Uitspraak Hoge Raad over RVU

Article

Uitspraak Hoge Raad over RVU

Eindelijk duidelijkheid over vrijwillige vertrekregelingen

Eindelijk duidelijkheid dat een vrijwillige vertrekregeling binnen een sociaal plan niet hoeft te betekenen dat (een deel van) de regeling een RVU vormt. Dit arrest is voor de praktijk een belangrijke uitspraak, omdat het de reikwijdte van de RVU-bepaling aanzienlijk beperkter uitlegt dan dat de Belastingdienst voorstaat.

Afgelopen vrijdag heeft de Hoge Raad bevestigd dat bij de vraag of een sociaal plan een RVU kan zijn, de objectieve maatstaven de bedoeling van de regeling bepalen. De feitelijke uitstroom op grond van een vrijwillige vertrekmogelijkheid in de regeling is hierbij niet relevant. De vaak ingenomen stelling van de Belastingdienst dat bij een vrijwillig vertrekregeling in een sociaal plan, dit voor werknemers van 55 jaar en ouder een RVU is, is daarmee voorgoed van tafel.
In deze zaak spelen de volgende belangrijke objectieve maatstaven een rol, zoals vastgesteld door het Hof in diens uitspraak van 18 november 2016:

  • Op grond van een reorganisatie komen een groot aantal arbeidsplaatsen te vervallen.
  • Het sociaal plan is afgestemd met de vakbonden en de ondernemingsraad.
  • Werknemers zijn boventallig verklaard door toepassing van het afspiegelingsbeginsel bij onderling uitwisselbare functies.
  • Het sociaal plan kent een vrijwillige vertrekregeling en een plaatsmakersregeling die openstaat voor alle werknemers ongeacht hun leeftijd. De werkgever kan een verzoek om hiervan gebruik te maken weigeren.
  • De beëindigingsvergoeding is afhankelijk van het brutomaandloon en het aantal dienstjaren (de kantonrechtersformule) en is op geen enkele wijze afhankelijk van de te overbruggen periode tot aan de pensioendatum. De hoogte van de vergoeding was wel beperkt in verband met de pensioengerechtigde leeftijd, tevens werd rekening gehouden met sociale zekerheidsuitkeringen. Dit maakt de regeling niet alsnog leeftijdsgerelateerd.

Evenals het Hof oordeelt de Hoge Raad dat bij de beantwoording van de vraag of er sprake is van een RVU bepalend is of de uitkeringen of verstrekkingen bedoeld zijn om te dienen ter overbrugging of aanvulling van het inkomen van de werknemer tot de pensioendatum. Als dat niet het geval is, is er geen sprake van een RVU. De beweegredenen van de inhoudingsplichtige, de intenties en keuzen van de werknemers om gebruik te maken van een vrijwillige vertrekmogelijkheid in het sociaal plan alsmede de feitelijke uitstroom van deze werknemers en de hoogte van de beëindigingsvergoedingen zijn niet van belang bij de vraag of er sprake is van een RVU, aldus de Hoge Raad.

Meer weten over RVU?

Wilt u meer informatie over de specifieke gevolgen van dit arrest voor uw reorganisatie of sociaal plan of heeft u andere vragen over de RVU, neem dan contact op met uw contactpersoon bij Deloitte of een van onze RVU specialisten Ben Janssen via +31 (0)88 288 6665, Frank Werger +31 (0)88 288 2991 of Marjon van Ginhoven via +31 (0)88 288 2759

Vond u dit nuttig?