Verhuurderheffing voor hofjeswoningen | Deloitte

Article

Verhuurderheffing voor hofjeswoningen

Hofjeswoningen die tegen een geringe vergoeding worden verhuurd vallen binnen het bereik van de verhuurderheffing.

4 Juli 2017

Verhuurderheffing

De verhuurderheffing geldt voor verhuurders van woningen in de gereguleerde sector. Tot de gereguleerde sector behoren woningen waarvan de huurprijs niet hoger is dan de huurtoeslaggrens (2017: maximaal € 710,68 per maand). De heffing is primair bedoeld om extra overheidsinkomsten te genereren. Voor toepassing van de verhuurderheffing moet onder andere sprake zijn van een ‘in Nederland gelegen voor verhuur bestemde woning’. Een huurovereenkomst is in het burgerlijk recht gedefinieerd als een overeenkomst waarbij de verhuurder zich verbindt aan de huurder een zaak in gebruik te verstrekken, en de huurder zich verbindt tot een tegenprestatie. In onderhavige kwestie kwam onder andere de vraag aan bod of bij hofjeswoningen die tegen een gering bedrag ter beschikking worden gesteld, wel sprake is van een reële tegenprestatie. Indien die vraag bevestigend wordt beantwoord, is sprake van verhuur binnen het bereik van de verhuurderheffing.


Hofje

Een stichting beheert een hofje met vijfenveertig hofjeswoningen. Doel van deze stichting is om de woningen gratis, of zo goedkoop mogelijk, ter beschikking te stellen aan minder draagkrachtige alleenstaande vrouwen. De gemiddelde bijdrage van de bewoonsters bedroeg EUR 50 per maand. Deze bijdrage hing onder andere af van het voorzieningenniveau en de grootte en locatie van de woning. De bijdrage werd niet jaarlijks geïndexeerd of verhoogd. Betalingen voor energie en water kwamen ten laste van de bewoonsters zelf. Daarentegen werden gemeentelijke lasten betaald door de stichting. Ook andere kosten gemaakt ten behoeve van de instandhouding en exploitatie van de woningen kwamen voor rekening van de stichting.


Symbolische vergoedingen?

Kern van het geschil is de vraag of de stichting belastingplichtig is voor de verhuurderheffing. Volgens de stichting dient deze vraag ontkennend beantwoord te worden, aangezien aan de definitie van ‘huur’ niet zou zijn voldaan. De stichting meent dat geen sprake is van maandelijkse betalingen die gelden als rechtstreekse tegenprestatie voor het in gebruik verstrekken van een woning, vanwege de geringe, slechts symbolische vergoeding. De Hoge Raad oordeelt dat wel degelijk sprake is van een voldoende bepaalbare tegenprestatie. Dat de bijdragen van de bewoonsters lager zijn dan de totale kosten die door de stichting worden gemaakt voor de instandhouding en exploitatie van de woningen doet hier niet aan af. Ook de omstandigheid dat rekening wordt gehouden met de inkomens- en vermogenspositie van de potentiële bewoners is niet van belang. Ten slotte is niet relevant dat de stichting geen gebruik maakt van de wettelijke mogelijkheid om de maandelijkse bijdragen periodiek te verhogen. Aangezien sprake is van een rechtstreeks verband tussen de betalingsverplichting en het ter beschikking stellen van de woning, worden de hofjeswoningen als huurwoningen aangemerkt die onder de reikwijdte van de verhuurderheffing vallen.


Bron: Hoge Raad 23 juni 2017, 16/00967, ECLI:NL:HR:2017:1131

Vond u dit nuttig?

Gerelateerde onderwerpen