Winstcorrectie leidt niet tot balanscorrectie: foutenleer niet van toepassing | Deloitte Nederland

Article

Winstcorrectie leidt niet tot balanscorrectie: foutenleer niet van toepassing

De Hoge Raad oordeelt dat de aftrek van licentievergoedingen onterecht is gecorrigeerd met behulp van de foutenleer. Passivering van een civielrechtelijk bestaande betalingsverplichting is geen fout in de zin van de foutenleer.

9 mei 2018

Foutenleer

Om de som van de jaarwinsten gelijk te doen zijn aan de totaalwinst van een onderneming, moet de fiscale vermogensopstelling aan het einde van ieder jaar aansluiten bij die aan het begin van het volgende jaar. Dit verschijnsel, dat ook wel het beginsel van de balanscontinuïteit wordt genoemd, bewerkstelligt dat er geen winst aan de belastingheffing ontsnapt, of dubbel wordt belast. Doorbreking van de balanscontinuïteit kan echter geboden zijn, wanneer er een fout is gemaakt die in de fiscale vermogensopstellingen en winstberekening van volgende jaren doorwerkt. Voorbeelden hiervan zijn ten onrechte in de fiscale balans opgenomen activa of passiva of afschrijvingsfouten. Voor dergelijke fouten heeft de Hoge Raad de zogenoemde foutenleer ontwikkeld. Kort gezegd voorziet de foutenleer in een correctie in het laatste jaar waarover nog geen aanslag is opgelegd. Toepassing van de foutenleer is echter alleen mogelijk wanneer correctie door middel van een aanslag, een navordering of het instellen van bezwaar of beroep geen optie meer is. In een recent arrest heeft de Hoge Raad zich opnieuw uitgelaten over de toepassing van de foutenleer.

Licentie

Belanghebbende (BV X) exploiteert onder licentie een softwareprogramma. De rechten zijn in handen van een oom van de aandeelhouder/bestuurder van de vennootschap. Belanghebbende dient licentievergoedingen te betalen. Omdat BV X deze vergoedingen schuldig is gebleven in de jaren tot en met 2006, heeft zij voor deze betalingsverplichting een passiefpost opgenomen. De inspecteur heeft na een boekenonderzoek de aftrek van de licentievergoeding voor de jaren tot en met 2006, alsmede voor het jaar 2007 gecorrigeerd. Volgens Hof Den Bosch is een deel van de licentievergoeding zakelijk en vormt een deel een onttrekking. Het Hof komt tot de conclusie dat de inspecteur terecht de over de periode tot en met 2006 gevormde passiefposten heeft gecorrigeerd met toepassing van de foutenleer. Belanghebbende komt in cassatie tegen laatstgenoemd oordeel.

Beoordeling

De Hoge Raad wijst erop dat de foutenleer alleen toegepast kan worden als bij het vaststellen van het eindvermogen van het vorige boekjaar een fout is gemaakt. Gevolg van deze fout moet zijn dat het vermogen in enig opzicht niet aan de hand van de voorschriften van de wet en overeenkomstig goed koopmansgebruik is vastgesteld. De Hoge Raad oordeelt dat in casu de foutenleer niet van toepassing is. De contractueel verschuldigde bedragen dienen volledig als schuld op te worden genomen op de fiscale balans, ook voor zover de daardoor optredende vermogensvermindering niet aftrekbaar is van de winst omdat sprake is van een onttrekking. X heeft immers voor het volle bedrag een betalingsverplichting. De foutenleer biedt geen mogelijkheid voor een correctie indien de desbetreffende vermogensvermindering in het eerdere jaar waarin zij optrad ten onrechte of tot een te hoog bedrag ten laste van de fiscale winst is gebracht, en toen geen (toereikende) correctie heeft plaatsgevonden. Er is in het onderhavige geval geen sprake van het herstel van een gemaakte balansfout maar enkel van een correctie van de fiscale winstberekening. De Hoge Raad vermindert de navorderingsaanslag voor zover de foutenleer bij de vaststelling daarvan onterecht is toegepast.


Bron: HR 4 mei 2018, nr. 17/00004, ECLI:NL:HR:2018:673

Vond u dit nuttig?