Article

Toepassingsbereik koepelvrijstelling blijft ook na 1 januari 2019 intact

Op 7 juni jl. heeft staatssecretaris van Financiën Snel tijdens een debat aan de Tweede Kamer laten weten dat de door het vorige kabinet aangekondigde inperking van het toepassingsbereik van de koepelvrijstelling wordt opgeschort. Deze mededeling heeft als gevolg dat banken, verzekeraars, woningcorporaties en decentrale overheden ook na 1 januari 2019 in een samenwerkingsverband diensten aan hun leden vrijgesteld van btw kunnen blijven verrichten.

8 juni 2018

Achtergrond

In onze Indirect Tax Alert van 3 april 2018 meldden wij dat de Staatssecretaris had aangekondigd de regelgeving aan te passen naar aanleiding van de inperking van de toepassing van de koepelvrijstelling door het Hof van Justitie in de zaken Aviva, DNB Banka en Commissie/Duitsland van 21 september 2017. Het Hof van Justitie oordeelde daarin dat de koepelvrijstelling niet geldt voor prestaties aan leden die zich bezig houden met financiële of verzekeringsactiviteiten, omdat deze instellingen geen prestaties verrichten in het algemeen belang.

Omdat in Nederland de koepelvrijstelling ook in de financiële en verzekeringssector van toepassing is, was de verwachting dat het oordeel van het Hof van Justitie een grote impact zou hebben op deze sector. De Staatssecretaris maakte uit een inventarisatie op dat deze arresten inderdaad grote financiële gevolgen zouden hebben voor verzekeringsmaatschappijen of hun toeleverende koepelorganisatie.

De Staatssecretaris gaf aan dat ook verschillende woningcorporaties gebruik maken van de koepelvrijstelling. De impact van de arresten doet zich ook in deze sector gelden, zoals wij al aanstipten in onze Deloitte Perspective van 10 oktober 2017. Dit vanwege het feit dat verhuur van woningen evenmin als activiteit in het kader van algemeen belang wordt aangemerkt. Later bleek dat er mogelijk ook gevolgen waren voor decentrale overheden die de koepelvrijstelling thans toepassen. Dit zorgde voor grote onrust in die sector, omdat de financiële impact volgens de eerste berekeningen groot zou zijn. In onze recente nieuwsbrief voor het lokaal- en middenbestuur zijn we hier kort op ingegaan.

Aankondiging wijziging regelgeving

De Staatssecretaris had aangekondigd om art. 9 Uitvoeringsbesluit OB 1968, waarin de reikwijdte van de koepelvrijstelling in Nederland is vormgegeven, met ingang van 1 januari 2019 te wijzigen om op die wijze te voldoen aan de uitleg van het Hof van Justitie. Door de beperktere toepassing van de vrijstelling zou deze enkel nog maar voor specifiek benoemde prestaties van algemeen belang gelden zoals medische zorg, ziekenhuisverpleging, maatschappelijk werk en sociale zekerheid, prestaties van bejaardentehuizen en het geven van onderwijs.

Opschorting wijziging regelgeving

De Staatssecretaris geeft nu aan dat gelet op de financiële belangen van ondernemers en overheidsinstanties de aanpassing van art. 9 Uitvoeringsbesluit OB per 1 januari 2019 niet doorgaat. Een beperking van de koepelvrijstelling belemmert de vorming van samenwerkingsverbanden om tot gewenste kostenbesparingen te komen.

Het kabinet gaat zich daarom samen met andere Europese lidstaten hard maken voor reparatie via Europese regelgeving. Hoe de Staatssecretaris dit wil vormgeven, geeft hij echter niet aan. Voor een aanpassing van de tekst van de koepelvrijstelling in de Btw-richtlijn is unanimiteit onder de EU-lidstaten vereist.  

Ingetrokken goedkeuring ambtelijke fusies

De Staatssecretaris heeft per 1 januari 2018 de (beleidsmatige) ruimere toepassing van de koepelvrijstelling bij ambtelijke fusies tussen gemeenten beëindigd. Op grond van deze goedkeuring kon van de koepelvrijstelling gebruik worden gemaakt wanneer de leden de diensten van de koepel hoofzakelijk (voor 70% of meer) gebruiken voor vrijgestelde of niet-ondernemersactiviteiten. De goedkeuring werd in de praktijk ook buiten de situatie van ambtelijke fusies toegepast.

De intrekking is het gevolg van het arrest Commissie/Luxemburg van het Hof van Justitie (zie onze Indirect Tax Alert van 19 september 2017) waaruit bleek dat de koepelvrijstelling niet van toepassing is wanneer de diensten door de leden (mede) worden gebruikt voor belaste prestaties. Het 70%-criterium is met de wijziging komen te vervallen en thans geldt het beperkte criterium dat de diensten van de koepel in het geheel niet mogen worden gebruikt voor belaste prestaties van de leden. In het bericht van de Staatssecretaris wordt niets over deze beperking gezegd. Deze beperking blijft daarmee vooralsnog in stand.

Vond u dit nuttig?