Vastgoed en bedrijfsopvolging: beleid Belastingdienst bekend

Article

Vastgoed en bedrijfsopvolging: beleid Belastingdienst bekend

Onlangs is een document openbaar geworden met beleid van de Belastingdienst over de vraag wanneer vastgoedactiviteiten als een onderneming worden aangemerkt en welke factoren van belang zijn voor toepassing van de bedrijfsopvolgingsregeling.

11 januari 2017


Vastgoedactiviteiten een onderneming?

In de fiscale praktijk komt geregeld de vraag naar voren hoe vastgoedactiviteiten belast moeten worden. De discussie spitst zich toe op de vraag wanneer dergelijke activiteiten als onderneming moeten worden aangemerkt. Daarbij wordt projectontwikkeling doorgaans als onderneming aangemerkt. Over de verhuur van vastgoed verschillen adviseur en inspecteur dikwijls van mening. De laatste jaren komt extra belang toe aan die vraag, omdat de kwalificatie als onderneming meebrengt dat ook de gunstige bedrijfsopvolgingsregeling kan worden toegepast. Recentelijk is een document openbaar geworden waarin het beleid van de Belastingdienst bij dit soort vraagstukken wordt uiteengezet.


Verhuur van vastgoed geen onderneming

Het uitgangspunt van de Belastingdienst is dat de verhuur van vastgoed geen ondernemingsactiviteit vormt. Uit de jurisprudentie blijkt dat dit anders is als arbeid wordt verricht die gericht is op het behalen van een hoger rendement dan normaal gesproken wordt behaald met verhuur. De volgende omstandigheden acht de Belastingdienst niet relevant, of in elk geval niet onderscheidend voor de kwalificatie als onderneming:

  • de tijdsbesteding en kennis van de vastgoedexploitant;
  • of de werkzaamheden ter zake van de verhuur zijn uitbesteed of dat er eigen personeel is (een eigen onderhoudsdienst bijvoorbeeld);
  • de mate waarin het vastgoed wordt gefinancierd met geldleningen;
  • het bieden van services (schoonmaken, receptioniste, glazen wassen, beveiliging) naast de kale verhuur;
  • de omvang van de vastgoedportefeuille;
  • het behalen van een hoger rendement door middel van bestemmingswijzigingen of het ‘op papier’ laten splitsen van het vastgoed;
  • grootschalig renoveren of onderhoud plegen.

In de praktijk worden deze omstandigheden wel vaak aangevoerd om aannemelijk te maken dat sprake is van een vastgoedonderneming. Duidelijk is nu dat het beleid van de Belastingdienst is om daarin niet mee te gaan.


Vooroverleg

Behalve een inhoudelijke uiteenzetting bevat het document ook informatie over hoe de discussie met de belastingplichtige wordt aangegaan. De Belastingdienst staat open voor vooroverleg, zodat de belastingplichtige voorafgaand aan het doen van een schenking duidelijkheid kan krijgen over de kwalificatie als ondernemingsvermogen. Een verzoek van een belastingplichtige heeft geen kans van slagen, als niet nauwgezet kan worden beargumenteerd dat het rendement hoger is dan dat van vergelijkbare partijen in de markt en dat dit hogere rendement verband houdt met de verrichte arbeid. De Belastingdienst hecht grote waarde aan het zo precies mogelijk in kaart brengen van de feiten en omstandigheden van het voorgelegde geval. Daarbij kan de Belastingdienst gebruikmaken van een omstandighedencatalogus, waarin de feiten en omstandigheden voor verschillende jaren worden opgenomen.

Bron: Praktijkhandreiking bedrijfsopvolging vastgoedexploitanten (1 juni 2016)

Vond u dit nuttig?

Gerelateerde onderwerpen