Belastingplan 2023 - Overzicht autobelastingen, milieubelastingen en verhuurderheffing

Article

Overzicht maatregelen autobelastingen en milieubelastingen 

Belastingplan 2023 - Prinsjesdag

Hierbij een overzicht van de in het Belastingplan 2023 voorgestelde maatregelen met betrekking tot autobelastingen en milieubelastingen.

24 november 2022

Overzicht maatregelen autobelastingen en milieubelastingen

Terug naar overzicht Belastingplan 2023

 

English version

Wijzigingen energiebelasting

Vanwege de hoge energieprijzen had het kabinet aanvankelijk voor 2023 een aantal incidentele maatregelen in de energiebelasting voorgesteld. Het ging om een tijdelijke verlaging van de energiebelasting op aardgas en elektriciteit en een hogere belastingvermindering. Deze maatregelen zijn echter weer teruggedraaid ten faveure van een prijsplafond. Een andere maatregel betreft het uitstellen van de in het coalitieakkoord voorgenomen maatregelen om het verbruik van aardgas te beperken. De voorgenomen verhoging van het tarief voor aardgas in de energiebelasting wordt daarom niet in 2023, maar pas in 2024 en 2025 doorgevoerd.

Per 2024 wordt een nieuwe eerste schijf ingevoerd in de energiebelasting op zowel aardgas als elektriciteit. Deze schijf sluit aan bij het prijsplafond voor kleinverbruikers (aardgas tot 1.200m3; elektriciteit tot 2.900 KwH). De overige schijfgrenzen blijven gelijk. Doel is om gerichtere compensatie voor deze groep mogelijk te maken. Verder is het verlaagde tarief van de energiebelasting voor laadpalen met twee jaar verlengd, tot 1 januari 2025.

Tot slot komt er een verhoging van de belastingvermindering als compensatie voor een verwacht wetsvoorstel voor een bijmengverplichting voor groen gas. Door dit wetsvoorstel zullen de kosten voor de consumptie van aardgas stijgen, aangezien groen gas duurder is dan aardgas.

Webcast Belastingplan

Corina van Lindonk, Aart Nolten en Eddo Hageman bespraken het nieuwe Belastingplan.

Bekijk

Wet minimum CO2-prijs industrie

Sinds 1 januari 2021 dienen belastingplichtige bedrijven die meer broeikasgassen (CO2) uitstoten dan de voor hen vrijgestelde emissieruimte (dispensatierechten) over dit meerdere CO2-heffing industrie te betalen. Op dit moment hebben deze bedrijven voor de in Nederland vrijgestelde emissieruimte alleen te maken met de prijs van broeikasgasemissierechten binnen het Europese Emissiehandelssysteem (EU ETS). Dus mocht de uitstoot groter zijn dan de vrijstelde emissieruimte dan moet over dit meerdere een CO2-heffing betaald worden. Althans voor zover de prijs van broeikasgasemissierechten binnen EU ETS lager is dan de nationale CO2-heffing industrie, het verschil moet dan op aangifte worden voldaan.

In het Belastingplan 2023 is een aanpassing van de CO2-heffing voorgesteld, waarmee wordt beoogd de industrie zoveel mogelijk aan te sporen de uitstoot van broeikasgassen te beperken. Middels de reductiefactor wordt bepaald hoeveel dispensatierechten een bedrijf krijgt. Voorgesteld wordt om de reductiefactor CO2-heffing industrie aan te passen naar 1,213 en daarna jaarlijks te verminderen met 0,078.

In een afzonderlijk wetsvoorstel wordt geregeld dat in Nederland een minimumprijs gaat gelden voor de vrijgestelde emissieruimte, waardoor voor belastingplichtige bedrijven in feite over de volledige broeikasgasemissies een minimumprijs van toepassing wordt. Het gaat om een lage(re) prijs voor emissies waarvoor het bedrijf dispensatierechten heeft en de al bestaande, hogere heffing voor emissies zonder dispensatierechten. Het doel hiervan is dat de overheid ook voor de emissieruimte waarvoor het bedrijf dispensatierechten heeft, de hoogte van de prikkel van verduurzaming kan bepalen en dat met de minimum CO2-prijs de investeringszekerheid van bedrijven toeneemt.

