Streep door overdrachtsbelastingconstructie

Article

Streep door overdrachtsbelastingconstructie

De Hoge Raad oordeelt dat het leerstuk van fraus legis van toepassing is in een situatie waarin overdrachtsbelasting werd ontweken door de overdracht van aandelen in een onroerendezaakvennootschap anders vorm te geven.

6 februari 2017

English version

Vastgoedvennootschap en overdrachtsbelasting

Overdrachtsbelasting is verschuldigd bij de verkrijging van een in Nederland gelegen onroerende zaak. De heffing van overdrachtsbelasting zou relatief eenvoudig ontweken kunnen worden door niet de onroerende zaak over te dragen, maar de aandelen in een vennootschap die de onroerende zaak bezit. Omdat economisch gezien het resultaat daarvan vergelijkbaar is, heeft de wetgever dergelijke structuren ook onder de heffing gebracht. Onder voorwaarden worden de aandelen in een vennootschap met onroerende zaken zelf als onroerende zaak aangemerkt, waarvan de overdracht belast is met overdrachtsbelasting. Onlangs heeft de Hoge Raad arrest gewezen in een zaak waarin werd gepoogd aan deze heffing te ontkomen.


Leidt overdracht aandelen tot heffing?

Het ging om de situatie dat belanghebbende, een bv, 50% van de aandelen hield in een andere bv, die voor de heffing van overdrachtsbelasting kwalificeerde als onroerendezaakvennootschap. Belanghebbende wilde graag de andere 50% van de aandelen verwerven. Bij een directe overdracht van de aandelen leidde dat tot heffing van overdrachtsbelasting. Daarom werd de overdracht vormgegeven via een fusie en aandelenoverdracht, waarbij de vrijstellingen voor fusie en voor interne reorganisatie werden toegepast. Op basis van de wet kon dus geen overdrachtsbelasting worden geheven. De inspecteur legde echter een naheffingsaanslag op met een beroep op fraus legis. Met de toepassing van dat leerstuk kan bij belastingontwijking die ingaat tegen de bedoeling van de wet toch geheven worden.


Toch heffing overdrachtsbelasting mogelijk

Hof Den Bosch stelt vast dat sprake is van een samenstel van rechtshandelingen met als einddoel de overdracht van het 50%-belang aan belanghebbende te bewerkstelligen. Verder oordeelt het Hof dat de doorslaggevende beweegreden voor het verrichten van dit samenstel van rechtshandelingen is gelegen in het vermijden van overdrachtsbelasting. Daarom slaagt het beroep van de inspecteur op fraus legis, althans gedeeltelijk. Het Hof is namelijk van mening dat dit leerstuk niet kan worden toegepast op de keuze van belanghebbende voor een belastingbesparende wijze van overdracht van aandelen die voor de heffing van overdrachtsbelasting niet zelf als onroerende zaak kwalificeren. Bij zelfstandige overdracht van deze aandelen zou immers ook geen heffing van overdrachtsbelasting plaatsvinden. De door belanghebbende gekozen route valt volgens het Hof binnen de vrijheid die een belastingplichtige heeft om voor het bereiken van een reëel en zakelijk doel fiscaal de minst belastende weg te bewandelen. Het Hof vernietigt de naheffingsaanslag dan ook gedeeltelijk.


Hoge Raad

De Hoge Raad gaat echter niet mee in de uitspraak van Hof Den Bosch. De beoogde transactie betreft in dit geval de overdracht van het 50%-belang. Voor de beoordeling of de heffingsgevolgen in overeenstemming zijn met de bedoeling van de wet, moet dan ook worden bekeken welke heffing ter zake van die overdracht zou hebben plaatsgevonden. Andere rechtshandelingen worden daarbij buiten beschouwing gelaten. Daarom stelt de Hoge Raad de inspecteur in het gelijk en gaat de constructie alsnog in zijn geheel onderuit. In een geval waarin naar de letter van de wet geen overdrachtsbelasting is verschuldigd, kan dus onder omstandigheden heffing plaatsvinden op grond van het leerstuk van fraus legis.


Bron: Hoge Raad 3 februari 2017, nr. 15/04988, ECLI:NL:HR:2017:126

Vond u dit nuttig?

Gerelateerde onderwerpen