Article

Tweede Kamer stelt vragen over btw-vrijstelling voor denksporten

Op 26 oktober 2017 heeft het Hof van Justitie arrest gewezen in de zaak The English Bridge Union Limited. In dit arrest oordeelde het Hof dat zogenoemde ‘geestelijke’ sporten, zoals wedstrijdbridge, niet onder de btw-vrijstelling voor sporten vallen.

22 maart 2018

Naar aanleiding van dit arrest heeft de Tweede Kamer vragen gesteld aan de minister voor Medische Zorg en de staatssecretaris van Financiën. Op basis van een Besluit worden denksporten in Nederland thans namelijk wel aangemerkt als sport. Dit zal aangepast moeten worden. Aan de beide bewindslieden is daarom gevraagd of zij bereid zijn om denksporten onder de btw-vrijstelling voor leveringen en diensten van sociale of culturele aard te brengen, zodat de btw-vrijstelling met zo weinig mogelijk administratieve lasten toegepast kan blijven worden.

De gestelde vragen moeten voor 30 maart 2018 worden beantwoord.

Indien u diensten aanbiedt met betrekking tot het beoefenen van (denk)sport, raden wij u aan om de ontwikkelingen hieromtrent op btw-gebied nauwlettend in de gaten te houden. Het verrichten van deze prestaties en het gebruik maken van (sport)accommodaties hiervoor kan namelijk mogelijk worden onderworpen aan een ander btw-regime.  

Vond u dit nuttig?