Waardering giften in natura | Deloitte

Article

Waardering giften in natura

Voor toepassing van de giftenaftrek in de inkomstenbelasting geldt dat giften in natura gewaardeerd moeten worden naar de waarde in het economische verkeer, ook al gaat het om voorwerpen waarin niet gehandeld mag worden.

15 november 2017

Giftenaftrek inkomstenbelasting

Voor de heffing van inkomstenbelasting gelden verschillende persoonsgebonden aftrekposten die op het inkomen in mindering mogen worden gebracht. Een van deze aftrekposten is de giftenaftrek. Een gewone, niet-periodieke, gift kan boven een bepaalde drempel en tot maximaal 10% van het verzamelinkomen (vóór toepassing van de persoonsgebonden aftrek) in aftrek worden gebracht. Daarvoor is vereist dat de gift wordt gedaan aan een algemeen nut beogende instelling (anbi) of aan een steunstichting van een sociaal belang behartigende instelling. Meestal bestaat een gift uit een geldbedrag, maar de wet sluit niet aan dat een gift in natura wordt gedaan. Hoe de giftenaftrek in zo’n geval moet worden toegepast, is onlangs door de Hoge Raad verduidelijkt.

Voorwerpen van luipaardvellen

Belanghebbende en zijn broer zijn erfgenamen van hun in 2013 overleden moeder. Tot de nalatenschap behoorden enkele voorwerpen die uit luipaardbont zijn vervaardigd. De voorwerpen zijn zo’n vijftig jaar daarvoor vervaardigd van twee luipaardhuiden die hun vader uit Oost-Afrika had meegenomen. De voorwerpen zijn in 2014 door belanghebbende en zijn broer geschonken aan een museum. Het museum is een culturele anbi. Belanghebbende wil voor deze schenking giftenaftrek claimen naar een bedrag van € 7.242. In geschil is welke waarde voor de giftenaftrek in aanmerking moet worden genomen. De inspecteur meent namelijk dat aan de voorwerpen geen waarde toekomt, omdat de handel in luipaardhuiden en voorwerpen daarvan is verboden.

Waardering naar vervangingswaarde?

Het bedrag van € 7.242 dat belanghebbende als aftrekpost claimt, is gebaseerd op de vervangingswaarde van de voorwerpen. Belanghebbende betoogt dat bij afwezigheid van een legale markt de waarde van de voorwerpen moet worden bepaald aan de hand van de kosten die verbonden zijn aan de enige legale manier om de voorwerpen te vervangen. De waarde is dan gelijk aan de kosten van het zelf (laten) vervaardigen van de voorwerpen uit zelf geïmporteerde huid van een met een vergunning zelf geschoten luipaard. Rechtbank Den Haag oordeelt dat dit geen reële waarde in het economische verkeer is van reeds bestaande en al tientallen jaren oude voorwerpen.

Waarde in het economische verkeer is bepalend

Hof Den Haag stelt voorop dat de geschonken voorwerpen ondanks het handelsverbod een geldelijke waarde hebben. Omdat belanghebbende de giftenaftrek claimt, dient hij aannemelijk te maken dat de voorwerpen een hogere waarde hebben dan de drempel voor de giftenaftrek (1% van het verzamelinkomen vóór toepassing van de persoonsgebonden aftrek). Daarin is hij naar het oordeel van het hof niet geslaagd. De Hoge Raad onderschrijft het oordeel van het hof. Hij overweegt in het algemeen dat giften in natura gewaardeerd moeten worden naar de waarde in het economische verkeer. De stelling van de inspecteur dat het handelsverbod tot een waarde van nihil leidt, gaat dus niet op. De wijze van waardebepaling die belanghebbende voorstaat, is evenmin daarmee in overeenstemming.


Bron: Hoge Raad 10 november 2017, nr. 17/00841, ECLI:NL:HR:2017:2825

Vond u dit nuttig?

Gerelateerde onderwerpen