Hoge Raad oordeelt over indeling startende werkgever voor premie werkhervattingskas | Deloitte Nederland

Article

Hoge Raad oordeelt over indeling startende werkgever voor premie werkhervattingskas

Een startende werkgever, voor wie nog geen loongegevens beschikbaar zijn over het jaar t-2, kan voor de premieheffing Whk toch als grote werkgever worden aangemerkt op basis van de verwachte premieloonsom.

9 mei 2018

Premie werknemersverzekeringen

Eén van de premies werknemersverzekeringen is bestemd voor de financiering van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Die premie bestaat uit een basispremie met een vast percentage en een gedifferentieerde premie, de premie werkhervattingskas. Over het laatste premie-onderdeel ging deze procedure. De premie werkhervattingskas is gedifferentieerd naar de premieloonsom van de werkgever en het bedrag aan arbeidsongeschiktheidsuitkeringen dat het UWV heeft betaald aan (ex-) werknemers van de werkgever. Afhankelijk van de omvang van de premieloonsom betaalt een werkgever een individuele premie (grote werkgever), sectorpremie (kleine werkgever) of een combinatie van deze twee (middelgrote werkgever). Of een werkgever een grote werkgever is, wordt bepaald door het premieloon in het jaar t-2. In 2014 lag de grens tussen een middelgrote en een grote werkgever bij een premieloonsom van ca. € 3 miljoen.

Startende werkgever

De werkgever in kwestie is eind 2013 opgericht en had vanaf 1 januari 2014 werknemers in dienst. De werkgever verwachtte in 2014 een premieloonsom van ca. € 4 miljoen te hebben. Over 2012, het jaar t-2, waren uiteraard geen loongegevens bekend. De vraag was daarom aan de orde of een startende werkgever met een verwachte ‘grote’ premieloonsom een grote werkgever kan zijn, uitsluitend gebaseerd op deze verwachting. De werkgever zou dan in de eerste twee jaar een gemiddelde premie betalen (de rekenpremie) en vanaf het derde jaar een individueel gedifferentieerde premie. Volgens de staatssecretaris kan een startende werkgever pas in het derde jaar kwalificeren als grote werkgever, omdat dan loongegevens over het eerste jaar beschikbaar zijn die getoetst kunnen worden aan de loongrens. Het standpunt van de staatssecretaris zou ertoe leiden dat een startende werkgever altijd een kleine werkgever is. Kleine werkgevers betalen een premie die sectorafhankelijk is. Voor deze werkgever was het verschil tussen de rekenpremie en de sectorpremie ca. 4%.

Oordeel Hoge Raad

Noch in de Wfsv noch in het Besluit Wfsv is een definitie van startende werkgever opgenomen. De Hoge Raad wijst er dan ook op dat de betreffende bepalingen in het Besluit Wfsv inhoudelijk gelijk zijn hun voorgangers in het Besluit Premiedifferentiatie WAO. Uit de toelichting op dat besluit blijkt dat het de bedoeling was om bij startende werkgevers ook in het eerste jaar een onderscheid te maken tussen grote en kleine werkgevers. Uit de toelichting op het Besluit Wfsv blijkt niet dat de besluitgever heeft beoogd af te wijken van de het Besluit Premiedifferentiatie WAO. Daarom moet ook voor het Besluit Wfsv worden aangenomen dat een startende werkgever een grote werkgever kan zijn. Het Hof heeft belanghebbende op basis van de verwachte premieloonsom over 2014 dan ook terecht als grote werkgever ingedeeld voor de premie werkhervattingskas.

Beleid Belastingdienst

Het nu gewezen arrest van de Hoge Raad staat haaks op het tot nu toe door de Belastingdienst gevoerde beleid, zoals dat is gepubliceerd in het Handboek Loonheffingen. Voor beschikkingen gedifferentieerde premie Whk waarvoor de bezwaartermijn niet is verstreken of waartegen nog bezwaar of beroep loopt, kunt u een beroep doen op dit arrest.


Bron: Hoge Raad 4 mei 2018, nr. 17/02450, ECLI:N:HR:2018:670

Vond u dit nuttig?