286 duizend studenten volgen een studie die opleidt tot werk dat potentieel verdwijnt

Analyse

286.000 studenten volgen een studie die opleidt tot werk dat potentieel verdwijnt

Resultaten State of the State, thema onderwijs en arbeidsmarkt

Hoeveel studenten volgen een studie die opleidt tot werk dat als gevolg van robotisering potentieel verdwijnt? Die vraag heeft Deloitte beantwoord als onderdeel van het data-analyse programma State of the State. De resultaten zijn opvallend, met name in het mbo.

In 2014 publiceerde Deloitte een onderzoek naar de impact van robotisering op de arbeidsmarkt dat veel stof deed opwaaien. De strekking? In de komende tien tot twintig jaar verdwijnen er in Nederland tussen de 2 en 3 miljoen banen als gevolg van steeds verdergaande automatisering en robotisering.

Een groep mensen op wie deze robotiseringstrend een grote impact zal hebben, zijn de werknemers van de toekomst. De studenten die nu de collegebanken bevolken, staan immers over twee decennia op het hoogtepunt van hun carrière. Vandaar dat de vraag interessant is of zij zich bewust zijn van de potentiële effecten van de nieuwe digitale werkelijkheid. 

Om dit te bepalen heeft Deloitte de uitstroomgegevens van alle mbo-, hbo- en wo-opleidingen in Nederland onderzocht. Het aantal studenten dat daadwerkelijk naar een bepaald type werk uitstroomt – niet noodzakelijkerwijs het werk waarvoor zij zijn opgeleid –  is vermenigvuldigd met de kans dat dit type werk in de komende twintig jaar door robotisering verdwijnt. Dit geeft op verschillende niveaus interessante inzichten.

 

Het robotiseringsrisico berekenen

De complexiteit van vermenigvuldigen van uitstroomgegevens met robotiseringskansen, zit hem in het goed koppelen van de verschillende gegevensbronnen. Het eerdere robotiseringsonderzoek (2014) maakte gebruik van de internationale ISCO-indeling voor beroepsgroepen. De in dit onderzoek gebruikte doorstroomgegevens van studenten, zijn afkomstig van het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA). Het ROA gebruikt een eigen indeling en om die reden zijn alle ISCO-coderingen omgezet naar deze ROA-indeling. Vervolgens kon het robotiseringsrisico per (ROA)beroep worden bepaald. Om hier weer de impact van vast te stellen (het aantal studenten dat daadwerkelijk zonder werk kan komen te zitten) is dit risico vermenigvuldigd met de deelnemer/student aantallen van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO).

 

Hoe hoger opgeleid hoe minder kwetsbaar

De onderstaande grafiek in Figuur 1 laat zien dat hoe hoger het niveau van de opleiding is die een student volgt, hoe kleiner de kans is dat deze wordt opgeleid voor banen die in de toekomst dreigen te verdwijnen. Voor 42,3 procent van de huidige mbo-studenten (174 duizend van de 411 duizend studenten) geldt dat zij worden opgeleid voor werk dat over tien tot twintig jaar potentieel niet meer bestaat. In het hbo geldt dit voor 19,3 procent van de studenten (84 van de 437 duizend). In het wo daalt dit percentage tot 10,4 procent (28 van de 266 duizend).

Figuur 1: Links, Aantal kwetsbare deelnemers per opleidingsniveau ten opzichte van totaal aantal studenten in 2015 (afgerond op duizendtallen). Rechts, percentage kwetsbare groep per opleidingsniveau (klik op plaatje om te vergroten).

En deze inschatting is vermoedelijk nog aan de conservatieve kant. Als van een studie minder dan 2,5 procent van de studenten naar een bepaald beroep uitstroomt, zijn de gegevens van deze studenten vanuit privacyoverwegingen niet in de bestudeerde statistieken opgenomen. Dan bestaat de kans dat de beroepskeuzes van individuele leerlingen te achterhalen zijn. Voor de robotiseringskans van deze niet-opgenomen beroepen hebben de onderzoekers daarom een aanname gedaan. Ze zijn uitgegaan van het wel opgenomen beroep met de laagste robotiseringkans binnen de desbetreffende opleiding. De impact hiervan is groot. Wordt bijvoorbeeld gekeken naar de gemiddelde robotiseringskans van alle beroepen binnen de desbetreffende opleiding dan zijn de verschillende uitkomsten nog hoger.

