Belastingplan 2023 – Overzicht maatregelen vennootschapsbelasting en bronheffingen

Article

Overzicht maatregelen vennootschapsbelasting en bronheffingen

Belastingplan 2023 - Prinsjesdag

Hierbij een overzicht van de maatregelen in het pakket Belastingplan 2023 met betrekking tot de vennootschapsbelasting en de bronheffingen.

24 november 2022

Overzicht maatregelen vennootschapsbelasting en bronheffingen

Terug naar overzicht Belastingplan 2023


English version

Tariefstructuur vennootschapsbelasting

Het toptarief in de vennootschapsbelasting blijft in 2023 staan op 25,8%. Het opstaptarief wordt echter verhoogd van 15% naar 19%. Bovendien geldt dit opstaptarief nog maar tot een belastbaar bedrag van € 200.000, terwijl dit in 2022 nog € 395.000 was. Zie de onderstaande tabel voor de tariefstructuur. De cijfers voor 2022 zijn ter vergelijking.
 

  Jaar                 2022                            2023                
Opstaptarief    15.0% (belastbaar bedrag tot € 395.000) 19.0% (belastbaar bedrag tot € 200.000)
Toptarief 25.8% (belastbaar bedrag > € 395.000) 25.8% (belastbaar bedrag > € 200.000)

Webcast Belastingplan

Corina van Lindonk, Aart Nolten en Eddo Hageman bespraken het nieuwe Belastingplan.

Bekijk

Wijziging Mijnbouwwet vanwege tijdelijke verhoging cijns

Om Nederlandse huishoudens te compenseren voor de gestegen energiekosten stelt het kabinet voor om tijdelijk een extra cijnstarief in te voeren. Cijns is een heffing op de omzet die wordt behaald met de productie en exploratie van olie en gas in Nederland. Het tijdelijke cijnstarief van 65% zal van toepassing zijn op de omzet die specifiek wordt behaald met de verkoop van aardgas tegen een hogere prijs dan EUR 0,50 per m3 gedurende 2023 en 2024. Onder de voor de cijns relevante omzet eveneens wordt begrepen het resultaat uit een rechtshandeling die strekt tot het afdekken van een prijsrisico dat ter zake van gewonnen of te winnen koolwaterstoffen wordt gelopen (hedgecontracten). Hiermee wordt verzekerd dat voor toepassing van de cijns de daadwerkelijk door de vergunninghouders gerealiseerde omzet wordt belast.

Tijdelijke solidariteitsbijdrage

Vennootschapsbelastingplichtigen die in een boekjaar dat in 2022 is aangevangen ten minste 75% van hun omzet (buitenlands belastingplichtigen: omzet van de Nederlandse onderneming) behalen met activiteiten op het gebied van de winning van koolwaterstoffen, mijnbouw, raffinage van aardolie of de vervaardiging van cokesovenproducten, zijn een solidariteitsbijdrage verschuldigd van 33% van de door hen behaalde overwinst. Deze heffing vloeit voort uit een voorstel van de Europese commissie om een verplichte solidariteitsbijdrage in te voeren, waarvan de opbrengst moet worden aangewend ter compensatie van de gestegen energieprijzen voor (onder meer) huishoudens.

Van overwinst is sprake als de winst in het (boek)jaar 2022 meer dan 20% hoger is dan de referentiewinst (de gemiddelde belastbare winst in de vier boekjaren die voorafgaan aan het in 2022 aangevangen boekjaar met een minimum van nihil). De bijdrageplichtige moet de verschuldigde solidariteitsbijdrage op aangifte voldoen binnen zeventien maanden na het einde van het heffingstijdvak. Naheffing en boetes zijn mogelijk tot zeven jaar na het einde van het kalenderjaar waarin de belastingschuld is ontstaan. Tevens is voorzien in een aansprakelijkheidsbepaling.

Gezien de uitzonderlijke omstandigheden, acht het kabinet de terugwerkende kracht van deze heffing tot 1 januari 2022 niet in strijd met art. 1 EP EVRM. De heffing geldt uitdrukkelijk alleen voor het (boek)jaar 2022. Voor de jaren 2023 en 2024 is voorzien in een tijdelijke verhoging van de cijns.

Maatregel voor vastgoed-fbi’s

Voorgesteld wordt om per 1 januari 2024 een maatregel te introduceren in de vennootschapsbelasting waardoor fiscale beleggingsinstellingen (fbi) niet langer direct in vastgoed (in Nederland of in het buitenland) mogen beleggen. De winst behaald met vastgoed kan door deze maatregel in alle gevallen worden belast met vennootschapsbelasting. Voor effecten-fbi’s heeft de maatregel geen gevolgen.

Een fbi is belast tegen een vennootschapsbelastingtarief van 0%. Het idee is dat de inkomsten uit de beleggingen van de fbi worden belast bij de participanten, aangezien de fbi ieder jaar verplicht de winst moet uitdelen aan de participanten. Op die winstuitdeling wordt 15% dividendbelasting ingehouden. In situaties met buitenlandse beleggers kan het heffingsrecht over Nederlands vastgoed gehouden door fbi’s niet altijd (geheel) worden geëffectueerd. Vanaf 1 januari 2024 geldt daarom dat een beleggingsinstelling niet mag beleggen in vastgoed om voor het fbi-regime in aanmerking te komen.

De verwachting is dat bepaalde vastgoed-fbi’s vóór 1 januari 2024 zullen herstructureren om zelfstandige vennootschapsbelastingplicht te voorkomen. Bij dergelijke herstructureringen is mogelijk overdrachtsbelasting verschuldigd. Het kabinet gaat onderzoeken of het wenselijk en mogelijk is om hiervoor flankerende maatregelen te treffen, waarbij Nederlandse pensioenfondsen specifiek worden genoemd.

Did you find this useful?