Wetsvoorstel terugvordering staatssteun ingediend bij Tweede Kamer

Article

Wetsvoorstel terugvordering staatssteun ingediend bij Tweede Kamer

Dit wetsvoorstel voorziet in een sluitende set nationaalrechtelijke grondslagen voor terugvordering van ongeoorloofde staatssteun. Voor fiscale steun wordt aangesloten bij het bestaande instrumentarium van navordering en naheffing, maar dan zonder beperkende voorwaarden.

12 juli 2017

English version

Ongeoorloofde staatssteun

De Europese Commissie controleert of lidstaten van de EU de Unierechtelijke staatssteunregels op de juiste wijze toepassen. Wil sprake zijn van ongeoorloofde staatsteun, dan dient (kort gezegd) aan de volgende voorwaarden te zijn voldaan:

1.  het voordeel moet toerekenbaar zijn aan de staat en worden bekostigd uit overheidsmiddelen;

2.  de maatregel moet ten goede komen aan bepaalde (categorieën van) ondernemingen;

3.  de begunstigde had het economische voordeel niet onder normale marktomstandigheden kunnen verkrijgen;

4.  het handelsverkeer tussen de lidstaten wordt hierdoor ongunstig beïnvloed.     

Een voorgenomen steunmaatregel moet worden gemeld bij de Europese Commissie, die de maatregel toetst aan de staatssteuncriteria. Wanneer een EU lidstaat echter een maatregel invoert zonder dat deze ter goedkeuring aan de Europese Commissie is voorgelegd, kan de Europese Commissie, als deze meent dat de ingevoerde maatregel ongeoorloofde staatssteun is, de lidstaat in kwestie opdragen om het volledige bedrag van het voordeel inclusief rente terug te vorderen. Het doel hiervan is dat het marktvoordeel dat de begunstigde door de staatssteun ten opzichte van zijn concurrenten heeft genoten ongedaan te maken en de voorheen bestaande marktsituatie te herstellen. Hoewel een en ander geschiedt volgens de bepalingen van nationaal recht, rust op de lidstaten in dit verband een resultaatsverplichting om de staatssteun binnen de gestelde termijn terug te vorderen.


Wetsvoorstel terugvordering staatssteun 

Omdat gebleken is dat het Nederlandse recht niet in alle gevallen adequaat is toegesneden op situaties waarin ongeoorloofde staatssteun moet worden teruggevorderd, is op 6 juli 2017 een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer ingediend waarin een sluitende set regels is opgenomen voor dergelijke terugvorderingsacties. Het wetsvoorstel voorziet derhalve in een zelfstandige wettelijke grondslag. Qua rechtsbescherming is voorzien in een bezwaarprocedure bij het bestuursorgaan dat de terugvorderingsbeschikking vaststelt en een beroepsprocedure in eerste en enige aanleg bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb).

Bij wijze van uitzondering wordt voor fiscale staatssteun aansluiting gezocht bij het bestaande instrumentarium van navorderingsaanslagen en naheffingsaanslagen en de daarbij behorende rechtsbescherming. De gedachte hierachter is dat buiten twijfel moet worden gesteld dat fiscale steun als belasting wordt teruggevorderd. Ook wordt de belastingrechter het beste in staat geacht om te beoordelen of het teruggevorderde bedrag op de juiste wijze is berekend. Een essentieel verschil met het gewone belastingrecht is dat de voorwaarden en termijnen die zijn verbonden aan het opleggen van navorderings- en naheffingsaanslagen niet gelden voor de terugvordering van staatssteun. De enige beperking in de tijd is gebaseerd op het Unierecht zelf. De bevoegdheid van de Europese Commissie om terugvordering te bevelen vervalt namelijk tien jaar na het tijdstip waarop de staatsteun is verleend. Die termijn kan echter onder omstandigheden worden gestuit.


Vetrouwensbeginsel

In de toelichting op het wetsvoorstel is verder nog opgemerkt dat uit jurisprudentie van het Hof van Justitie EU blijkt dat een beroep van de belastingplichtige op de omstandigheid dat hij erop mocht vertrouwen dat de nationale instelling de steun rechtmatig aan hem verstrekte weinig kans van slagen heeft. Nationaalrechtelijke bepalingen en beginselen, zoals het vertrouwensbeginsel, zijn ondergeschikt aan het Europeesrechtelijke vereiste van effectieve tenuitvoerlegging van het terugvorderingsbesluit. Ondernemingen kunnen volgens de wetgever slechts dan een gewettigd vertrouwen ontlenen aan de rechtmatigheid van de toegekende steun, indien deze met toepassing van art. 108 VWEU is aangemeld bij de Europese Commissie. De begunstigde heeft daarbij bovendien een vergaande onderzoeksplicht. Hij zal zichzelf ervan moeten vergewissen of sprake is van een meldingsplichtige steunmaatregel en of deze ook daadwerkelijk door de Europese Commissie is goedgekeurd.


Tijdpad

Het nu ingediende wetsvoorstel, waarvan een conceptversie vorig jaar ter internetconsultatie is aangeboden, komt in de plaats van een reeds in 2008 ingediend wetsvoorstel dat de eindstreep nooit gehaald heeft. De wetgever heeft nu gekozen voor een regeling die uitsluitend een grondslag biedt voor terugvordering in situaties de verplichting daartoe een gegeven is. Bovendien voorziet de nieuwe regeling in een zelfstandige wettelijke grondslag voor terugvorderingsacties. Nadat het wetsvoorstel door de Tweede en Eerste Kamer is aangenomen, zal het op een bij koninklijk besluit te bepalen datum in werking treden. Een streefdatum is daarbij niet genoemd. Wij houden u op de hoogte van de verdere ontwikkelingen.

Bron: Kamerstukken II 2016-2017, 34 753, nr. 2 (voorstel van wet ) en nr. 3 (memorie van toelichting) 

Vond u dit nuttig?