Verhuurderheffing voor anti-kraakwoningen en leegstandwetwoningen | Deloitte Nederland

Article

Verhuurderheffing voor anti-kraakwoningen en leegstandwetwoningen

De Hoge Raad oordeelt dat ook woningen die tijdelijk worden verhuurd, in afwachting van afbraak, binnen het bereik van de verhuurderheffing vallen.

22 augustus 2018

Verhuurderheffing

De verhuurderheffing geldt voor verhuurders met meer dan vijftig (tot 1 januari 2018: tien) voor verhuur bestemde woningen in de gereguleerde sector. Tot de gereguleerde sector behoren woningen waarvan de huurprijs niet hoger is dan de huurtoeslaggrens. De heffing is primair bedoeld om extra overheidsinkomsten te genereren. Voor toepassing van de verhuurderheffing moet onder andere sprake zijn van een ‘in Nederland gelegen voor verhuur bestemde woning’. In een recente procedure voor de Hoge Raad kwam de vraag aan bod of tijdelijk verhuurde anti-kraakwoningen en leegstandwetwoningen, waarbij het voornemen bestaat om de woningen af te breken, terecht in de verhuurderheffing zijn betrokken.

Rechtstreeks verband

Een gemeente heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot van 62 anti-kraakwoningen en 30 leegstandwetwoningen. De gemeente is voornemens om deze woningen af te breken. In afwachting van de afbraak worden de woningen tegen een vergoeding tijdelijk verhuurd aan derden. In geschil is of de woningen kunnen worden aangemerkt als ‘voor verhuur bestemde’ woningen in de zin van de verhuurderheffing. Hof ’s-Hertogenbosch is van oordeel dat de anti-kraakwoningen en leegstandswetwoningen binnen het bereik van de verhuurderheffing vallen. Het Hof stelde hierbij vast dat er een rechtstreeks verband bestaat tussen de betalingsverplichting en het ter beschikking stellen van het desbetreffende object als (tijdelijke) woning. De gemeente heeft tegen dit oordeel cassatieberoep aangetekend.

Eenvoud en uitvoerbaarheid

De Hoge Raad overweegt dat uit de wetsgeschiedenis blijkt dat eenvoud en uitvoerbaarheid bij de vormgeving van de verhuurderheffing een grote rol hebben gespeeld. Daarnaast heeft de wetgever bij de bepaling van de belastinggrondslag beoogd zoveel mogelijk te abstraheren van het gedrag en de keuzes van de belastingplichtige. De Hoge Raad neemt daarom als uitgangspunt dat op de peildatum daadwerkelijk verhuurde woningen als ‘voor de verhuurde bestemde’ woningen moeten worden aangemerkt. Door dit uitgangspunt worden verhuurders zoveel mogelijk gelijk behandeld. Ook woningen die op de peildatum leeg staan, maar wel voor een bepaald bedrag te huur worden aangeboden zijn dus voor verhuur bestemd. De Hoge Raad geeft aan dat de doelstelling waarmee de verhuur plaatsvindt – in dit geval het realiseren van stedelijke (her)ontwikkeling en het tegengaan van vandalisme en verloedering - in dit kader niet van belang is. De anti-kraakwoningen en leegstandwetwoningen van de gemeente vallen dus binnen het bereik van de verhuurderheffing.


Bron: HR 17 augustus 2018, 17/04317, ECLI:NL:HR:2018:1313

Vond u dit nuttig?