Titel

Article

Werkelijk gebruik methode vaker toepasbaar

Deloitte perspectief

Ondernemers die zowel belaste als vrijgestelde prestaties verrichten bepalen de mate van aftrek van voorbelasting op hun gemengde kosten in beginsel volgens een pro rata dat is gebaseerd op omzetverhoudingen. Indien het werkelijk gebruik echter als geheel genomen niet overeenkomt met de aldus berekende verhouding kan de mate van aftrek aan de hand van het werkelijk gebruik worden bepaald. Naar onze mening is deze werkelijk gebruik methode vaker toe te passen dan thans in de praktijk gebeurt.

1 maart 2018

Aftrek van btw op gemengde kosten

Wanneer een ondernemer goederen of diensten aankoopt die hij gebruikt voor belaste of vrijgestelde prestaties, kan hij slechts een deel van de btw in aftrek brengen. De mate van aftrek berekent hij door zijn belaste omzet te delen door zijn totale omzet (belaste en vrijgestelde omzet). Dit wordt pro rata genoemd.

Kan de ondernemer echter aannemelijk maken dat de aldus berekende mate van aftrek niet in overeenstemming is met het werkelijk gebruik dan kan de ondernemer de mate van aftrek aan de hand van het werkelijk gebruik bepalen. Gedacht kan bijvoorbeeld worden aan een berekening op basis van oppervlakteverhoudingen of fte’s. Ook de Belastingdienst kan overigens aannemelijk maken dat het werkelijk gebruik niet overeenstemt met de berekende pro rata.  

Voorwaarden voor toepassing van de werkelijk gebruik methode in Nederland

De Nederlandse Hoge Raad heeft een aantal malen moeten oordelen over de toepassing van de werkelijk gebruik methode. Uit deze jurisprudentie volgt dat het werkelijk gebruik objectief en nauwkeurig moet worden vastgesteld. Het werkelijk gebruik mag dus niet bij benadering vastgesteld worden. Ook is het volgens de Hoge Raad niet toegestaan om het werkelijk gebruik toe te passen op een deel van een gebouw, tenzij dat gedeelte zich leent voor volledig zelfstandig gebruik.

Volgens de Staatssecretaris geldt alleen voor goederen waarop voor de btw gedurende langere periode wordt herzien (hierna: herzieningsgoederen) dat het werkelijk gebruik per goed mag worden vastgesteld. Voor andere goederen en diensten mag het werkelijk gebruik alleen worden toegepast wanneer voor die goederen en diensten gezamenlijk genomen komt vast te staan dat het werkelijk gebruik niet overeenstemt met de berekende pro rata. Door deze beperking wordt de werkelijk gebruik methode in de praktijk met name toegepast op herzieningsgoederen. Herzieningsgoederen zijn onroerende zaken en rechten daarop en roerende zaken waarop voor de inkomsten- en vennootschapsbelasting wordt afgeschreven.  

Europese jurisprudentie

Ook het Hof van Justitie heeft enkele malen moeten oordelen over de werkelijk gebruik methode. Uit deze jurisprudentie volgt dat de methode een ruim toepassingsbereik heeft. Zo biedt de werkelijk gebruik methode volgens het Hof van Justitie ook grondslag om de aftrek van btw voor de leaseactiviteiten van een bank te bepalen aan de hand van een deel van de omzet. Belangrijk is dat het werkelijk gebruik aan de hand van objectieve maatstaven kan worden vastgesteld en dat de werkelijk gebruik methode een nauwkeuriger resultaat geeft dan de omzetmethode. De gebruikte methode hoeft echter niet de meest nauwkeurige te zijn.

De werkelijk gebruik methode mag door lidstaten niet worden verheven tot algemene primaire methode om de mate van aftrek van voorbelasting te bepalen. Lidstaten hebben de mogelijkheid de mate van aftrek aan de hand van het gebruik van goederen en diensten of een deel daarvan voor een specifieke activiteit (handeling of situatie) te bepalen.

Werkelijk gebruik methode vaker toepasbaar

De jurisprudentie van het Hof van Justitie laat naar onze mening zien dat de werkelijk gebruik methode vaker kan worden toegepast dan thans in de praktijk het geval is. Zo kan het werkelijk gebruik van een pand naar onze mening ook deels aan de hand van omzet en deels aan de hand van oppervlakten worden vastgesteld, waardoor de werkelijk gebruik methode ook toepasbaar is voor panden waarin zich gemengd gebruikte ruimten vinden. Tevens lezen wij in de jurisprudentie niet de beperking van de Staatssecretaris dat voor niet-herzieningsgoederen het werkelijk gebruik niet per goed of dienst zou kunnen worden vastgesteld. Ook is het naar onze mening mogelijk om de werkelijk gebruik methode toe te passen voor kosten die zien op een bepaalde activiteit (niet zijnde een afzonderlijke sector) binnen het bedrijf, bijvoorbeeld aan de hand van de omzet die wordt behaald met die activiteit.

Omdat de Nederlandse rechter verplicht is de Nederlandse regelgeving zo veel mogelijk in overeenstemming met de Btw-richtlijn uit te leggen, kan door middel van een richtlijnconforme interpretatie van de werkelijk gebruik regeling in Nederland het werkelijk gebruik ook als methode worden toegepast in de hiervoor door ons genoemde gevallen. Een richtlijnconforme uitleg ten nadele van belastingplichtigen achten wij – onder voorwaarden – overigens eveneens mogelijk. Echter, zolang de staatssecretaris niet terugkomt op zijn uitleg van de werkelijk gebruik methode in Nederland, stuit een richtlijnconforme uitleg te nadele van de belastingplichtige af op het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel.

Advies

Wij adviseren u om u niet te laten beperken door de arresten van de Hoge Raad en de visie van de staatssecretaris van Financiën ten aanzien van de toepassing van de werkelijk gebruik methode en te onderzoeken wat uw mogelijkheden zijn. Uiteraard zijn wij u daarbij graag behulpzaam.

Vond u dit nuttig?