Article

Verhoging verlaagd btw-tarief – geen extra btw op in 2018 betaalde prestaties

In het in 2017 gesloten Regeerakkoord werd duidelijk dat het verlaagde btw-tarief van thans 6% wordt verhoogd tot 9%. De wijziging zal worden opgenomen in het Belastingplan 2019 en per 1 januari 2019 ingaan. Recent is bekend gemaakt dat indien ondernemers in 2018 vooruitbetalingen ontvangen van prestaties die zij in 2019 verrichten zij niet alsnog 3% extra btw moeten voldoen over de in 2019 verrichte prestaties.

8 juni 2018

Geen overgangsregeling

In beginsel bepaalt u het btw-tarief op het moment dat u de btw verschuldigd bent. Dit is het moment waarop u de factuur uitreikt of had moeten uitreiken of, indien er geen factureringsverplichting is (bijvoorbeeld bij prestaties aan consumenten), het moment waarop u de goederenlevering of de dienst verricht. In geval van vooruitbetalingen bent u op het moment van de ontvangst van de betaling btw verschuldigd.

Over het algemeen wordt bij een tariefsverhoging voorzien in een overgangsregeling. Zo werd bij de meest recente tariefsverhoging van het algemene btw-tarief van 19% naar 21% per 1 oktober 2012 bepaald dat voor prestaties die verricht werden op of na 1 oktober 2012 het tarief van 21% gold. Indien was vooruitbetaald moest per 1 oktober 2012 alsnog 2% extra btw over de vooruitbetaling worden voldaan aan de belastingdienst.

Recent heeft staatsecretaris van Financiën Snel bekend gemaakt dat een dergelijke overgangsregeling niet zal worden opgenomen in het Belastingplan 2019 bij de verhoging van het verlaagde btw-tarief. Dat betekent dat indien sprake is van een betaling voor een prestatie vóór 1 januari 2019, maar de prestaties in 2019 wordt verricht, geen correctie naar het hogere btw-tarief van 9% hoeft plaats te vinden.
Ondernemers kunnen dus volstaan met het voldoen van 6% btw in het tijdvak waarin zij de betaling hebben ontvangen.

Goederen en diensten waarvoor de tariefsverhoging geldt

Het verlaagde btw-tarief is in Nederland van toepassing op een scala van goederen en diensten. De verhoging heeft dus effect op de verschuldigde btw van verschillende goederen en diensten. Zonder daarbij volledigheid na te streven, noemen wij in het bijzonder:

  • Eten en drinken
  • Geneesmiddelen, verbandmiddelen en diverse medische hulpmiddelen
  • Kunstvoorwerpen
  • Boeken
  • Bloemen, planten en boomkwekerijproducten
  • Het gelegenheid geven tot sportbeoefening.
  • Diensten van de fietsenmaker, schoenmaker, kleermaker en kappers
  • Het schilderen en stukadoren van woningen en het aanbrengen van op energiebesparing gericht isolatiemateriaal aan vloeren, muren en daken. Beiden wanneer dit plaatsvindt na meer dan twee jaren na het tijdstip van eerste ingebruikneming.
  • Personenvervoer
  • Hotelovernachtingen en het verhuren van een campingplaats
  • Restaurantdiensten
  • Het verlenen van toegang tot circussen, dierentuinen, musea en muziek- en toneeluitvoeringen, bioscopen, sportwedstrijden en attractieparken.
  • Het verrichten van schoonmaakwerkzaamheden binnen woningen.

Praktische gevolgen

Hoewel het bericht van de Staatssecretaris ervoor zorgt dat ondernemers niet worden geconfronteerd met de administratieve lasten van het corrigeren van de btw voor vooruitbetalingen, zijn er diverse belangrijke praktische gevolgen van de tariefsverhoging waar u mogelijk rekening mee moet houden. Wij noemen hierbij in het bijzonder:

  • Aanpassingen in het ERP-systeem
  • Aanpassing van de prijzen
  • Rekening houden met de tariefsverhoging in offertes voor prestaties die in 2019 of daarna worden verricht indien niet wordt vooruitbetaald in 2018.  
Vond u dit nuttig?