Wijzigingen in Besluit fiscale eenheid | Deloitte Nederland

Article

Wijzigingen in Besluit fiscale eenheid  

De staatssecreatris heeft enkele wijzigingen doorgevoerd in het Besluit fiscale eenheid. Zo is bijvoorbeeld een oplossing aangereikt voor problemen die ontstaan bij verkoop van een dochtermaatschappij onder beperkende voorwaarden.

12 september 2018

Fiscale eenheid

Wanneer een moedermaatschappij de gehele juridische en economische eigendom bezit van ten minste 95% van de aandelen in het nominaal gestorte kapitaal van een andere belastingplichtige, kan om een fiscale eenheid worden verzocht. Bijkomende voorwaarde is dat het aandelenbezit in de dochtermaatschappij minstens 95% van de statutaire stemrechten vertegenwoordigt en recht geeft op ten minste 95% van de winst en het vermogen. Wanneer de fiscale eenheid tot stand komt, vindt de heffing van vennootschapsbelasting plaats alsof er één belastingplichtige is en moet gezamenlijk aangifte worden gedaan.

Naast de wettelijke regeling van de fiscale eenheid bestaat ook een omvangrijk beleidsmatig kader, dat is opgenomen in het Besluit fiscale eenheid 2003. Op 4 september 2018 zijn enkele wijzigingen in dit besluit gepubliceerd in de Staatscourant. Het gaat met name om goedkeuringen die beogen problemen te verhelpen waar belastingplichtigen in de praktijk tegenaan lopen. De wijzigingen hebben terugwerlende kracht tot 20 augustus 2018.

Samenloop met onzakelijke lening

Onmiddellijk voorafgaand aan de totstandkoming van een fiscale eenheid moeten de betrokken maatschappijen onderlinge schuldvorderingen waarderen op bedrijfswaarde, of de lagere nominale waarde. Wanneer sprake is van een onvolwaardige vordering betekent dit dat de schuldenaar winst moet nemen. Ingeval van een zogenoemde onzakelijke lening pakt dit voorschrift echter onredelijk uit, omdat de schuldeiser geen afwaarderingsverlies ten laste van zijn winst mag brengen. Daarom heeft de staatssecretaris nu goedgekeurd dat afwaardering van de schuld bij de schuldenaar buiten de winstbepaling mag blijven voor zover het afwaarderingsverlies niet-aftrekbaar is.

Verkoopovereenkomst met beperkende voorwaarden

Een andere belangrijke goedkeuring ziet op de verkoop van aandelen in een dochtermaatschappij onder beperkende voorwaarden. Die situatie kan zich voordoen wanneer de aandelen nog niet geleverd kunnen worden omdat een toezichthoudende autoriteit eerst moet instemmen met de aandelenverkoop. Veelal wordt de zeggenschap van de verkoper in de tussenliggende periode dan beperkt, in die zin dat voor bepaalde rechtshandelingen toestemming nodig is van de koper. Het gaat dan met name om handelingen die invloed kunnen hebben op de waarde van de aandelen, zoals het uitkeren van dividend en de benoeming of het ontslag van bestuurders. Gevolg hiervan is dat de verkoper niet langer voldoet aan de zeggenschapseis, terwijl de koper ook niet de volledige juridische en economische eigendom van de aandelen heeft.

Om te voorkomen dat de dochtermaatschappij tijdelijk zelfstandig belastingplichtig wordt, heeft de staatssecretaris onder voorwaarden goedgekeurd dat de fiscale eenheid in de periode tussen de totstandkoming van de verkoopovereenkomst en de juridische levering in stand kan blijven. De eerste voorwaarde is dat de beperking van de zeggenschap van de verkoper alleen ten doel mag hebben om de waarde van de aandelen in de dochtermaatschappij intact te houden. Daarnaast moeten de verkoper en de gevoegde dochtermaatschappij binnen twee weken na het sluiten van de overeenkomst een schriftelijk verzoek indienen bij de inspecteur. Ten slotte mag de periode tot aan de juridische levering van de aandelen niet te lang zijn. Uitgangspunt is dat de aandelenoverdracht binnen drie maanden na totstandkoming van de verkoopovereenkomst moet plaatsvinden. Slechts indien deze termijn als gevolg van zwaarwegende omstandigheden niet wordt gehaald, kan men voor het aflopen daarvan een nieuw verzoek indienen bij de inspecteur.  

Kasgeldvennootschappen

Het gewijzigde Besluit fiscale eenheid bevat ook nog een goedkeuring ten aanzien van kasgeldvennootschappen. Aandelen in deze vennootschappen worden geacht niet als voorraad te functioneren, zodat zij toch in een fiscale eenheid kunnen worden opgenomen. Voorwaarde is wel dat de ‘discount’ bij aankoop en de ‘upcount’ bij verkoop van de kasgeldvennootschap tot de winst wordt gerekend in het jaar waarin de aankoop respectievelijk de verkoop plaatsvindt.

Meegeven verliezen

Wanneer een bestaande fiscale eenheid wordt opgenomen in een nieuwe fiscale eenheid met een nieuwe moedermaatschappij worden verliezen van die oude fiscale eenheid beschouwd als voorvoegingsverliezen van de oude moedermaatschappij. Een strikte interpretatie van de wet brengt dan mee dat het bij een latere ontvoeging van een dochtermaatschappij van de oude fiscale eenheid niet mogelijk is om verliezen mee te geven. De staatssecretaris acht dit echter ongewenst en keurt goed dat de aan die dochtermaatschappij toerekenbare verliezen toch kunnen worden meegegeven. Daartoe is wel een gezamenlijk schriftelijk verzoek noodzakelijk van zowel de oude als de nieuwe moedermaatschappij en de ontvoegde dochter.


Bron: Besluit van 20 augustus 2018, 2018/121069, Stcrt. 2018, 49422 

Vond u dit nuttig?