Uitspraak op bezwaar moet schriftelijk geschieden | Deloitte Nederland

Article

Uitspraak op bezwaar moet schriftelijk geschieden

Bezwaarprocedures zijn vooralsnog uitgezonderd van het verplichte elektronische berichtenverkeer. Vanuit rechtszekerheidsperspectief moet de uitspraak op bezwaar daarom schriftelijk worden gedaan.

28 mei 2018

Wet elektronisch berichtenverkeer

Op 1 november 2015 is de Wet elektronisch berichtenverkeer belastingdienst in werking getreden. Sindsdien geldt als uitgangspunt dat alle communicatie met de belastingdienst langs elektronische weg plaatsvindt (art. 3a AWR). Om deze digitaliseringsslag beheerst te laten verlopen is gekozen voor een ingroeimodel, waarbij stapsgewijs steeds meer berichten uitsluitend digitaal kunnen worden verzonden. Zo worden belastingplichtigen uitsluitend digitaal uitgenodigd om aangifte inkomstenbelasting te doen en kunnen verzoeken om teruggaaf van dividendbelasting en suppleties omzetbelasting uitsluitend nog langs elektronische weg worden ingediend. Specifiek voor ondernemers (IB-winst en VPB) geldt dat zowel aangiften als verzoeken om (herziening van) een voorlopige aanslag digitaal moeten worden gedaan.

Uitzondering voor bezwaarprocedure

Berichten die gerelateerd zijn aan bezwaarprocedures zijn vooralsnog echter uitgezonderd van verplichte elektronische verzending. Het gaat daarbij zowel om het indienen van een bezwaarschrift door de belastingplichtige als het doen van uitspraak op bezwaar door de inspecteur. De Hoge Raad heeft recentelijk geoordeeld dat hieruit volgt dat de termijn voor het instellen van beroep bij de rechtbank pas aanvangt nadat de inspecteur schriftelijk uitspraak op bezwaar heeft gedaan.

De zaak draaide om een belastingplichtige aan wie navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen over de jaren 2009 tot en met 2011 waren opgelegd. Naar aanleiding van het hiertegen ingestelde bezwaar, heeft de inspecteur op 21 december 2015 uitspraak gedaan met betrekking tot de in geschil zijnde jaren en deze per e-mail aan diens adviseur toegezonden. Daarbij is aangekondigd dat de beslissingen tevens per post zouden worden toegestuurd.

De rechtbank heeft het op 15 maart 2016 ingestelde beroep met betrekking tot de opgelegde navorderingsaanslagen niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de zeswekentermijn. Zij overweegt dat de inspecteur uit het veelvuldig mailcontact met de gemachtigde heeft mogen afleiden dat deze voldoende bereikbaar was langs elektronische weg. Nu vaststaat dat de uitspraken op bezwaar op 21 december 2015 per e-mail aan de adviseur zijn toegezonden, hoeft de inspecteur niet aannemelijk te maken dat tevens verzending per post heeft plaatsgevonden.

Schriftelijke uitspraak op bezwaar verplicht

In cassatie houdt dit oordeel echter geen stand. De Hoge Raad overweegt dat de rechtbank ten onrechte niet heeft vastgesteld of de inspecteur ook schriftelijk uitspraak op bezwaar heeft gedaan. Nu de bezwaarprocedure is uitgezonderd van het verplichte elektronische berichtenverkeer met de belastingdienst, brengt de vereiste rechtszekerheid mee dat de beroepstermijn pas aanvangt nadat de uitspraak op bezwaar per post is verzonden aan de belastingplichtige of diens gemachtigde. Eerst op dat tijdstip is sprake van een op de voorgeschreven wijze bekend gemaakt besluit.

Het voorgaande betekent niet dat het de inspecteur verboden is om bij wijze van service de beslissing op bezwaar tevens per e-mail aan de belastingplichtige of diens gemachtigde toe te sturen. De Hoge Raad laat er echter geen misverstand over bestaan dat alleen de schriftelijke uitspraak op bezwaar rechtsgevolgen heeft. Althans, in ieder geval zolang de uitzondering voor bezwaarprocedures nog van kracht is.


Bron: HR 25 mei 2018, 17/02663, ECLI:NL:HR:2018:758

Vond u dit nuttig?