Richtlijnconforme interpretatie voor vrijstelling van energiebelasting | Deloitte Nederland

Article

Richtlijnconforme interpretatie voor vrijstelling van energiebelasting

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het rechtszekerheidsbeginsel niet in de weg staat aan een richtlijnconforme interpretatie indien met de betrokken nationale bepaling uitvoering is gegeven aan die richtlijn en die interpretatie niet tot een contra legem-uitleg leidt.

26 oktober 2022

Het ZAS-procedé

Op 14 oktober 2022 heeft de Hoge Raad een arrest gewezen over de toepassing van de vrijstelling van energiebelasting voor metallurgische procedés in de Wet belastingen op milieugrondslag (hierna: Wbm) en de verhouding met de richtlijn Energiebelasting. Het gaat in de zaak om een belastingplichtige die aluminiumstrengen vervaardigt en deze strengen vervolgens door middel van het zogenaamde 'ZAS-procedé' beschermt tegen corrosie. Daarbij wordt gebruik gemaakt van een compressor en een zink-sprayinstallatie. Beiden worden door elektriciteit aangedreven.

Het Gerechtshof: vrijstelling?

In art. 64, lid 3, Wbm is een vrijstelling van energiebelasting opgenomen voor metallurgische procedés. Hof Arnhem-Leeuwarden heeft geoordeeld dat de verbruikte elektriciteit ten behoeve van de zink-sprayinstallatie onder deze vrijstelling valt. Dit oordeel blijft in cassatie overeind. Volgens belanghebbende dient echter ook het elektriciteitsverbruik van compressor te worden vrijgesteld. Hof Arnhem-Leeuwarden heeft deze stelling echter afgewezen en daartoe aansluiting gezocht bij de Energiebelastingrichtlijn, en de uitleg daarvan door het Hof van Justitie. Om in aanmerking te komen voor de vrijstelling moet sprake zijn van duaal verbruik. In het arrest Krupp Mannesmann is door het Hof van Justitie geoordeeld dat het verbruik van elektriciteit voor de aandrijving van een compressor in beginsel niet als duaal verbruik kan worden aangemerkt.

Richtlijnconforme interpretatie

In cassatie komt de vraag aan de orde of het gerechtshof de Energiebelastingrichtlijn, en de uitleg daarvan door het Hof van Justitie, in zijn oordeel had mogen betrekken. In dat kader acht de Hoge Raad relevant dat met de invoering van de vrijstelling – blijkens de totstandkomingsgeschiedenis daarvan – uitvoering is gegeven aan de bepalingen van de Energiebelastingrichtlijn. Hoewel een richtlijnconforme interpretatie niet in strijd mag komen met de algemene rechtsbeginselen, en er niet toe mag leiden dat tegen de wet in wordt geredeneerd (contra legem-uitleg), dient de nationale rechter wel al het mogelijke te doen om de volle werking van de betrokken richtlijn te verzekeren. In algemene zin overweegt de Hoge Raad dat niet met een beroep op het rechtszekerheidsbeginsel kan worden kan worden afgezien van een richtlijnconforme interpretatie van een nationale bepaling in verband met de totstandkomingsgeschiedenis daarvan.

Nu vaststaat dat de wetgever heeft beoogd met de vrijstelling van artikel 64 Wbm uitvoering te geven aan de Energiebelastingrichtlijn, en de tekst van die bepaling ook ruimte laat voor een richtlijnconforme interpretatie, was het gerechtshof gehouden om die interpretatie toe te passen. Daarvan uitgaande heeft het hof terecht geoordeeld dat de vrijstelling van energiebelasting niet van toepassing is op de verbruikte elektriciteit ten behoeve van de aandrijving van de compressor.


Bron: HR 14 oktober 2022, 20/01390, ECLI:NL:HR:2022:1440

Did you find this useful?