Stapsgewijze verhoging box 2-tarief

Article

Stapsgewijze verhoging box 2-tarief

Geen overgangsregeling bij tariefstijging in box 2

De komende jaren gaat het belastingtarief in box 2 van de inkomstenbelasting omhoog van 25% naar 28,5% in 2021. De staatssecretaris van Financiën heeft de Eerste Kamer laten weten geen reden te zien voor een overgangsregeling.

Stapsgewijze verhoging box 2-tarief

Een opmerkelijk punt uit het eerder bekend gemaakte regeerakkoord 2017 is de voorgenomen stijging van het tarief in box 2 in de inkomstenbelasting. De regering kondigde aan het belastingtarief in box 2 in jaarlijkse stappen te verhogen van 25% naar 28,5% per 2021. Ten aanzien van de invoering van deze regeling heeft de staatssecretaris van Financiën onlangs aan de Eerste Kamer meegedeeld geen reden te zien voor een overgangsregeling voor de verhogingen van dit belastingtarief. Onder omstandigheden kan het daarom voordelig zijn om op dit punt op korte termijn actie te ondernemen.

Gecombineerde heffing vennootschaps- en inkomstenbelasting

Over de winsten die u in de BV behaalt, betaalt u onder de huidige regeling maximaal 25% vennootschapsbelasting. Bij een dividenduitkering van deze netto winsten naar u in privé, betaalt u over deze uitkering effectief 25% inkomstenbelasting in box 2. Het gecombineerde tarief bedraagt hierdoor maximaal 43,75%.

Op basis van de voorgestelde wijzigingen wordt het box 2-tarief stapsgewijs verhoogd. Hier tegenover staat dat de vennootschapsbelasting in de toekomst zal worden verlaagd. Het effectieve gecombineerd tarief blijft hierdoor nagenoeg gelijk.

De voorgestelde wijzigingen werken vanaf 2019 per jaar als volgt uit (waarbij de tarieven voor 2018 definitief vast staan):

Jaar:

Box 2-tarief:

Vpb-tarief1

Gecombineerd tarief:

2018

25%

25%

43,75%

2019

25%

24%

43,00%

2020

27,3%

22,5%

43,66%

2021 (e.v.)

28,5%

21%

43,52%

 

1Over de belastbare winst tot en met € 200.000 is onder de huidige regeling een tarief van 20% vennootschapsbelasting verschuldigd. Dit ‘opstap-tarief’ wordt de komende jaren eveneens stapsgewijs verlaagd.

Over de behaalde winsten die momenteel nog in uw BV aanwezig zijn, heeft u echter reeds (maximaal) 25% vennootschapsbelasting betaald. Op basis van het voorstel betaalt u over de netto winsten die u ná 2019 uitkeert echter tóch het hogere box 2-tarief. Dit leidt tot een gecombineerd tarief van maximaal 46,375%. Het mogelijke nadeel in verband met deze tariefswijziging bedraagt in dat geval dan ook maximaal 2,625% over de huidige aanwezige winstreserves in uw BV.

Geen overgangsregeling

De staatssecretaris van Financiën erkent dat met de tariefsverhogingen in box 2 dat de reeds opgebouwde winstreserves bij uitkering in de toekomst tegen het nieuwe (hogere) tarief worden belast. Hij stelt daar tegenover dat dga’s, anders dan andere belastingplichtigen, het moment van belastingheffing zelf kunnen bepalen. Stellen dga’s de belastingheffing uit door géén dividend uit te keren, dan lopen ze in de toekomst tegen het verhoogde tarief aan.

Dividenduitkering

Het komt in de praktijk voor dat een dga een schuld heeft aan zijn/haar BV. Afhankelijk van uw specifieke omstandigheden (o.a. rendement op uw vermogen, levensverwachting en uw wensen) verdient het wellicht de voorkeur om voor het einde van 2019 een eventuele (rekeningcourant)schuld aan uw BV af te lossen door middel van een dividenduitkering.

Aan de ene kant leidt de box 2-heffing over deze dividenduitkering tot een daadwerkelijke cash-out en kan de dividenduitkering er bovendien toe leiden dat inkomstenbelasting in box 3 is verschuldigd (omdat u hierna geen box 3-schuld meer aan uw BV hebt). Aan de andere kant bent u door de dividenduitkering van de rentelast over de schuld bevrijd, alsmede van de over de rente verschuldigde vennootschaps- en inkomstenbelasting.

Indien u géén (of een beperkte) schuld aan uw BV hebt, kan worden overwogen daadwerkelijk liquide middelen uit te keren. Ter vermijding van mogelijke box 3-belasting kunnen de ontvangen liquiditeiten vervolgens als kapitaal in de B.V. worden ingebracht. Dit kapitaal kan desgewenst in de toekomst (in beginsel) belastingvrij naar u (in privé) worden uitgekeerd.

Conclusie

Afhankelijk van de specifieke feiten en omstandigheden kan het aan te bevelen zijn om op korte termijn actie te ondernemen. Op basis van het wetsvoorstel bedraagt de verschuldigde box 2-heffing over een dividenduitkering tot aan het einde van 2019 ‘slechts’ 25%.

Vanzelfsprekend is het advies om al dan niet een dividenduitkering te doen afhankelijk van uw persoonlijke situatie en wensen. Voor nadere informatie en/of advies hieromtrent kunt u vanzelfsprekend terecht bij Deloitte Private Client Services en uw vaste contactpersoon.

Meer weten over de verhoging van het box 2-tarief?

Wilt u meer weten over de verhoging van het box 2-tarief? Neem dan contact op met Frank Deurvorst via +31 (0)88 288 2270 of Jeroen Doorakkers via +31 (0)88 288 0543 of Rudolf Janssen via +31 (0)88 288 3182.

Vond u dit nuttig?