Webinar 18 februari 10:00 | Deloitte Nederland

Article

Webinar 18 februari 10:00

Prejudiciële vragen aan Hof van Justitie over toepassing btw-vrijstelling op dienstverlening aan pensioenfondsen met een voorwaardelijke middelloonregeling

Rechtbank Arnhem stelt prejudiciële vragen over toepassing van de btw-vrijstelling op dienstverlening aan pensioenfondsen die een voorwaardelijke middelloonregeling (DB regeling zonder bijstortverplichting of CDC regeling) uitvoeren

10 February 2022

Dit is een enorme doorbraak voor de pensioensector na jarenlang procederen.

Graag spreken wij u 18 februari om 10:00 bij op het seminar van Frederike Manzoni en Tim Jansen. Frederike is direct betrokken geweest bij de gevoerde procedures bij rechtbank Arnhem en kan u alle ins en outs vertellen. U kunt zich aanmelden voor het webinar via Zmetindemir@deloitte.nl.

Stel uw rechten veilig

Als u als vermogensbeheerder/ pensioenuitvoerder (“beheerder”) of pensioenfonds nog geen actie heeft ondernomen dan raden wij u aan op eigen positie dan wel via uw beheerder bezwaar te maken tegen de voldoening van de btw over de vermogensbeheerdiensten en/of uitvoeringskosten . Uiteraard helpen wij u daarbij graag. Voor eventuele vragen die u reeds heeft kunt u ons bereiken via fmanzoni-vandekuilen@deloitte.nl of tjansen@deloitte.nl.

Achtergrond

Al jaren lang procederen pensioenfondsen over hun btw positie en met name over de btw die drukt op de inkoop van hun pensioen- en vermogensbeheerdiensten. Deze btw kunnen pensioenfondsen niet verrekenen waardoor pensioenfondsen worden geconfronteerd met hogere uitvoeringskosten. De pensioenfondsen zijn van mening dat zij ten onrechte als een “verzekeraar” worden aangemerkt en vinden dat zij veeleer vergelijkbaar zijn met een collectief beleggingsfonds (icbe). Als collectief beleggingsfonds kunnen de uitvoeringskosten namelijk vrij van btw worden ingekocht.

Nederlandse pensioenfondsen voeren veelal een voorwaardelijke middelloonregeling uit (DB regeling zonder bijstortverplichting of een CDC regeling). Een middelloonregeling houdt in dat in de basis wordt gestreefd naar een pensioen op basis van het gemiddeld verdiende salaris over de jaren waarin de deelnemers pensioen opbouwen. Het betreft echter te allen tijde een voorwaardelijke toezegging. Er is geen bijstortverplichting voor de werkgevers en in een situatie van onderdekking worden sturingsmiddelen ingezet. Hierdoor komt een tegen vallend beleggingsresultaat uiteindelijk ten laste van (het collectief van) de deelnemers.

De Hoge Raad heeft in 2016 geoordeeld dat de deelnemers in een Nederlandse pensioenregeling onvoldoende risico lopen om deze gelijk te stellen met een icbe. Sinds de kredietcrisis is ons echter allemaal duidelijk geworden dat deelnemers wel degelijk risico lopen. Zo hebben veel pensioenfondsen de premie moeten verhogen dan wel de opbouw moeten verlagen, waardoor deelnemers minder pensioen zullen ontvangen dan aanvankelijk is beoogd. Een tiental pensioenfondsen (waaronder ondernemingspensioenfondsen, bedrijfstakpensioenfondsen en beroepspensioenfondsen) heeft de zaak bij de rechtbank in Arnhem gebracht en betoogd dat de Hoge Raad de vrijstelling voor collectieve beleggingsfondsen te beperkt heeft uitgelegd. Rechtbank Arnhem volgt partijen hierin en besluit het Hof van Justitie te vragen of een Nederlandse middelloonregeling kan kwalificeren als een collectief beleggingsfonds.

Dit besluit is enorme stap voorwaarts voor de pensioensector. Eerder oordeelde de rechtbank in Noord Nederland al dat een pensioenfonds geen verzekeringshandeling verricht. Het aloude idee dat een pensioenfonds een verzekeraar is, was hierdoor al aan het wankelen gebracht. Ook rechtbank Arnhem volgt de gedachte dat een pensioenfonds veeleer een beleggingsfonds is maar is van mening dat voor de vraag of het kan kwalificeren als een collectief beleggingsfonds in de zin van de btw vrijstelling, de uitleg van het Unierecht nodig is.

Did you find this useful?