Verplicht gebruik eHerkenning voor aangifte loonheffingen heeft wettelijke basis | Deloitte Nederland

Article

Verplicht gebruik eHerkenning voor aangifte loonheffingen heeft wettelijke basis

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de Algemene wet inzake rijksbelastingen wel degelijk een wettelijke grondslag biedt voor het verplicht stellen van eHerkenning bij het doen van aangifte loonheffingen.

12 december 2022

Verplicht gebruik eHerkenning?

Rechtbank Gelderland heeft in februari 2022 geoordeeld dat de belastingdienst eHerkenning niet verplicht mag stellen voor het doen van aangifte loonheffingen, omdat een wettelijke basis hiervoor zou ontbreken. Bovendien is de rechtbank van oordeel dat belastingplichtigen niet geconfronteerd mogen worden met kosten voor het aanschaffen van een inlogmiddel (eHerkenning) om aan hun aangifteverplichting te kunnen voldoen. De rechtbank vernietigde een naheffingsaanslag loonheffing over het tijdvak maart 2020, omdat de inhoudingsplichtige in kwestie wel tijdig aangifte wilde doen via het webportal van de belastingdienst. Dat bleek echter niet mogelijk omdat zij niet over het vereiste authenticatiemiddel beschikte (eHerkenning op niveau 3).

Cassatie in belang der wet

De inspecteur stelde geen hoger beroep in tegen deze uitspraak, omdat de naheffingsaanslag ten onrechte bleek te zijn opgelegd. De staatssecretaris liet echter uitdrukkelijk weten zich niet te kunnen verenigen met de overwegingen van de rechtbank. A-G Niessen heeft daarin aanleiding gezien om cassatieberoep in te stellen in het belang der wet.

In reactie hierop heeft de Hoge Raad op 2 december 2022 geoordeeld dat artikel 3a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en de Regeling elektronisch berichtenverkeer belastingdienst wel degelijk een wettelijke basis bieden voor het verplicht stellen van eHerkenning bij het doen van aangifte loonheffingen. Het voldoen aan een wettelijke aangifteverplichting hoeft ook niet kosteloos te zijn. Wel moet het evenredigheidsbeginsel in acht worden genomen. De verplichting en de kosten die hiermee samenhangen moeten in redelijke verhouding staan tot de daarmee te dienen doelen.

De Hoge Raad stelt in dit verband vast dat de verplichting tot gebruik van eHerkenning voortkomt uit de wens van de regering om privacygevoelige persoonsgegevens in de aangifte beter te beschermen. Dit in overeenstemming met de eisen die de Algemene verordening gegevensbescherming stelt. Verder oordeelt de Hoge Raad dat de kosten van eHerkenning op niveau 3 voor organisaties die een loonadministratie moeten voeren niet onevenredig hoog zijn. De Hoge Raad concludeert dan ook dat de staatssecretaris in redelijkheid tot de door hem gemaakte keuzes heeft kunnen komen. Dit neemt niet weg dat de naheffingsaanslag terecht vernietigd is, omdat belanghebbende over het tijdvak maart 2020 geen loonheffing verschuldigd was.


Bron: HR 2 december 2022, 22/01627, ECLI:NL:HR:2022:1787

Did you find this useful?