Rechtsherstel en overbruggingswetgeving box 3 | Deloitte Nederland

Article

Rechtsherstel en overbruggingswetgeving box 3

De staatssecretaris van Financiën heeft een brief aan de Tweede Kamer gestuurd waarin wordt uiteengezet hoe rechtsherstel wordt geboden aan deelnemers van de massaalbezwaarprocedure tegen de box 3-heffing over de jaren 2017-2020. Ook kondigt hij overbruggingswetgeving aan.

10 mei 2022

Kerstarrest

De Hoge Raad heeft op 24 december 2021 geoordeeld dat de wijze waarop de box 3-heffing sinds het jaar 2017 is vormgegeven in strijd is met zowel het discriminatieverbod (art. 14 EVRM) als het recht op ongestoord genot van eigendom (art. 1 EP EVRM). Bij wijze van rechtsherstel verminderde de Hoge Raad de aanslagen inkomstenbelasting 2017 en 2018 (de jaren waarover de procedure ging) door alleen het daadwerkelijk behaalde rendement in de heffing te betrekken. De Hoge Raad schrijft echter niet in zijn algemeenheid voor op welke wijze rechtsherstel dient plaats te vinden, maar geeft slechts aan dat de compensatie naar redelijkheid moet worden vastgesteld.

Collectieve uitspraak op bezwaar

Naar aanleiding van dit zogenoemde kerstarrest heeft de inspecteur op 4 februari 2022 collectief uitspraak op bezwaar gedaan in de massaalbezwaarprocedures tegen de box 3-heffing over de jaren 2017 tot en met 2020. Onduidelijk bleef echter hoe het rechtsherstel zou worden vormgegeven en welke belastingplichtigen daarvoor in aanmerking komen. Op 28 april 2022 heeft de staatssecretaris van Financiën hierover meer duidelijkheid verschaft in een brief aan de Tweede Kamer.

Uitgangspunten rechtsherstel

Het kabinet hanteert als uitgangspunt dat compensatie wordt geboden aan belastingplichtigen die hebben deelgenomen aan de massaalbezwaarprocedures, en aan belastingplichtigen van wie de aanslag inkomstenbelasting over (een van) de jaren 2017, 2018, 2019 of 2020 niet onherroepelijk vaststond op 24 december 2021. De beslissing of ook aan andere belastingplichtigen (ambtshalve) compensatie moet worden geboden over voornoemde jaren is uitgesteld totdat de Hoge Raad over deze kwestie uitspraak heeft gedaan, hetgeen op 20 mei 2022 is gebeurd. De Hoge Raad oordeelt, kort gezegd, dat het Kerstarrest als nieuwe jurisprudentie kwalificeert en dat de inspecteur daarom niet kan worden verplicht ambtshalve vermindering te verlenen van een aanslag inkomstenbelasting met box 3-inkomen die reeds onherroepelijk vaststond ten tijde dat het Kerstarrest werd gewezen. Dat is slechts anders indien de Minister van Financiën gebruik maakt van zijn bevoegdheid om een uitzondering te maken ingeval van nieuwe jurisprudentie, hetgeen nog niet is gebeurd. Kortom, het is nu afwachten of de Minister alsnog een uitzondering zal maken voor deze gevallen.

Berekening compensatie

Voor wat betreft de vaststelling van de hoogte van de compensatie, kiest het kabinet voor de zogenoemde forfaitaire spaarvariant. Daarbij wordt nog steeds uitgegaan van een forfaitair berekend rendement, maar dan op basis van de werkelijke samenstelling van het vermogen (uitgesplitst naar spaartegoeden, beleggingen en schulden). Zie de onderstaande tabel:

Forfaits spaarvariant  2017 2018 2019 2020 2021
Spaargeld 0,25% 0,12% 0,08% 0,04% 0,01%
Schulden 3,43% 3,20% 3,00% 2,74% 2,46%
Beleggingen 5,39% 5,38% 5,59% 5,28% 5,69%

 

Het rendement op spaartegoeden is vastgesteld aan de hand van de gemiddelde rente op spaartegoeden in het desbetreffende jaar. Bij schulden gaat het om de gemiddelde rente op uitstaande hypotheekschulden. Het forfaitaire rendement in de categorie beleggingen is ongewijzigd gebleven. Het kabinet meent dat het niet terecht zou zijn om beleggers te compenseren voor slechte beleggingsjaren, terwijl zij bezien over een langere periode een rendement hebben behaald dat gelijk is of groter dan het forfaitaire rendement.

Het voordeel van deze forfaitaire benadering is dat belastingplichtigen die in aanmerking komen voor compensatie niets hoeven te doen. De belastingdienst zal de aanslagen inkomstenbelasting over de jaren 2017 tot en met 2020 zelf herrekenen op basis van de gegevens in de aangiften met betrekking tot de samenstelling van het vermogen en de forfaitaire rendementspercentages in de bovenstaande tabel. Deelnemers aan de massaalbezwaarprocedure krijgen vóór 4 augustus 2022 bericht of zij in aanmerking komen voor een teruggaaf (uiterlijk zes maanden na publicatie van de collectieve uitspraak op bezwaar). Andere belastingplichtigen van wie aanslagen over (een van de) jaren 2017-2020 nog niet onherroepelijk vaststonden op 24 december 2021 volgen later dit jaar.

De Hoge Raad heeft op 20 mei 2022 geoordeeld dat deelnemers aan de massaalbezwaarprocedure die het niet eens zijn met de hoogte van de toegekende compensatie een verzoek om ambtshalve vermindering kunnen indienen bij de inspecteur. Tegen vermindering van een aanslag die voortvloeit uit een collectieve uitspraak op bezwaar staat namelijk niet rechtstreeks beroep bij de rechter open. Omdat het hier de heffing van inkomstenbelasting betreft, moet de inspecteur bij voor bezwaar vatbare beschikking beslissen op het verzoek, zodat alsnog een rechtsingang ontstaat. Nadat de inspecteur uitspraak op bezwaar heeft gedaan en de belastingplichtige beroep tegen deze beslissing heeft aangetekend, kan de belastingrechter vervolgens toetsen of de toegekende compensatie redelijk is, en kan hij de hoogte daarvan desnoods zelf vaststellen.

Overbruggingswetgeving

De forfaitaire spaarvariant, gebaseerd op de werkelijke samenstelling van het vermogen van belastingplichtigen en de herziene forfaitaire rendementstabel, zal ook worden gebruikt voor het vaststellen van het box 3-inkomen in de aanslagen inkomstenbelasting over de jaren 2021 en 2022. Althans indien dit tot een lagere aanslag leidt dan voortvloeit uit de huidige box 3-wetgeving. Voor de jaren 2023 en 2024 zal overbruggingswetgeving worden ingevoerd, die eveneens gebaseerd zal worden op de forfaitaire spaarvariant. Een daartoe strekkend wetsvoorstel zal op Prinsjesdag bij de Tweede Kamer worden ingediend.

Heffing op basis van werkelijk rendement

Vanaf het belastingjaar 2025 wordt een geheel nieuwe wijze van heffing in box 3 geïntroduceerd. De staatssecretaris heeft de uitgangspunten van dit nieuwe stelsel uiteengezet in de ‘Contourennota box 3-heffing’, welke op 15 april 2022 aan de Tweede Kamer is gestuurd. Uitgangspunt wordt een heffing op basis van werkelijk rendement (vermogensaanwasbelasting). Voor meer informatie verwijzen wij naar een eerder nieuwsbericht over dit onderwerp.


Bron: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/inkomstenbelasting/box-3

Did you find this useful?