Teruggaafverzoek omzetbelasting tijdig ingediend | Deloitte

Article

Teruggaafverzoek omzetbelasting tijdig ingediend

Volgens de Hoge Raad kan een belastingplichtige niet worden tegengeworpen dat hij niet-tijdig heeft verzocht om te worden uitgenodigd tot het doen van aangifte in gevallen waarin per saldo recht bestaat op een teruggaaf.

20 december 2017

Teruggaafverzoek omzetbelasting

De Hoge Raad heeft op 15 december 2017 een interessant arrest gewezen over de formele aspecten met betrekking tot een teruggaafverzoek omzetbelasting. In de betreffende zaak ging het om een belanghebbende aan wie op 1 september 2012 omzetbelasting rekening was gebracht in verband met de levering van zonnepanelen. Deze persoon heeft de belastingdienst op 8 maart 2013 verzocht hem te registreren als btw-ondernemer en een aangiftebiljet uit te reiken voor het tijdvak 1 september 2012 – 31 december 2012. De inspecteur heeft met dagtekening 3 april 2013 aan dit verzoek voldaan. Vervolgens is op 7 april 2013 aangifte gedaan naar een terug te geven bedrag van per saldo € 810, ruimschoots vóór afloop van de door de inspecteur gestelde termijn.

Ondernemer of niet?

In eerste instantie wees de inspecteur het teruggaafverzoek af met als motivering dat belanghebbende niet als ondernemer kon worden aangemerkt. Nadat het Hof van Justitie op 20 juni 2013 in de zaak Fuchs (C-219/13) oordeelde dat wel sprake is van een belaste activiteit, kwam de inspecteur in de bezwaarfase terug op dit standpunt. Hij weigerde echter alsnog om een teruggaaf te verlenen omdat het verzoek daartoe te laat zou zijn ingediend.

Verzoek tijdig ingediend?

Hof Amsterdam heeft de inspecteur in hoger beroep in het gelijk gesteld en geoordeeld dat belanghebbende voor wat betreft de omzetbelasting over het derde en vierde kwartaal van 2012 uiterlijk op 31 oktober 2012 respectievelijk 31 januari 2013 om uitreiking van een aangiftebiljet had moeten verzoeken. Het op 8 maart 2013 gedane verzoek was derhalve te laat. Hieraan doet niet af dat belanghebbende wel binnen de door de inspecteur gestelde termijn aangifte heeft gedaan. Uit het stellen van een termijn door de inspecteur kan volgens het Hof alleen dan worden afgeleid dat uitstel voor het doen van aangifte is verleend wanneer het verzoek om te worden uitgenodigd tot het doen van aangifte tijdig is gedaan.

De Hoge Raad heeft de uitspraak van Hof Amsterdam echter gecasseerd. Ons hoogste rechtscollege stelt voorop dat een belastingplichtige volgens de Nederlandse wet niet gehouden is om opgaaf te doen van het begin zijn belaste activiteiten als btw-ondernemer. Vervolgens overweegt hij dat ingeval over een heffingstijdvak per saldo geen omzetbelasting verschuldigd is, niet de verplichting bestaat binnen een bepaalde termijn om uitreiking van een aangiftebiljet te verzoeken. Dit kan dus niet aan teruggaafgerechtigde btw-ondernemers worden tegengeworpen.

Aangezien is vastgesteld dat de aftrekbare voorbelasting de verschuldigde omzetbelasting over het derde kwartaal van 2012 overtrof, heeft het Hof ten onrechte geoordeeld dat belanghebbende niet-tijdig om uitreiking van een aangifte over dat tijdvak heeft verzocht. Dit betekent dat de inspecteur de gevraagde teruggaaf alsnog zal moeten verlenen.


Bron: HR 15 december 2017, 15/05937, ECLI:NL:HR:2017:3127

Vond u dit nuttig?