Waar is een werknemer op niet EU-gevlagd schip verzekerd? | Deloitte

Article

Waar is een werknemer op niet EU-gevlagd schip verzekerd?

De Hoge Raad heeft het HvJ EU om uitsluitsel gevraagd waar een werknemer verzekerd is die inwoner is van Letland en ook de Letse nationaliteit heeft, maar die buiten de EU werkt voor een Nederlandse werkgever op een schip met een niet-EU vlag.

1 november 2017

Zeeschip niet EU-gevlagd

Een werknemer met de Letse nationaliteit en inwoner van Letland, was in dienst van een Nederlandse werkgever. Hij werkte buiten de EU aan boord van een zeeschip dat onder de vlag van de Bahama’s vaart. De Europese verordening 883/2004, die de aanwijsregels bevat om vast te stellen welke socialezekerheidswetgeving van toepassing is, kent geen specifieke aanwijsregel voor deze situatie. De hoofdregel is namelijk dat iemand verzekerd is in de lidstaat waar hij werkt. Voor werknemers in de scheepvaart geldt dat zij verondersteld worden te werken in de lidstaat waarvan het schip de vlag voert. In deze zaak is dat de vlag van de Bahama’s, dus geen EU-lidstaat.

Zaak Kik

Exact dezelfde situatie deed zich voor in de zaak Kik, waarover het Hof van Justitie EU in 2015 uitspraak deed. De heer Kik woonde in Nederland en was buiten de EU werkzaam voor een Zwitserse werkgever aan boord van een schip met de Panamese vlag. Het HvJ EU paste in zijn uitspraak de zogenoemde ‘Aldewereld-leer’ toe. Deze leer houdt in dat in een situatie waarin iemand werkzaamheden verricht buiten de EU die een voldoende nauw aanknopingspunt hebben met de EU, deze werkzaamheden worden ‘toegerekend’ aan de EU. Dit doet zich voor indien de werknemer in een EU-lidstaat woont en werkt voor een werkgever die in de EU is gevestigd.

Van belang onder Verordening 883/2004?

Het arrest in de zaak Kik is echter gewezen onder de ‘oude’ EU-Verordening 1408/71. Rechtbank Zeeland-West Brabant was er niet zeker van of het arrest Kik nog belang heeft onder de huidige Verordening 883/2004. Die kent namelijk een ‘vangnetbepaling’ inhoudende dat degenen die niet in een EU-lidstaat werken, geen ambtenaar zijn, geen ww-uitkering ontvangen en niet zijn opgeroepen voor militaire dienst, in hun woonstaat verzekerd zijn.

Er zijn nu twee zienswijzen mogelijk:

  1. de lijn die is uitgezet in de zaak Kik (en daarvoor in de zaak Aldewereld) geldt ook onder verordening 883/2004 omdat de vangnetbepaling niet van toepassing is. Voor een werknemer zoals in deze zaak, die zijn werkzaamheden weliswaar buiten de EU verricht maar voldoende personele en territoriale aanknopingspunten met de EU heeft, wijst de Verordening geen toepasselijke wetgeving van een lidstaat aan omdat niet in deze situatie is voorzien. Dit leidt tot toepassing van Nederlandse wetgeving.
  2. De vangnetbepaling is wel van toepassing, omdat toepassing van de aanwijsregels leidt tot wetgeving van de Bahama’s, maar dat is geen lidstaat. Volgens deze benadering zijn de arresten Aldewereld en Kik alleen relevant als geen geschreven aanwijsregel rechtstreeks van toepassing is. In deze zaak is die aanwijsregel er wel, namelijk de vangnetbepaling.


De Hoge Raad is er niet zeker van welke zienswijze juist is en heeft hierover prejudiciële vragen gesteld aan het HvJ EU. Het is nu afwachten hoe het HvJ EU zal oordelen.


Bron:

Hoge Raad 27 oktober 2017, nr. 17/01041, ECLI:NL:HR:2017:2681

Vond u dit nuttig?

Gerelateerde onderwerpen