De minimum CO2-prijs industrie wordt in het voorstel gesteld op het niveau van de minimum CO2-prijs elektriciteitsopwekking en ligt daarmee op een relatief laag niveau ten opzichte van de EU ETS-prijs. Een sterke daling van de EU ETS-prijs ligt echter niet in de lijn der verwachting, zodat vooralsnog geen sprake zal zijn van heffing van de minimum CO2-prijs. De introductie van de minimum CO2-prijs industrie zal naar verwachting dan ook geen opbrengsten opleveren.

Nog dit jaar zal een tussenevaluatie worden gehouden van het minimumprijspad. Indien de uitkomst van de evaluatie hiertoe aanleiding geeft, kan een voorstel kan worden gedaan voor een gewijzigd minimumprijspad, dat dan per 2024 in werking treedt. Eveneens zal de regering de hoogte van de minimum CO2-prijs onderzoeken en herijken.

Wijziging wet milieubeheer inzake koolstofcorrectie

Met de nog vast te stellen Verordening (EU) van het Europees Parlement en de Raad van tot vaststelling van een mechanisme voor koolstofcorrectie aan de grens ofwel Carbon Adjustment Mechanism (hierna: CBAM) wordt een correctiemechanisme voor de in het buitenland betaalde koolstofprijs over invoer van bepaalde goederen aan de buitengrens van de Europese Unie geïntroduceerd. Het voorstel voor de verordening is op 14 juli 2021 door de Europese Commissie gepubliceerd en maakt onderdeel uit van het Fit-for-55-pakket. Hiermee wordt invulling gegeven aan het juridisch bindende Europese broeikasgasreductiedoel van ten minste netto 55% in 2030 ten opzichte van 1990, zoals vastgelegd in de Europese Klimaatwet.

Dit wetsvoorstel behelst het voornemen om aan de Nederlandse emissieautoriteit (Nea) de taken op te dragen zoals die genoemd zijn in het voorstel van de Europese Commissie voor de CBAM. Het wetsvoorstel voorziet in de aanwijzing van de NEa en enkele bepalingen die nodig zijn voor de implementatie van de verordening in de overgangsperiode. Er is voor gekozen dit wetsvoorstel in te dienen vooruitlopend op het vaststellen van de CBAM verordening, omdat deze naar verwachting pas eind 2022 daadwerkelijk zal worden vastgesteld. Zo kan tijdig worden geanticipeerd op het van toepassing worden van de verordening.

Wijzigingen bpm en motorrijtuigenbelasting

Op dit moment geldt er een vrijstelling van bpm voor bestelauto's die op naam worden gesteld van ondernemers. In overige gevallen wordt bpm voor bestelauto's geheven op basis van de netto cataloguswaarde. Om budgettaire redenen wordt in het belastingplan voorgesteld de vrijstelling voor bestelauto's van ondernemers per 1 januari 2025 af te schaffen. Verder wordt de heffing voor bestelauto's niet meer gebaseerd op de netto-cataloguswaarde, maar naar rato van CO2-uitstoot bepaald. Hiermee is de grondslag in de bpm voor bestelauto's vanaf 2025 hetzelfde als voor personenauto's. Daarnaast wordt het tarief van de motorrijtuigenbelasting (mrb) voor bestelauto's van ondernemers verhoogd. In 2025 betreft de verhoging 15% en in 2026 is sprake van een verdere verhoging met 6,96%.

De verschuldigde bpm wordt berekend aan de hand van het tarief maal het aantal gram CO2-uitstoot per kilometer. Het tarief is een vast bedrag van € 66,91 (prijspeil 2023). Door deze berekeningssystematiek is de bpm van een emissievrije bestelauto nihil. Voor gewone bestelauto's, die wel CO2 uitstoten geldt vanaf 2025 dat hoe hoger de uitstoot, hoe hoger de bpm. Dit geeft naar verwachting een prikkel om een emissievrije of zuinige bestelauto aan te schaffen.

Verhoging vliegbelasting

Het tarief van de vliegbelasting wordt met ingang van 1 januari 2023 verhoogd met € 17,95. Het nieuwe tarief komt daarmee uit op € 26,43 per vertrekkende passagier. De maatregel volgt uit het coalitieakkoord en beoogt om vliegen te ontmoedigen, zeker op korte afstanden waarbij de vliegbelasting zwaarder drukt. De maatregel moet structureel € 400 miljoen per jaar opleveren.

Did you find this useful?