In te hoge huurprijs zit goodwillcomponent besloten

Article

In te hoge huurprijs zit goodwillcomponent besloten

De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het gerechtshof dat de overeengekomen huurprijs te hoog is en dat hierin feitelijk een goodwillcomponent is verscholen die verband houdt met de verkoop van de onderneming.

13 december 2017

Algemeen

Wanneer twee verbonden partijen met elkaar handelen, is het belangrijk om goed te kijken of de partijen wel zakelijk handelen. De fiscaliteit kent namelijk het ‘at arm’s length’ beginsel, wat er op neerkomt dat onzakelijk handelen tussen verbonden partijen wordt gecorrigeerd naar zakelijke maatstaven. Wanneer een aandeelhouder bijvoorbeeld een pand verhuurt aan de bv waarin hij alle aandelen bezit en de huur die hij vraagt lager is dan de huur die hij aan een derde in rekening zou brengen, dient een correctie in de fiscale winstberekening plaats te vinden. In zowel de aangifte inkomstenbelasting van de aandeelhouder als de aangifte vennootschapsbelasting van de bv wordt in dat geval uitgegaan van een huur die de aandeelhouder ook aan een derde partij zou vragen.

Casus

Recentelijk moest de Hoge Raad echter oordelen over een zaak waarin het gerechtshof een fiscale correctie had aangebracht op hetgeen twee onafhankelijke partijen hadden afgesproken. Het betrof twee ondernemers, die door middel van een bv een paaldansclub exploiteerden. Het pand waarin de club geëxploiteerd werd, was privébezit van de aandeelhouders. Zij verhuurden dit pand aan de bv. Op enig moment verkochten de aandeelhouders de onderneming aan een onafhankelijke derde. Voornoemd pand bleef echter in eigen bezit. De huurprijs die de derde moest betalen voor dit pand, was vele malen hoger dan de huurprijs die voorheen in rekening gebracht werd aan de eigen bv.

De Hoge Raad heeft het oordeel van Hof Amsterdam bevestigd dat de verkoop van de onderneming en de verhuurovereenkomst van het pand in onderlinge samenhang moeten worden bezien. Afzonderlijk bezien waren de koopsom en de verhuurprijs onzakelijk. De overeengekomen koopsom voor de onderneming was te laag, terwijl de overeengekomen huur voor het pand juist te hoog was vastgesteld. In deze overeengekomen huur heeft het gerechtshof volgens de Hoge Raad dan ook terecht een goodwillcomponent gezien die betrekking had op de verkoop van de onderneming. Deze goodwillcomponent had in het jaar van verkoop voor de contante waarde in de belastingheffing betrokken moeten worden.

Tot slot

Het meest interessante aspect van deze zaak is dat de Hoge Raad de samenstelling van tussen derde partijen gesloten overeenkomsten niet volgt voor fiscale doeleinden. De complicerende factor was echter dat de twee overeenkomsten tezamen wel zakelijk waren, maar dat deze op zichzelf gezien niet zouden zijn overeengekomen tussen onafhankelijk van elkaar handelende partijen.


Bron: HR 8 december 2017, 16/04243, ECLI:NL:HR:2017:3075

Vond u dit nuttig?