Schadevergoeding voor politiebeambten vormt geen loon

Article

Schadevergoeding voor politiebeambten vormt geen loon

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat een vergoeding van (im)materiële schade voor een tweetal politieambtenaren geen loon vormt.

25 april 2017

Belastbaar loon

Een bedrag ontvangen door een werknemer van zijn werkgever vormt in beginsel loon uit dienstbetrekking. Er is geen sprake van belastbaar loon indien een causaal verband tussen de dienstbetrekking en de betaling aan de werknemer ontbreekt. Onlangs heeft de Hoge Raad in een tweetal zaken beslist over een schadevergoeding die politiebeambten ontvingen. In beide zaken besloot de Hoge Raad dat de uitkering niet tot het loon behoort.


Vergoeding materiële schade

In de eerste zaak betrof het een brigadier die in 2009 in de uitoefening van zijn functie een dwarslaesie opliep, met een blijvende verlamming tot gevolg. Naast doorbetaling van salaris en andere emolumenten tot aan zijn pensioen, heeft de brigadier een uitkering ter vergoeding van immateriële schade ontvangen. Ook is de brigadier in 2009 een uitkering toegezegd als vergoeding voor de gemaakte materiële schade in verband met diens invaliditeit. In 2010 ontving hij een vergoeding van € 100.000 netto na inhouding van ca. €72.000 aan loonheffing. Bij de aanslagregeling inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 2010 betrok de inspecteur het gehele bedrag van ca. €172.000 in de heffing.

Hof Arnhem-Leeuwarden merkte de vergoeding tot een bedrag van €100.000 niet als loon aan, omdat de uitkering niet zozeer haar grond vond in de dienstbetrekking dat zij als daaruit genoten moest worden beschouwd. Met andere woorden, de uitkering vloeide niet voort uit de dienstbetrekking. Dit oordeel heeft de Hoge Raad bevestigd.


Vergoeding immateriële schade

De tweede zaak ging over een politieman die in 2012 door een hersentumor volledig arbeidsongeschikt raakte en zijn baan bij de politie verloor. In het verleden was hij tweemaal ernstig gewond geraakt tijdens de uitoefening van zijn werk als politieman, waardoor zijn loopbaanontwikkeling sterk stagneerde. In 2012 ontving hij een bedrag van € 15.000 netto als compensatie voor het immateriële leed dat dat hij heeft ondervonden als gevolg van de incidenten waarbij hij betrokken was.

Hof Arnhem-Leeuwarden merkte de vergoeding in deze zaak aan als een vergoeding die in beginsel loon vormt, maar die in het maatschappelijk verkeer niet als beloningsvoordeel wordt ervaren. De vergoeding mocht daarom onbelast blijven. De Hoge Raad volgde een andere route en oordeelde dat de vergoeding geen loon was, wederom omdat de uitkering niet zozeer haar grond vond in de dienstbetrekking dat zij als daaruit genoten moest worden beschouwd.


Bron:

  • Hoge Raad 31 maart 2017, 16/04052, ECLI:NL:HR:2017:536;
  • Hoge Raad 31 maart 2017, 16/01727, ECLI:NL:HR:2017:529
Vond u dit nuttig?

Gerelateerde onderwerpen