Reikwijdte correctiebeleid bij navordering verduidelijkt | Deloitte Nederland

Article

Reikwijdte correctiebeleid bij navordering verduidelijkt

De Hoge Raad oordeelt dat het beleid van de belastingdienst om geen navorderingsaanslagen lager dan € 450 op te leggen ook meebrengt dat een navorderingsaanslag die na bezwaar onder die drempel zakt, moet worden vernietigd.

30 juni 2020

Navorderingsbevoegdheid

Indien de inspecteur van mening is dat een aanslag ten onrechte achterwege is gebleven of te laag is vastgesteld, kan hij onder voorwaarden een navorderingsaanslag opleggen. Hij zal dan wel over een nieuw feit moeten beschikken dat navordering rechtvaardigt. Een verwijtbaar onjuist inzicht van de inspecteur in de feiten of in het toepasselijke recht staat aan navordering in de weg, tenzij de belastingplichtige te kwader trouw is, of sprake is van een redelijkerwijs kenbare fout.

Correctiebeleid

Om te voorkomen dat kleine correcties tot navordering leiden hanteert de belastingdienst een doelmatigheidsdrempel van € 450. Recentelijk moest de Hoge Raad oordelen over de vraag of een belastingplichtige ook vertrouwen kan ontlenen aan dit beleid indien een navorderingsaanslag aanvankelijk hoger was dan € 450, maar na bezwaar onder dit drempelbedrag zakt.

Het betrof een belastingplichtige aan wie over de jaren 2014 en 2015 navorderingsaanslagen inkomstenbelasting van respectievelijk € 942 en € 1.032 waren opgelegd, omdat de inspecteur het niet eens was met de geclaimde aftrek van specifieke zorgkosten. Nadat in bezwaar aanvullende informatie was verstrekt, verminderde de inspecteur beide navorderingsaanslagen tot bedragen van minder dan € 450. Belanghebbende stelde echter dat uit het beleid van de belastingdienst volgde dat de navorderingsaanslagen geheel moesten worden vernietigd. Hof Den Haag verwierp deze stelling en oordeelde dat het niet aan haar was om het beleid van de belastingdienst op te rekken.

Vertrouwen

De Hoge Raad is echter een andere mening toegedaan. Uit de notitie correctiebeleid volgt dat de achtergrond van het correctiebeleid is gelegen in een doelmatige belastingheffing enerzijds en bevordering van compliance bij belastingplichtigen anderzijds. Hiervan uitgaande ligt het volgens de Hoge Raad niet in de rede om een onderscheid te maken tussen gevallen waarin de na te vorderen belasting al in eerste instantie minder dan € 450 bedraagt en gevallen waarin pas na aanwending van een rechtsmiddel komt vast te staan dat de na te vorderen belasting onder dit drempelbedrag uitkomt. Het cassatieberoep is gegrond. De Hoge Raad vernietigt de navorderingsaanslagen.


Bron: HR 26 juni 2020, 19/05091, ECLI:NL:HR:2020:1109

Did you find this useful?