Volgens EC vormt vrijstelling voor Belgische en Franse havens staatssteun | Deloitte

Article

Volgens EC vormt vrijstelling voor Belgische en Franse havens staatssteun

De Europese Commissie stelt dat België en Frankrijk de subjectieve vrijstelling van vennootschapsbelasting voor zee- en binnenhavens vóór het einde van dit jaar moeten schrappen.

16 augustus 2017

Belastingvrijstelling zee- en binnenhavens

België en Frankrijk kennen een subjectieve vrijstelling van vennootschapsbelasting voor zee- en binnenhavens. Hierdoor hoeven havenexploitanten in deze landen geen belasting te betalen over door hen behaalde winsten. Dit in afwijking van het reguliere vennootschapsbelastingregime, op grond waarvan winsten die worden behaald met een economische activiteit wel aan de vennootschapsbelasting worden onderworpen. Volgens de Europese Commissie kwalificeert dit voordeel voor de Belgische en Franse havenbedrijven als ongeoorloofde staatssteun.


Staatssteun

Omdat de Belgische en Franse havens zijn vrijgesteld van de heffing van vennootschapsbelasting worden zij bevoordeeld ten opzichte van andere ondernemingen. Dit vormt een selectief voordeel voor het havenbedrijf, wat verboden is onder de Europese staatssteunregels. Voor deze afwijkende – voordelige – fiscale behandeling bestaat geen rechtvaardiging, bijvoorbeeld een duidelijke doelstelling van algemeen belang zoals het stimuleren van mobiliteit of multimodaal transport. Daarom kan de vrijstelling in beide landen volgens de Europese Commissie niet in stand blijven. België en Frankrijk moeten hun fiscale wetgeving dan ook vóór 31 december 2017 hebben aangepast, zodat binnenlandse havens met ingang van het jaar 2018 aan het reguliere vennootschapsbelastingregime zijn onderworpen. Omdat de Belgische en de Franse vrijstelling al bestonden vóór de oprichting van de EU, hoeven voordelen uit eerdere jaren niet te worden teruggevorderd.


Nederlandse havens

In januari 2016 oordeelde de Europese Commissie reeds dat de Nederlandse vrijstelling voor de vennootschapsbelasting ten gunste van het Nederlandse havenbedrijf ook staatssteun vormt. Naar aanleiding hiervan heeft Nederland deze vrijstelling voor boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2017 buiten werking gesteld. Ten tijde van de discussie over de Nederlandse vrijstelling maakte het kabinet wel duidelijk dat het niet nemen van een vergelijkbare beslissing voor de Belgische en Franse vrijstellingen zou kunnen leiden tot concurrentievervalsing binnen de interne markt. Door de onderhavige beslissing van de Europese Commissie wordt dit probleem nu opgelost.


Steun voor het havenbedrijf

Hoewel de subjectieve vrijstellingen voor het havenbedrijf binnen de EU dus als staatssteun zijn aangemerkt, heeft de Europese Commissie andere regels juist versoepeld. Hierdoor kan de realisatie van doelstellingen in de vervoerssector worden bevorderd en worden investeringen in infrastructuur vergemakkelijkt. Zo zijn de regels voor overheidsinvesteringen in havens vereenvoudigd. Hierdoor kunnen lidstaten in beginsel zonder voorafgaande controle door de Europese Commissie tot EUR 150 miljoen investeren in zeehavens en tot EUR 50 miljoen in binnenhavens. Dezelfde versoepeling geldt voor investeringen in regionale luchthavens die tot 3 miljoen passagiers per jaar verwerken.


Bron: Persbericht van de Europese Commissie van 27 juli 2017 (IP/17/2181), persbericht van de Europese Commissie van 17 mei 2017 (IP/17/1341) en MEMO/17/1342

Vond u dit nuttig?

Gerelateerde onderwerpen