Suppletie omzetbelasting door middel van aangifte vennootschapsbelasting | Deloitte Nederland

Article

Suppletie omzetbelasting door middel van aangifte vennootschapsbelasting

Volgens A-G IJzerman is het standpunt van belanghebbende dat hij door het opnemen van omzetbelastingschulden in de aangifte vennootschapsbelasting heeft voldaan aan de suppletieplicht weliswaar onjuist, maar pleitbaar.

21 februari 2022

Suppletieplicht

Indien een ondernemer opmerkt dat hij over een tijdvak in een van de voorgaande vijf jaren een onjuiste of onvolledige aangifte omzetbelasting heeft gedaan, is hij gehouden om alsnog de juiste en volledige gegevens aan de belastingdienst te verstrekken. Dit wordt ook wel de suppletieplicht genoemd. Schending hiervan wordt als overtreding aangemerkt en kan aanleiding zijn voor het opleggen van een vergrijpboete. Deze verplichting houdt de gemoederen flink bezig.

Zo oordeelde de Hoge Raad vorig jaar dat de verkregen informatie alleen mag worden gebruikt in de heffingssfeer, en niet als bewijs voor het opleggen van een boete of het instellen van strafvervolging wegens niet (tijdig) betalen van omzetbelasting. Het gaat hier om wilsafhankelijke informatie. Niet-naleving van de suppletieplicht mag echter wel worden beboet.

Materiële benadering

Op dit moment ligt een nieuwe zaak op het bord van de Hoge Raad, waarin de vraag centraal staat hoe een belastingplichtige aan zijn suppletieverplichting kan voldoen. De betreffende vennootschap had in haar aangiften vennootschapsbelasting melding gemaakt van omzetbelastingschulden over de jaren 2014 en 2015. Naar aanleiding hiervan heeft de inspecteur in 2018 een onderzoek ingesteld en naheffingsaanslagen vastgesteld. Ook heeft hij vergrijpboetes van 50% opgelegd wegens niet (tijdig) betalen van de verschuldigde omzetbelasting en schending van de suppletieplicht.

Hof Den Haag heeft laatstgenoemde boete vernietigd. In rechte is komen vast te staan dat het vermelden van omzetbelastingschulden in de aangiften vennootschapsbelasting 2014 en 2015 de aanleiding is geweest voor het boekenonderzoek. De ondernemer heeft in die aangiften precieze cijfermatige informatie verschaft die onmiskenbaar inhoudt dat nog omzetbelasting verschuldigd was over die jaren. Daarmee is volgens het hof aan de suppletieverplichting voldaan. Namens de staatssecretaris is tegen de uitspraak cassatieberoep ingesteld.

Conclusie A-G

Advocaat-Generaal IJzerman heeft recent een conclusie genomen. Hij stelt vast dat het hof een materiële benadering heeft toegepast die voortvloeit uit een redelijke wetstoepassing. Tegen de benadering van het hof pleit volgens de A-G dat in de totstandkomingsgeschiedenis van de regeling is opgemerkt dat vermelding van een omzetbelastingschuld in de aangifte vennootschapsbelasting niet als het doen van suppletie kwalificeert. Suppletie moet worden gedaan op door de inspecteur voorgeschreven wijze. Sinds 2018 gaat dit verplicht langs elektronische weg. Vóór die tijd kon een digitaal formulier worden gedownload van de website van de belastingdienst. Desondanks meent de A-G dat de door de ondernemer voorgestane, en door het hof gevolgde, materiële benadering wel pleitbaar is, en dat een boete niet aan de orde zou moeten zijn. Voor het geval de Hoge Raad deze opvatting verwerpt, meent de A-G dat de boete disproportioneel is. Gezien de omstandigheden van het geval zou deze zijns inziens moeten worden gematigd tot circa 10%. Het wachten is nu op het oordeel van de Hoge Raad.


Bron: Conclusie A-G 27 januari 2022, 20/04198, ECLI:NL:PHR:2022:66

Did you find this useful?