Vergoedingen voor adviescolleges en toezichthoudende taken niet belast met btw | Deloitte Nederland

Article

Vergoedingen voor adviescolleges en toezichthoudende taken niet belast met btw

Op 26 juni 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan inzake de vraag of iemand die als voorzitter en lid van bezwarenadviescommies optreedt en daarvoor vacatiegelden ontvangt, aangemerkt kan worden als ondernemer in de zin van de btw.

2 juli 2020

Volgens de Hoge Raad kwalificeert belanghebbende niet als ondernemer voor de btw waardoor de ontvangen vergoedingen niet met btw belast zijn.

Achtergrond

Belanghebbende heeft voor diverse ministeries werkzaamheden verricht als voorzitter en lid van bezwarenadviescommissies. Voor deze werkzaamheden ontvangt zij een vergoeding.

De hoogte van de ontvangen vergoeding staat op voorhand vast en is daarmee niet afhankelijk van het functioneren van belanghebbende.

Uitspraak Hof

Het Hof oordeelde eerder dat belanghebbende voor haar activiteiten wel als ondernemer voor de btw moet worden aangemerkt. Volgens het Hof is sprake van een economische activiteit en verricht belanghebbende haar werkzaamheden voor de bezwarenadviescommissies zelfstandig. Hierdoor is zij over de ontvangen vergoedingen volgens het Hof btw verschuldigd.

Uitspraak Hoge Raad

De Hoge Raad gaat echter niet in dit oordeel van het Hof mee. Volgens de Hoge Raad verricht belanghebbende de betreffende activiteiten niet zelfstandig waardoor geen sprake is van btw-ondernemerschap.

De Hoge Raad acht daarbij met name van belang dat de leden van een bezwarenadviescommissie geen individuele taken en bevoegdheden hebben. Zij verrichten de werkzaamheden voor de bezwarenadviescommissie niet op eigen naam, voor eigen rekening en / of onder eigen verantwoordelijkheid. De leden van de bezwarenadviescommissie lopen dus geen economisch risico, waardoor de leden geen ondernemer zijn voor de btw.

Het gegeven dat de leden wel een inkomensrisico lopen, waarmee wordt bedoeld dat onduidelijk is of en hoe vaak ze advies moeten geven, is volgens de Hoge Raad niet van belang zolang de leden geen economisch risico lopen. 

Belang voor de praktijk

Deze uitspraak is een belangrijk vervolg op het op 13 juni 2019 door het Hof van Justitie EU gewezen IO-arrest waarin het Hof oordeelde dat een toezichthouder van een stichting niet als ondernemer voor de btw kon worden aangemerkt.

De staatssecretaris van Financiën heeft eerder (op 5 juli 2019) aangekondigd dat hij na dit arrest van de Hoge Raad zal bezien of er ruimte is voor een nieuw beleidsbesluit over de btw-plicht van toezichthouders. Naar onze mening biedt deze uitspraak zeker mogelijkheden voor de staatssecretaris om algemene richtlijnen te formuleren.

Of de staatssecretaris dit ook zal doen zullen we moeten afwachten. Zolang er geen nieuwe algemene richtlijnen zijn van de staatssecretaris adviseren wij u om ervan uit te gaan dat u als toezichthouder ondernemer bent voor de btw en daarom over de vergoeding voor uw werkzaamheden btw bent verschuldigd. Door bezwaar te maken tegen de belasting die u op aangifte voldoet, kunt u uw rechten zekerstellen mocht in de toekomst blijken dat u ten onrechte btw in rekening hebt gebracht en op aangifte hebt voldaan.

Mocht u naar aanleiding van bovenstaande vragen hebben, neem dan contact op met uw Deloitte adviseur.

Did you find this useful?