk in strijd met het EU recht en belastingverdragen. De commissie adviseert dat Nederland zich inzet om deze problematiek in Europees verband te regelen.

Ten aanzien van de niet-fiscale redenen voor vestiging van doorstroomvennootschappen in Nederland beveelt de commissie aan om meer werk te maken van uitsluiting van deze vennootschappen tot de Nederlandse investeringsbeschermingovereenkomsten (IBO’s). Nederland heeft dergelijke verdragen voornamelijk met opkomende economieën gesloten. De commissie deelt de mening van de regering dat het onwenselijk is dat buitenlandse investeerders zonder een economische band met Nederland aanspraak kunnen maken op bescherming onder Nederlandse IBO’s. Om dit te realiseren zullen in veel gevallen de IBO’s heronderhandeld moeten worden. Verder signaleert de commissie dat doorstroomvennootschappen de lichtst mogelijke rapportageverplichtingen hebben (die voor micro-ondernemingen) ondanks een fors balanstotaal of hoge financiële inkomsten. Ze adviseert om het jaarrekeningenrecht op dit punt aan te passen zodat er meer transparantie ontstaat over doorstroomvennootschappen.

Op het terrein van beperking van risico op witwassen en financiering van terrorisme door doorstromers merkt de commissie op dat Nederland al veel heeft gedaan maar nog meer kan doen. Ze adviseert om meer capaciteit vrij te maken voor de aanpak van illegale trustdienstverlening. Ook doet ze aanbevelingen om de transparantie van de doorstromers te vergroten. Nederland zou zich in Europees verband en in internationale gremia onder meer moeten inzetten om te komen tot een internationaal register met ultimate beneficial owners (UBO-register) dat goed doorzoekbaar is.

In de bijlage hieronder is een overzicht van alle aanbevelingen opgenomen.

Slotopmerkingen

Nederland heeft de laatste jaren al veel maatregelen genomen om het gebruik van doorstromers tegen te gaan en roept het kabinet op om verdere maatregelen te nemen die maken dat Nederland minder aantrekkelijk wordt voor doorstroomvennootschappen. De commissie onderkent dat wet- en regelgeving op dit terrein vaak in internationaal verband overeengekomen moet worden om effectief te zijn. De commissie adviseert daarom dat Nederland een voortrekkersrol vervult bij de recente EU en OESO initiatieven in dit kader.

Het kabinet onderschrijft deze constateringen en geeft aan dat het wegens haar demissionaire status aan een volgend kabinet is om de aanbevelingen in het rapport te beoordelen en eventueel om te zetten in beleid.


Bijlage: overzicht van fiscale en niet-fiscale aanbevelingen:

Fiscaal Niet-fiscaal
Belastingheffing
- Het schrappen van de safe harbour voor dienstverleningslichamen.
Transparantie UBO's
- Aanscherpen van verplichtingen bij aanmerken van het 'hogerleidinggevend personeel' als uiteindelijk belanghebbenden (UBO's).
- Beter doorzoekbaar maken van reeds openbare gegevens in het UBO-register.
- Internationale invoering van UBO-registers met openbare gegevens.
Informatie-uitwisseling
- uitbreiding van de spontane informatie-uitwisseling over vennootschappen.
- Spontane uitwisseling van informatie bij vrijgestelde vervreemdingswinsten.
Jaarrekeningen

- Schrappen van de uitzonderingen in artikel 2:403 BW.
- Bij het bepalen van de omvang van een bedrijf de gegevens ook meetellen en indien relevant ook de financiële inkomsten.
Internationaal
- Uitbreiding van de Principle Purpose Test (PPT) tot het hele belastingverdrag indien niet multilateraal geregeld.
- Een proactieve houding ten aanzien van het komende EU-richtlijnvoorstel over shell entities.
- Een duidelijke invulling van het unierechtelijke anti-misbruikbeginsel in EU-verband.
Toezicht en opsporing
- Aanscherpen aanpak illegale trustdienstverlening.
- Vervolgonderzoek naar samenhang witwassen en doorstroomactiviteiten.
- Intensivering van de internationale samenwerking in het tegengaan van criminele activiteiten.
  IBO
- Het ontzeggen van de toegang tot de bilaterale investeringsbeschermings-overeenkomsten (IBO's) aan doorstroomvennootschappen.

 

Did you find this useful?