Zaagtandsgewijze heffingsstructuur legesheffing is toegestaan

Article

Zaagtandsgewijze heffingsstructuur legesheffing is toegestaan

Een zaagstandsgewijze heffingsstructuur levert volgens de Hoge Raad geen willekeurige en onredelijke belastingheffing op en leidt derhalve niet tot onverbindendverklaring van lokale legestarieven.

20 juli 2017

Wat is de casus?

Het tarief voor de leges omgevingsvergunning van de gemeente Rotterdam werd in 2013 bepaald door toepassing van bouwkostenstaffels met een vast tarief binnen elke staffel. Dit leidde ertoe dat binnen een staffel, alsook op de grens tussen de verschillende categorieën, aanzienlijke verschillen konden ontstaan voor wat betreft de hoogte van het legesbedrag als percentage van de bouwsom (zaagtandsgewijze heffingsstructuur). Een minieme overschrijding van een staffelgrens leidt op deze wijze zowel in relatieve, als in absolute zin tot een forse stijging van de verschuldigde leges. Bij bepaalde staffelovergangen kon dit zelfs tot meer dan een verdubbeling van de verschuldigde leges leiden. Feitelijk differentieert het tarief hierdoor van 1,5% tot ruim 9,5% van de totale bouwkostensom.


Willekeurige en onredelijke heffing?

De rechtbank en het gerechtshof oordeelden eerder dat bij een dergelijk zaagtandtarief geen sprake is van enige samenhang tussen de hoogte van de bouwkosten en de hoogte van de te heffen leges. Naar het oordeel van de rechtbank en het gerechtshof kan dit niet de bedoeling zijn geweest van de wetgever en leidt dit systeem tot willekeurige en onredelijke heffing. Om die reden werden de legestarieven 2013 door zowel de rechtbank, als het gerechtshof onverbindend verklaard.


Conclusie Advocaat-Generaal

De Advocaat-Generaal meent dat een zaagtandsgewijze heffingsstructuur zoals in casu toegepast in zijn algemeenheid niet per se leidt tot een willekeurige en onredelijke heffing. In principe is het aanvaardbaar dat legesheffing naar een vast tarief per staffel leidt tot een verschillende tariefdruk, mits hier redenen van doelmatigheid aan ten grondslag liggen. De gekozen heffingstructuur mag volgens de Advocaat-Generaal echter nimmer leiden tot onverklaarbaar grote verschillen in de heffingsdruk. Hij concludeerde echter dat de gemeente Rotterdam de grote verschillen in heffingsdruk onvoldoende heeft kunnen verklaren. Daarom adviseerde hij de Hoge Raad om het cassatieberoep van het college van burgemeester en wethouders ongegrond te verklaren.


Oordeel Hoge Raad

De Hoge Raad heeft op 30 juni 2017 geoordeeld dat legesheffing naar een vast bedrag per staffel (zaagtandtarief) wel is toegestaan. Afgezien van het verbod op heffing naar draagkracht, staat het gemeenten immers vrij om die heffingsmaatstaven te kiezen die het beste passen bij de lokale situatie. Bij de leges omgevingsvergunning is het gemeenten naar het oordeel van de Hoge Raad toegestaan om het tarief afhankelijk te maken van de bouwsom. Echter, óók andere wijzen van tariefstelling zijn denkbaar en toegestaan. Voor onverbindendverklaring van de legestarieven is slechts plaats, indien een regeling is getroffen die in strijd is met de wet of enig algemeen rechtsbeginsel.

Naar het oordeel van de Hoge Raad is toepassing van een zaagtandtarief niet in strijd met de wet of met enig algemeen rechtsbeginsel. De verschillen in belastingdruk zijn naar het oordeel van de Hoge Raad ook niet zodanig dat hiermee inbreuk wordt gemaakt op het gelijkheidsbeginsel of enig ander rechtsbeginsel.


Bron: HR 30 juni 2017, 16/05127, ECLI:NL:HR:2017:1174

Vond u dit nuttig?

Gerelateerde onderwerpen