Toerekening van panden in de bedrijfsopvolgingsregeling | Deloitte Nederland

Article

Toerekening van panden in de bedrijfsopvolgingsregeling

Bij projectontwikkeling- en verhuuractiviteiten dient een splitsing te worden gemaakt voor toepassing van de bedrijfsopvolgingsregeling.

30 juni 2021

Bedrijfsopvolgingsregeling

De bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) zorgt ervoor dat de waarde van de onderneming waar de verkregen (certificaten van) aandelen op zien, voor een groot deel wordt vrijgesteld van de heffing van erfbelasting. De BOR is echter alleen van toepassing voor zover de waarde van de (certificaten van) aandelen ziet op een objectieve onderneming. In een recente zaak bij de Hoge Raad werd de projectontwikkeling (ondernemingsactiviteit) los gezien van de verhuur (beleggingsactiviteit). Dat maakt het van groot belang aan welke activiteit de in bezit zijnde panden moeten worden toegerekend. Indien een pand onderdeel is van het ondernemingsvermogen wordt de verkrijging daarvan (deels) vrijgesteld onder de BOR. Wanneer een pand moet worden toegerekend aan de verhuuractiviteiten dan is de verkrijging volledig belast met erfbelasting. De feiten in de betreffende zaak waren als volgt.

Toerekening

Belanghebbende heeft in 2012 (certificaten van) aandelen van een drietal vennootschappen geërfd. De vennootschappen houden zich bezig met de ontwikkeling en verhuur van onroerende zaken. Belanghebbende wilde een beroep doen op de bedrijfsopvolgingsregeling voor zowel de projectontwikkelingsactiviteiten als de verhuur van panden.

In de cassatieprocedure bij de Hoge Raad speelden twee vragen. Enerzijds of de verhuur en projectontwikkeling als één onderneming moet worden gekwalificeerd, en anderzijds of de verhuurde panden eventueel kunnen worden toegerekend aan het vermogen van de projectontwikkelingsonderneming. De Hoge Raad gaat eerst in op de vraag of de verhuuractiviteiten en projectontwikkeling als een geheel kunnen worden gezien. De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof dat dit niet het geval is. De projectontwikkeling kwalificeert als een onderneming en de verhuuractiviteiten niet.

Over het tweede vraagstuk zegt de Hoge Raad meer. De Inspecteur heeft een aantal panden gekwalificeerd als beleggingsvermogen. Belanghebbende heeft die kwalificatie betwist voor het Hof. Het Hof heeft zich echter zonder meer aangesloten bij de kwalificatie van de Inspecteur. De Hoge Raad is het met belanghebbende eens dat het Hof die kwalificatie onvoldoende heeft gemotiveerd. Dit betekent dat een aantal verhuurde panden mogelijk alsnog tot het ondernemingsvermogen kunnen worden gerekend. De Hoge Raad heeft de zaak doorverwezen naar het Hof Den Haag om een en ander te laten beoordelen.


Bron: HR 20 juni 2021, 20/01486, ECLI:NL:HR:2021:952

Did you find this useful?