Vergoeding wegens inactiviteit in Nederland belast | Deloitte Nederland

Article

Vergoeding wegens inactiviteit in Nederland belast

De Hoge Raad oordeelt dat de beloning voor een door de werknemer aanvaarde verplichting om in Nederland arbeid te verrichten hier belast is, ook als de werkgever feitelijk geen gebruik maakt van zijn recht op de arbeidsprestatie.

6 september 2022

Vergoeding wegens inactiviteit

De Hoge Raad oordeelt dat een werknemer die na een arbeidsconflict verhuist naar een land waarmee Nederland geen belastingverdrag heeft, en vervolgens nog een vergoeding ontvangt zonder hiervoor daadwerkelijk arbeid te verrichten, hierover in Nederland inkomstenbelasting is verschuldigd. De Hoge Raad gaat hiermee in tegen de conclusie van A-G Niessen, die wij in een eerdere alert besproken hebben.

Casus

X is werknemer en bestuurder van een in Nederland gevestigde vennootschap (hierna: C). Naar aanleiding van een conflict tussen X en de overige bestuurders over de eventuele verkoop van de aandelen in C, is X vrijgesteld van werkzaamheden met behoud van salaris. Op 15 maart 2015 is X geëmigreerd naar Costa Rica en vervolgens per 31 december 2015 uit dienst getreden.

X heeft in 2015 een loon ontvangen van € 90.407, dat ziet op de periode van 1 januari 2015 tot 31 december 2015. De Inspecteur stelt dat dit gehele loon in Nederland belast is. Rechtbank Noord-Holland en Hof Amsterdam zijn het met de Inspecteur eens. Naar het oordeel van het Hof heeft de Rechtbank terecht geoordeeld dat de looninkomsten die X heeft ontvangen voor de periode van 15 maart 2015 tot 31 december 2015 als buitenlands belastingplichtige zijn genoten, namelijk ter zake van het verrichten dan wel hebben verricht van arbeid in dienstbetrekking in Nederland. Advocaat-Generaal Niessen is echter van mening dat de vergoeding niet in Nederland belast is, omdat de werknemer niet in Nederland werkte in de periode dat hij in Costa Rica woonde.

Standpunt belanghebbende

Volgens belanghebbende vereist artikel 7.2, lid 2, aanhef en letter b, van de Wet IB 2001 dat men in Nederland arbeid verricht, om in Nederland te worden belast. In casu is dat niet het geval, aldus belanghebbende. Het desondanks belasten van het inkomen komt dan rechtstreeks in strijd met de bewoordingen van die wetsbepaling, volgens belanghebbende.

Oordeel Hoge Raad

De Hoge Raad oordeelt echter dat artikel 7.2, lid 2, aanhef en letter b, van de Wet IB 2001 ook het loon omvat dat een beloning vormt voor een door de werknemer aanvaarde verplichting om in Nederland arbeid te verrichten. Dit loon wordt genoten ter zake van het in Nederland verrichten van arbeid. Dit geldt eveneens als de werknemer niet daadwerkelijk arbeid verricht, omdat de werkgever geen gebruik maakt van zijn recht op de arbeidsprestatie van de werknemer. Daarom staat de omstandigheid dat tegenover de ontvangen loonbetalingen de overeengekomen werkzaamheden in Nederland niet daadwerkelijk zijn verricht, niet in de weg aan de toepassing van artikel 7.2, lid 2, aanhef en letter b, van de Wet IB 2001.


Bron: HR 2 september 2022, 21/00833, ECLI:NL:HR:2022:1126

Did you find this useful?