Revisierente bij afkoop lijfrenteverzekering niet in strijd met eigendomsrecht

Article

Revisierente bij afkoop lijfrenteverzekering niet in strijd met eigendomsrecht

De Hoge Raad volgt de conclusie van A-G Niessen en oordeelt dat het in rekening brengen van revisierente bij afkoop van een lijfrenteverzekeringen niet onredelijk is en geen buitensporige last oplevert.

12 februari 2018

Afkoop lijfrenten

Premies voor lijfrenten mogen onder voorwaarden en tot bepaalde maximumbedragen als uitgaven voor inkomensvoorzieningen ten laste worden gebracht van het inkomen uit werk en woning. De latere uitkeringen die uit dit recht voortvloeien zijn dan eveneens belast in box 1. Feitelijk is dus sprake van belastinguitstel. Om misbruik van deze faciliteit te voorkomen, zijn in de wet een aantal ‘verboden’ handelingen gedefinieerd die tot onmiddellijke belastingheffing over de waarde van de opgebouwde aanspraak leiden. Bovendien wordt revisierente in rekening gebracht. Deze bedraagt in principe 20% van de belaste waarde van de aanspraak, zij het dat in bepaalde gevallen op basis van een tegenbewijsregeling een lager percentage mag worden toegepast. Een van die ‘verboden’ handelingen is de tussentijdse afkoop van een lijfrenteverzekering. Maar wat nu als de afkoop noodgedwongen plaatsvindt? Die vraag stond centraal in een recent arrest van de Hoge Raad.

Schending art. 1 EP EVRM?

In de betreffende zaak draaide het om een belanghebbende die in 2012 uit financiële noodzaak overging tot het afkopen van een tweetal lijfrenteverzekeringen. Hij stelde dat het in rekening brengen van revisierente, bovenop de heffing van inkomstenbelasting over de afkoopsommen, tot een schending van het door art. 1 Eerste Protocol EVRM gewaarborgde recht op ongestoord genot van eigendom leidde. Hoewel de rechtbank en het gerechtshof begrip toonden voor de moeilijke financiële situatie van belanghebbende, zagen deze rechterlijke colleges geen mogelijkheid om de berekening van revisierente achterwege te laten.

Naar aanleiding van het door belanghebbende ingestelde cassatieberoep, heeft Advocaat-Generaal Niessen enkele maanden geleden een conclusie uitgebracht. Daarin gaf de A-G het volgende, aan de jurisprudentie van het EHRM ontleende toetsingskader, om te beoordelen of sprake is van een ongerechtvaardigde inbreuk op het eigendomsrecht.

  1. Is sprake van eigendom in de zin van art. 1 EP EVRM?
  2. Is sprake van een inmenging met het ongestoorde genot van dit eigendom?
  3. Is er een wettelijke basis die voldoende toegankelijk, precies en voorzienbaar is?
  4. Is de aantasting van het eigendomsrecht geoorloofd?

Bij die laatste toets draait het om de vraag of de desbetreffende wettelijke bepaling een legitiem publiek belang dient en tevens proportioneel is (‘fair balance’). De Hoge Raad onderscheidt in dit verband een ‘fair balance’ op het niveau van de regelgeving en op het niveau van de individuele belastingplichtige. In deze zaak draaide het uitsluitend om die laatste toets.

Fair balance

Volgens de Hoge Raad is sprake van een buitensporige last wanneer het effect van een maatregel zich in het geval van belanghebbende sterker laat voelen dan in het algemeen. Anders gezegd: er moet sprake zijn van bijzondere feiten en omstandigheden die niet voor alle belastingplichtigen gelden die met de betreffende wettelijke regeling worden geconfronteerd. In deze zaak zou daarbij gedacht kunnen worden aan de omstandigheid dat belanghebbende door gezondheidsproblemen en de financiële crisis genoodzaakt werd om de lijfrenteverzekeringen af te kopen.

De Hoge Raad oordeelt echter, in navolging van de A-G, dat deze omstandigheid niet de conclusie rechtvaardigt dat belanghebbende zwaarder is getroffen dan anderen aan wie revisierente in rekening is gebracht wegens afkoop van een lijfrente. Belanghebbende blijft uiteindelijk dus met lege handen achter. 

Overigens voorziet de Wet inkomstenbelasting 2001 sinds 1 januari 2015 wel in een faciliteit voor afkoop van lijfrenteverzekeringen ingeval van langdurige arbeidsongeschiktheid. Indien aan de toepassingsvoorwaarden is voldaan, worden geen negatieve uitgaven in aanmerking genomen en wordt geen revisierente in rekening gebracht. Uiteraard is de afkoopsom zelf wel in box 1 belast.


Bron: HR 9 februari 2018, 17/02950, ECLI:NL:HR:2018:167

Vond u dit nuttig?