Het is een krachtig signaal aan studenten, ouders, onderwijsinstellingen en beleidsmakers: nog meer dan dit altijd al het geval is geweest, wordt het de komende jaren belangrijk studenten bewust een keuze te laten maken voor een bepaalde opleiding. Het perspectief op werk dient daarin mee te worden genomen. Omdat opleidingen in het hoger onderwijs (HBO en WO) minder kwetsbaar zijn is het essentieel te blijven investeren in het opleidingsniveau van onze beroepsbevolking. Het zou in dit licht een ongewenste ontwikkeling zijn als door huidige en toekomstige beleidsmaatregelen, zoals het leenstelsel, studenten minder vaak de keuze maken om door te studeren.

 

Geen daling aantal studenten die studies volgen die opleiden tot kwetsbare beroepen

Een ander beeld dat uit het onderzoek naar voren komt, is dat er geen daling zichtbaar is in het aantal studenten dat opleidingen volgt die opleiden tot kwetsbare beroepen. Zoals de onderstaande figuren laten zien, is het aantal deelnemers in de meest kwetsbare opleidingen de afgelopen vijf jaar niet gewijzigd, laat staan afgenomen. De vraag is dan ook of studenten zich bewust zijn van het risico dat zij lopen straks geen werk te hebben. Dit geldt overigens niet alleen in het mbo; ook in het hbo en wo is de instroom in de meest risicovolle opleidingen de laatste jaren niet significant afgenomen.

 

MBO-opleidingen

HBO-opleidingen

WO-opleidingen

Figuur 2: Aantal deelnemers per opleidingsniveau van de top 5 opleidingen met de hoogste automatiseringskans (klik op plaatjes om te vergroten).

Hier ligt een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Beleidsmakers en het onderwijs hebben een belangrijke rol in het creëren van transparantie en goede begeleiding van studenten bij hun studiekeuze. Studenten zelf dienen een geïnformeerde en afgewogen keuze te maken. Ook het bedrijfsleven speelt een rol, meer en actief meepraten met het onderwijs over trends en ontwikkelingen (ook op de langere termijn) is essentieel.

 

Per opleiding grote verschillen

Tot slot valt het op dat de verschillen per opleiding groot zijn. In het mbo varieert het robotiseringsrisico van banen waar de individuele opleidingen toe opleiden tussen 70 en 13 procent, in het hbo tussen de 52 en 3 en in het wo tussen 43 en 3. Een constante is wel dat de beroepen met het grootste robotiseringsriscio op alle drie de niveaus grotendeels vallen in het cluster van accountancy, finance, economie en recht. En ook bijvoorbeeld opleidingen tot secretarieel ondersteuner (mbo), in de landbouw (hbo) en rond bedrijfskunde en HRM (wo) zijn relatief kwetsbaar.

Figuur 3: Hoogste en laagste automatiseringskans per opleidingsniveau en -type (klik op plaatje om te vergroten).

Een overzicht van alle opleidingen, hun robotiseringsrisico en het aantal getroffen studenten is opgenomen in de bijlage 'De impact van automatisering op het Nederlandse onderwijs' die u hier kunt downloaden of bovenin de pagina.

Lees ook het persbericht over dit onderwerp.

 

Over State of the State

Dit robotiseringsonderzoek is een onderdeel van Deloitte's State of the State, een actuele data-analyse van ons land, bedoeld om beleidsmakers en organisaties van bruikbare inzichten te voorzien op uiteenlopende maatschappelijke thema’s. Zo komen ook zorg en veiligheid aan bod in dit programma. Deloitte analyseert hiervoor open data en kijkt naar onderlinge samenhang. State of the State is onderdeel van GovLab, Deloitte’s platform voor maatschappelijke innovaties.

 

Meer weten?

Wilt u meer weten over de impact van robotisering op onderwijs en arbeidsmarkt? Neem dan contact op met Sjoerd van der Smissen via +31 (0)88 2881159 of Maurice Fransen via +31 (0)88 2883742

Vond u dit nuttig?