Strafvervolging dga na oplegging verzuimboetes aan bv is toegestaan | Deloitte Nederland

Article

Strafvervolging dga na oplegging verzuimboetes aan bv is toegestaan

Het feit dat aan de bv een verzuimboete is opgelegd, sluit niet uit dat de dga als opdrachtgever of feitelijk leidinggever ter zake van dit feit strafrechtelijk kan worden vervolgd. De dga en de bv zijn namelijk verschillende personen. Ook is geen sprake van dezelfde feiten.

21 maart 2022

Dubbele bestraffing

Zowel het strafrecht als het bestuursrecht voorziet in waarborgen om te voorkomen dat iemand twee keer bestraft of vervolgd kan worden voor dezelfde overtreding. Zo is in de Algemene wet bestuursrecht bepaald dat een bestuursorgaan geen bestuurlijke boete oplegt indien aan de overtreder wegens dezelfde overtreding al een bestuurlijke boete is opgelegd, een strafbeschikking is uitgevaardigd, of strafrechtelijke vervolging is ingesteld en het onderzoek ter zitting is begonnen. Het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering bevatten vergelijkbare bepalingen. Ook het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: het Handvest) geeft aan dat niemand opnieuw berecht of bestraft kan worden voor een strafbaar feit waarvoor hij in de Unie reeds onherroepelijk is veroordeeld of vrijgesproken.

Niet dezelfde persoon

Recent deed zich de vraag voor of de hierboven genoemde waarborgen verhinderen dat of de bestuurder van een bv strafrechtelijk kan worden vervolgd als opdrachtgever of feitelijk leidinggever aan een verboden gedraging van die bv, waarvoor aan die bv reeds boetes zijn opgelegd. Concreet ging het om de vraag of de dga strafrechtelijk vervolgd kon worden wegens het opzettelijk niet doen van aangifte omzetbelasting door de bv over het eerste kwartaal van 2015, terwijl aan de bv om die reden reeds verzuimboetes waren opgelegd. Hof Den Bosch oordeelde dat materieel sprake is van dezelfde feiten, zodat het strafrechtelijk vervolgen van de dga in strijd zou komen met het ne-bis-in-idem beginsel. Het OM moet daarom niet-ontvankelijk verklaard worden.

De Hoge Raad is het daar echter niet mee eens. Het betreft hier een natuurlijk persoon (de dga) die strafrechtelijk vervolgd wordt wegens feitelijk leiding geven aan of opdracht geven tot een verboden gedraging, terwijl de verzuimboetes juist zijn opgelegd aan een rechtspersoon (de bv). Van dubbele vervolging of bestraffing van dezelfde (rechts)persoon is dus geen sprake. Vervolging van de dga is dan ook niet in strijd met nationaal recht of met het Handvest. Hieraan doet niet af dat de dga ten tijde van de verboden gedraging bestuurder was van de rechtspersoon. Wel ligt het volgens de Hoge Raad in de rede om die omstandigheid mee te wegen bij de straftoemeting.

Niet dezelfde feiten

De Hoge Raad merkt tevens op dat er een groot verschil bestaat qua aard en ernst van enerzijds de feiten die aanleiding kunnen geven tot strafrechtelijke vervolging en anderzijds de omstandigheden die kunnen leiden tot het opleggen van een verzuimboete. In eerstgenoemd geval is namelijk vereist dat opzet in het spel is, en moet voldaan worden aan het strekkingsvereiste. Voor het opleggen van een verzuimboete volstaat daarentegen de constatering dat ten onrechte geen aangifte is gedaan c.q. dat ten onrechte niet is betaald. Gelet daarop kan volgens de strafkamer van de Hoge Raad in het algemeen niet gesproken worden van ‘dezelfde feiten’.


Bron: HR 15 maart 2022, 19/02761, ECLI:NL:2022:364

Did you find this useful?